zaterdag 30 juni 2007

Vakantiewerk (2)




A (16) en M (14) hebben vakantie. Ze doen waar ze zin in hebben. Terecht. Verdiend ook. Ze hebben hard gewerkt (nou ja...), maar zijn in ieder geval wel allebei over.

Hoe zal ik het zeggen? De orde is uit het huis. Ontbijtspullen staan de hele dag op tafel. De kamer zit opeens vol met Ollie (veel rust), Abel (veel schouder), Willem (veel grijns), Justus (veel groei), Florian (veel volume), Andreas (veel verandering), Marijn (veel beugel), Olivier (veel been), Erik (veel hasj), Daan (heb ik jou al eerder gezien?), Chanquito (veel lef) en Melle (veelveel haar).

Echt, hoor, het zijn goeie jongens stuk voor stuk, maar waarom van alles zo veel? Veel lawaai, veel beweging, veel natte jassen, vieze sokken? Waarom zo veel, heel veel aftershave? Waarom zoveel krummelige chips, snoep en plakkerige glazen cola? (en bier en sigaretten, soms?) Ze kijken tv, spelen computerspelletjes, luisteren naar muziek en rammen daardoorheen op hun gitaar.

Net als ik vlucht en besluit mijn heil elders in huis te zoeken, gaan ze. Even plotseling als ze gekomen zijn, zijn ze weg. Pfff, in rook opgegaan. Zonder aan mij te melden waarheen. Of hoe laat ze weer terugkomen (en met hoeveel). Ze duiken op waar en wanneer ze willen als duveltjes uit een doosje. Kortom, het is chaos in huis. En de ijskast permanent leeg (want veel honger).

Ik klink als een oud wijf dat toe is aan vakantie. Dat weet ik, maar ik kan het ff niet helpen. Die jongensvakantie voelt vooralsnog alleen maar als een hoop werk. Moeders vakantiewerk? Ja, duhu..

donderdag 28 juni 2007

Mager

Vanochtend. Bijna wakker. Tussentijd. Ik moest koken. Voor een groot gezelschap. Ik had lullige stukjes stokbrood met ansjovis klaargemaakt. (?) Toen ik de feestelijke eetzaal binnenkwam, merkte ik dat dat niet voldeed. Niemand zei iets, maar de kritische blikken daarentegen spraken boekdelen. Mijn bijdrage was te mager. Ik besloot ter plekke te gaan improviseren en rende naar de zondag Albert Heijn. Die was half leeg, maar ik wist nog net wat stoofvlees en wortelen te bemachtigen. Stoofvlees moet uren sudderen, daar was geen tijd voor. Er waren geen pannen. En intussen zat dat kritische gezelschap mij aan te staren, zonder hun poten uit te steken. En natuurlijk was er haast geboden. Altijd die rottige haast.

Ik ga dit geen betekenis geven. Niet psychologiseren, zeg. Is helemaal niet nodig. Interpreteren? Ben je gek. De eerlijkheid gebiedt mij slechts te zeggen dat die door mij opgehemelde Tussentijd ook wel eens minder soepel en inspirerend verloopt. Misschien toch gaan mediteren of joggen? En zo de nachtmerries verdrijven? (zie posting 25 mei 2007)

dinsdag 26 juni 2007

Vakantiewerk (1)


Zoon A. (16) doet vakantiewerk in de keuken van een restaurant. Afwassen. Vriescellen schoonmaken. Honderd kippetjes vullen met citroen. Hij komt moe thuis. Uitgeput bijna. Maar heel gelukkig en voldaan!

Waarom lukt het het Amsterdams Lyceum niet om hem zo te laten glimmen van trots? Wat is dat toch met vakantiewerk?

Herinnering. Ik was zestien en ging mij inschrijven bij uitzendbureau Tempo-team. Ik was zelf nooit op dit idee gekomen, maar ik liet me meeslepen door M. mijn vriendin. Een type-snelheid-test moest ik doen, waar ik mij met twee vingers doorheen blufte. Ik had een jaar in het schoolbestuur gezeten als ab-actis, en had zelf een enorme hoge dunk van mijn typevaardigheid. Tempo-team zag er echter niets in.

Dus werden het twee weken in de kartonnagefabriek in Schiedam. Mijn opdracht? De zijkantjes van kartonnen sigarendoosjes razendsnel checken op oneffenheden. Of razendsnel? Nee, eerder produceerde de machine een constante, gestage stroom kartonnen strookjes, waar ik uitviste wat niet voldeed. Twee weken vol rafelige kartonrandjes, slecht gesneden stukjes en propperig papier. Grandioos.

Zoveel nuttiger dan Grieks en Latijn. Of kunstgeschiedenis. Of gymnastiek. Eindelijk het echte leven. Het klokken, de geur van karton, het constante lawaai, de onderlinge grappen die ik nauwelijks begreep, elkaar waarschuwen als de baas zich op de werkvloer vertoonde, de Turkse collega die probeerde te imponeren, ja, flirten bijna, de kantine met vieze stinksoep- ik weet het allemaal nog precies. Ik voelde me belangrijk. Soms ongemakkelijk. Maar in ieder geval hoorde ik ergens bij.

