Gisteren begrafenis van Jan Wolkers. Zijn vrouw Karina las de laatste regels van een sonnet van Shakespeare voor.
Sonnet 12, zag ik. Snob die ik ben.
Laat dat nou over tijd gaan.
En over kinderen.
And nothing 'gainst Time's scythe can make defence
Save breed, to brave him when he takes thee hence.*
En opeens is er helemaal niks meer mis met een familieblog getiteld Tussentijd.
Tijd. Kinderen. Shakespeare. Jan Wolkers.
Ach, waarom niet? Goeie onderwerpen. Goed gezelschap.
Ik zeg je. Ik ben een snob. Een echte.
* Niets is er dat de zeis des Tijds afweert
Dan 't kind dat hem, wanneer jij sterft, trotseert.
(vert. Peter Verstegen)
donderdag 25 oktober 2007
zaterdag 20 oktober 2007
woensdag 17 oktober 2007
zondag 14 oktober 2007
Familieblog?!

Steven ik rechtstreeks af op een familieblog? Het begint er wel op te lijken, he. Steeds weer kom ik op de een of andere manier terecht bij grootouders, ouders, kinderen. Familie: ik schrijf graag over het wonderlijke fenomeen. Het is prachtig en afschuwelijk tegelijk. Het is bevrijdend en beklemmend. Familie vormt je. Tegelijkertijd moet je er wegwezen en als een haas je eigen weg vinden.
Het interesseert me, maar ik zit zelf tenslotte ook midden tussen de generaties. Dus zo vreemd is dat niet. Laat ik het mezelf dan maar toestaan erover te schrijven. Op het gevaar af dat ik word weggezet als de nieuwe Daphne Deckers.
Gisteren bruiloft. Grandioos familiefeest. Waar de vader van de bruidegom veeeeeeels te lang sprak. Waar ik wild danste met mijn zwager, als de vader van de bruid. Sigaretten deelde met mijn studerende nichtjes. Met mijn neven teveel wijn dronk, waardoor ik een onbetrouwbare taxichauffeur werd, zodat oma volkomen terecht liever een echte taxi naar huis nam. Waar ik vol verve de rol van tante Nets kon neerzetten. Waar ik de korte kritische of beter, inschattende blikken van mijn zussen doorstond (zoals alleen vrouwen onderling naar elkaar kunnen kijken) en vervolgens ouderwets lol met ze trapte.
Familie. Wat er ook gebeurt. Halleluja! Amen!
zaterdag 13 oktober 2007
Romeinse Gympen
De telefoon. De nummermelder verraadt iets buitenlands. Ik neem op.
A! Het is A! Mijn hart maakt een sprongetje. Hi Mam, overschreeuwt hij de afstand Rome-Amsterdam. Ik sta hier in de rij om binnen te komen in het Vaticaan, we staan hier al uren. Rome is veeeet, ik slaap met V. en R. op de kamer, we gaan iedere avond met z'n allen naar de Spaanse Trappen. Nee, ik drink niet teveel, joh, het verkeer is hier een grote chaos, nergens stoplichten, echt gevaarlijk, jaha, ik doe voorzichtig. We eten in een vies restaurant, niet te geloven, maar dat vertel ik je later nog wel. Is echt lachuh.
Het is stil. Heeft A. mij zomaar gebeld? Zomaar om even te zeggen dat het goed met hem gaat? Ik kan het me niet voorstellen. Maham, hoor ik dan vanuit Rome. Hij noemt me mam, dat doet hij bijna nooit meer. Bovendien klinkt zijn stem omfloerst, het is het stemgeluid dat iets van iemand gedaan wil krijgen. Geld, denk ik, hij heeft geld nodig.
A. vervolgt: We staan hier in de rij dus en de hele klas gaat naar de Foot Locker hier op de hoek. Toffe schoenen, mam, die hebben ze in Nederland nog niet. Ik heb nog spaargeld en nu wilde ik....
Dacht ik het niet! A. heeft altijd te weinig geld. Het concept 'sparen' is niet aan A. besteed. Het leven is te leuk. Vol aardige mensen en mooie spullen. Je leeft toch maar een keer? Maham?
Dat is waar. Ik strijk mijn hand over mijn hart en beloof hem wat geld over te maken. Dank je, zucht hij tevreden vanuit Rome. Ik belde ook omdat ik je graag wilde spreken, hoor. En daarmee breekt hij mijn laatste restje verzet. Charmeur. Bijna zeventien. Weet wat ie doet. Mijn A.
Jippie, vanavond komt hij thuis. Op zijn nieuwe Romeinse gympen.
A! Het is A! Mijn hart maakt een sprongetje. Hi Mam, overschreeuwt hij de afstand Rome-Amsterdam. Ik sta hier in de rij om binnen te komen in het Vaticaan, we staan hier al uren. Rome is veeeet, ik slaap met V. en R. op de kamer, we gaan iedere avond met z'n allen naar de Spaanse Trappen. Nee, ik drink niet teveel, joh, het verkeer is hier een grote chaos, nergens stoplichten, echt gevaarlijk, jaha, ik doe voorzichtig. We eten in een vies restaurant, niet te geloven, maar dat vertel ik je later nog wel. Is echt lachuh.
Het is stil. Heeft A. mij zomaar gebeld? Zomaar om even te zeggen dat het goed met hem gaat? Ik kan het me niet voorstellen. Maham, hoor ik dan vanuit Rome. Hij noemt me mam, dat doet hij bijna nooit meer. Bovendien klinkt zijn stem omfloerst, het is het stemgeluid dat iets van iemand gedaan wil krijgen. Geld, denk ik, hij heeft geld nodig.
A. vervolgt: We staan hier in de rij dus en de hele klas gaat naar de Foot Locker hier op de hoek. Toffe schoenen, mam, die hebben ze in Nederland nog niet. Ik heb nog spaargeld en nu wilde ik....
Dacht ik het niet! A. heeft altijd te weinig geld. Het concept 'sparen' is niet aan A. besteed. Het leven is te leuk. Vol aardige mensen en mooie spullen. Je leeft toch maar een keer? Maham?
Dat is waar. Ik strijk mijn hand over mijn hart en beloof hem wat geld over te maken. Dank je, zucht hij tevreden vanuit Rome. Ik belde ook omdat ik je graag wilde spreken, hoor. En daarmee breekt hij mijn laatste restje verzet. Charmeur. Bijna zeventien. Weet wat ie doet. Mijn A.
Jippie, vanavond komt hij thuis. Op zijn nieuwe Romeinse gympen.
vrijdag 12 oktober 2007
Kleren maken de Man
Gisterenavond was het koopavond. Ik moest hoognodig met zoon M. naar de Bijenkorf. Om 'nette' kleren te kopen.
Morgen trouwt een nichtje van ons. En de bruiloft is helemaal volgens alle bruiloft-etiquette georganiseerd. Dus kan M. zich daar niet vertonen in een versleten baggy skate-broek, die half op de billen hangt en vol met gaten zit. Dat detoneert. Althans, het kan natuurlijk wel, maar ik wil het niet. Ik -als moeder van M.- word er ten slotte op aangekeken. En ik heb geen zin in kritische blikken. Zeker niet van familie. Die kunnen namelijk dodelijk zijn.
Dus op naar de Bijenkorf. Welke afdeling? De jongensafdeling? De herenafdeling? Waar ga je heen met een lange uitgegroeide sliert van veertien? Hij wil zelf naar een toffe afdeling op de vijfde verdieping. Daar beginnen we. Ik ben de beroerdste niet.
We bekijken en betasten mooie broeken, glimmende knopen, felle kleuren. Leuk, denk ik van binnen. Maar ik houd mijn mond, want wat ik leuk vind, vindt M. niet leuk. De verkoopster vraagt of ze ons kan helpen. Ik vraag naar de kleinste mannenmaat. De vrouw kijkt me even aan en zegt dan uit de hoogte, zoals alleen Bijenkorf-verkoopsters dat kunnen: ' Dit zijn meisjesbroeken.' M. krijgt een rooie kop en trekt mij mee naar de mannenkant. Ik zie het verschil niet.