Vakantiewerk, een niet te onderschatten volwassenheidsrite. Echt hoor, daar kan geen leraar tegenop.

woensdag 20 juni 2007

Echte Leraren

Zat gisteren met M. (zoon, 14 jaar) tv te kijken. Saaie tv vond hij. Nova of iets dergelijks. Veel politici in beeld. Hij deelde mensen in, 'echt' of 'onecht'. Balkenende was volgens hem niet 'echt', maar Middelkoop wel. Bos is 'echt' en Donner ook. Maar Wilders weer niet. Die is 'onecht'.

'Deel je leraren ook zo in?' polste ik.
'Ja', antwoordde hij verrast. 'Beter een saaie, maar echte leraar, dan eentje die onecht is.'
'Wat bedoel je dan met onecht?'
'Iemand die doet alsof. Die leuk doet omdat hij aardig gevonden wil worden. Dat is vervelend.'
En hij imiteerde zijn aardrijkskundeleraar, met plat Amsterdams accent. 'Zo, jongens, ga lekker sittuh en voor je selluf aan het werruk.'
'Echt of onecht?' vroeg ik.
'Echt. Het is alles wat die man doet. Hij legt nooit iets uit. Maar het is wel echt. '
Leerzaam zo'n zoon van veertien. En echt.

vrijdag 15 juni 2007

Second Life (2)

Zou het zo kunnen zijn dat de fanatieke Second-Life-bezoekers uit zichzelf slechts dat eerste routineuze leven leiden? En dat ze die onderstroom er niet zelf bij kunnen verzinnen? Is voor deze mensen Second Life echt dat broodnodige tweede leven? Maakt Second Life hun leven houdbaar?

donderdag 14 juni 2007

Second Life (1)










Second Life. Het is een actueel onderwerp dat de gemoederen bezighoudt. Maar het trekt me absoluut niet om er nog een leven op na te houden.

Ik leid sowieso al twee levens. Het gewone, aardse bestaan: douchen, koffie drinken, bellen, lesgeven, de hond uitlaten, stukkies bespreken, eten, huiswerk van de kinderen, de afwas, de krant, nog even lezen, ruzie maken, slapen. Routine. Boodschappen doen, o, de koffie is op. Hoe laat ben je thuis? Dat werk. Dat onontkoombare gedoe. Dat aardse en huishoudelijke geneuzel.

En daaromheen cirkelt mijn tweede leven. Wat ik denk. Wat ik voel. Wat ik zoek. Wat ik vind. Wat ik niet vind. Wat ik niet weet. Wat me verbaast. Wat me verdriet. Wat me vervult met passie. Wat ik leer. Wat ik afkijk. Wat ik me herinner. Wat me doet walgen. Wat ik waarmee associeer. En waarom. Wat er misgaat. Wat niet af is. Wat ik me afvraag. Welke verhalen ik leef. Wat me doet lachen.

Dat tweede leven is de onderstroom die de routine van het eerste leven houdbaar maakt. Zonder onderstroom zou mijn eerste leven plat zijn. Dimensieloos. Misschien niet eens de moeite waard.

Het eerste leven vind je terug in mijn agenda. Het tweede leven is te lezen op dit weblog. Dat is een heel verschil.

maandag 11 juni 2007

Berlijn

Berlijn? Grote lappendeken. Een stad die de tongen losmaakt. Hippe stad. Sjieke stad. Stad in opbouw. Affe stad. Een mengeling tussen Parijs en New York, maar dan in Midden-Europa. Een oude en nieuwe stad. Een lelijke stad met prachtige monumenten of een mooie stad met pompeuze gebouwen? Een stad waar de 20e eeuw doorheen is geraasd en gaten heeft geslagen. Een stad met een zware geschiedenis. Een lichte stad met levenslust. Veel sferen, veel wijken. Berlijn heeft zin. Berlijn is hartelijk. Berlijn is blut. En rijk. Berlijn laat zich niet in een hokje stoppen. Is volkomen authentiek. En dat trekt. Een stad waar ik nog een keer heen wil. Om verder te zoeken. Niet zomaar een stad. Centrum van Europa. Berlijn.

woensdag 6 juni 2007

Herr Bissecker

Morgen reis ik naar Berlijn. Vier hele dagen in Berlijn. Een stad die ik niet ken, maar die ik graag wil leren kennen. Op dit moment zit me vooral dwars dat ze Duits praten in Berlijn. Ik ben namelijk erg slecht in Duits.
Als ik aan Duits denk, denk ik aan Herr Bissecker. Dat was mijn leraar Duits op de middelbare school. Door mijn oudere zussen (en hun vriendjes) had ik me laten opjutten. Durfde ik tegen mijn leraar Duits te zeggen: 'Du bist verruckt' Nee, toch. Of wel?
Ik was een lefgozertje in die tijd en ging de uitdaging aan. Natuurlijk kreeg ik straf en natuurlijk moest ik nablijven. De nablijfmiddag duurde eindeloos lang. Een muf lokaal vol verveling. De lol was er af. En de wraak van Herr Bissecker zoet. Zoeter dan hij zelf vermoedde, denk ik. Het suikerwater droop langs zijn kin, toen hij langs mijn tafeltje liep, stilhield, zijdelings naar me keek en zei: ' Jij hebt ook dikke brilleglazen, he?'
Ik implodeerde.
Sinds die tijd heb ik geen woord Duits meer gesproken.
Ik verklaarde Herr Bissecker dood.
En binnen een jaar had ik contactlenzen.