Wat zoeken we eigenlijk? Een neutrale broek, met een neutraal shirt en een neutraal vest of jasje. Nette kleren, waarin M. toch zijn eigenheid bewaart. Wat een opdracht. Ik veracht mezelf. De les van conformisme.
De eerste, de beste zwarte broek. Veel te groot, want M. heeft geen heupen. Maar aangesnoerd met een riem, en de pijpen opgerold blijkt de broek wel wat te hebben. Dat vindt M. ook. Pfff! Broek gescoord.
Dat is in, zegt M. en hij wijst naar een truitje met een quasi-ballerig ruitje. Ja, aarzel ik. Ik snap wat hij bedoelt. Maar de familie draagt dit soort truien serieus en dit truitje is een knipoog. Dat is toch juist grappig? zegt hij. Nee!! Ik wil neutraal!! Geen knipoog-truien. Neutraal!!
Thuis gebeurt het. M. paradeert als een mannequin door de keuken. Af en toe een stukje Moonwalk. Zelfverzekerde stappen. Ik weet niet wat ik zie. Voor mijn ogen verandert M. van een jongen van veertien in een elegante jongeman. Zwarte broek, mooie trui, herenschoenen. Hij kon zo uit de wintercatalogus van de Bijenkorf gestapt zijn.
Kleren maken de man. Dat wist ik al. Maar dat conformisme loont?
Morgen trouwt een nichtje van ons. En de bruiloft is helemaal volgens alle bruiloft-etiquette georganiseerd. Dus kan M. zich daar niet vertonen in een versleten baggy skate-broek, die half op de billen hangt en vol met gaten zit. Dat detoneert. Althans, het kan natuurlijk wel, maar ik wil het niet. Ik -als moeder van M.- word er ten slotte op aangekeken. En ik heb geen zin in kritische blikken. Zeker niet van familie. Die kunnen namelijk dodelijk zijn.
Dus op naar de Bijenkorf. Welke afdeling? De jongensafdeling? De herenafdeling? Waar ga je heen met een lange uitgegroeide sliert van veertien? Hij wil zelf naar een toffe afdeling op de vijfde verdieping. Daar beginnen we. Ik ben de beroerdste niet.
We bekijken en betasten mooie broeken, glimmende knopen, felle kleuren. Leuk, denk ik van binnen. Maar ik houd mijn mond, want wat ik leuk vind, vindt M. niet leuk. De verkoopster vraagt of ze ons kan helpen. Ik vraag naar de kleinste mannenmaat. De vrouw kijkt me even aan en zegt dan uit de hoogte, zoals alleen Bijenkorf-verkoopsters dat kunnen: ' Dit zijn meisjesbroeken.' M. krijgt een rooie kop en trekt mij mee naar de mannenkant. Ik zie het verschil niet.
Wat zoeken we eigenlijk? Een neutrale broek, met een neutraal shirt en een neutraal vest of jasje. Nette kleren, waarin M. toch zijn eigenheid bewaart. Wat een opdracht. Ik veracht mezelf. De les van conformisme.
De eerste, de beste zwarte broek. Veel te groot, want M. heeft geen heupen. Maar aangesnoerd met een riem, en de pijpen opgerold blijkt de broek wel wat te hebben. Dat vindt M. ook. Pfff! Broek gescoord.
Dat is in, zegt M. en hij wijst naar een truitje met een quasi-ballerig ruitje. Ja, aarzel ik. Ik snap wat hij bedoelt. Maar de familie draagt dit soort truien serieus en dit truitje is een knipoog. Dat is toch juist grappig? zegt hij. Nee!! Ik wil neutraal!! Geen knipoog-truien. Neutraal!!
Thuis gebeurt het. M. paradeert als een mannequin door de keuken. Af en toe een stukje Moonwalk. Zelfverzekerde stappen. Ik weet niet wat ik zie. Voor mijn ogen verandert M. van een jongen van veertien in een elegante jongeman. Zwarte broek, mooie trui, herenschoenen. Hij kon zo uit de wintercatalogus van de Bijenkorf gestapt zijn.
Kleren maken de man. Dat wist ik al. Maar dat conformisme loont?
Abonneren op:
Posts (Atom)


