dinsdag 31 juli 2007

Originele details



Hij staat er nog. Hij zweeft niet boven de bomen. Hij is niet verdwenen. Nee, de Kip Kemphaan gedraagt zich vooralsnog als een trouw beestje. De oldtimer caravan staat sinds gisteren bij mijn vakantiehuisje, en alles is anders. Het bos is anders. De lucht is anders. Ik zelf ben de draad kwijt. Af en toe gluur ik vanuit het huisje, en dan ben ik steeds verbaasd dat het ding er nog staat. Oldtimer. Net als ik. Bouwjaar 1962. Met originele details, zo stond het wervend in de advertentie op Marktplaats.

Ik heb mezelf moedwillig een kater gedronken gisterenavond. Wat moest ik anders doen om de herinneringen die me van alle kanten beslopen, te bezweren? Dat ik in een oud fotoalbum was terechtgekomen, dat was nog tot daar aan toe. Maar dit fotoalbum leek wel tot leven te komen, herinneringen die ik allang begraven had, kronkelden zich weer omhoog als oude bleke maden uit een graftombe.

Ik doe een middagdutje met papa, om de Zuid-Franse hitte te ontvluchten. Daar zit de jerrycan. Toch? Hier slaapt mama. Toen zat daar een gordijn. Hier, onder de banken, heeft mama een voorraad verstopt van blikken soep, potten pindakaas en knakworstjes. Een boekenplankje met Wiplala van Annie M.G.Schmidt. Zie je wel. Een gebloemde slaapzak. Een blauwe zwembroek met witte visjes. Gasfles. De drank veegt alle herinneringen op een steeds overzichtelijker wordende hoop.

's Nachts spat de overzichtelijke hoop uiteen in duizenden kleine splinters. Fragmenten van beeld, kleur en geur. En dat allemaal omdat ik die kleine vertrouwde Kip Kemphaan weer was binnengestapt. De wereld van mijn kindertijd.

Kijk! Wat heeft de Kip Kemphaan een schattige gordijntjes. Het geel doet pijn aan mijn ogen. Dat heb je soms met originele details.

maandag 30 juli 2007

Rare Sensatie

Rare sensatie. Oudste zoon A is dit weblog aan het lezen -ik zit tegenover hem aan de vakantie-keukentafel- en hij grinnikt af en toe hardop. Hij vraagt me wanneer er nu eens een echt boek van mijn hand verschijnt en ik hoor mezelf antwoorden dat mijn weblog wel eens zou kunnen resulteren in een boek of nee, beter, dat het misschien al het begin van een boek is, en dat je als lezer mag meegenieten van de ontstaangeschiedenis.

Rare sensatie, omdat het antwoord voor me uit vliegt, en ik er zelf langzaam achteraan hobbel. Net alsof het niet uit mezelf komt. Ik bedenk graag dingen in antwoord op vragen van anderen. Alsof ik in samenspraak pas in vorm ben. Makkelijk, dacht ik vroeger. Het is beter om in alle eenzaamheid op een zolderkamer meesterwerken uit te broeden. Nu oordeel ik niet meer zo snel. Ik constateer. Er zijn meerdere wegen naar Rome.

Zoon A. grinnikt alweer. Ik weet niet wat zijn gegrinnik betekent. Ik vraag het ook maar niet. Ik heb genoeg stof in de tussentijd. Er zijn meerdere wegen naar een boek.

vrijdag 27 juli 2007

Mentale route


Een man zit in een bootje op het water. Aan de ene kant ziet hij Engeland, aan de andere kant Frankrijk. Hij roeit, en roeit en roeit. Na een uur is hij niet veel opgeschoten. Het is onduidelijk of hij naar Engeland roeit, of naar Frankrijk. Hij dobbert maar wat. De man in het bootje heet Jeremy Wood, in zijn bootje zit een GPS ontvanger. Hij tekent woorden met zijn boot. Zo’n weblog! Zomaar wat dobberen! Een neerslag van een mentale route.

Citaat gevonden op www.buuv.nl

(= blog van Irma Driessen, met wie ik samen het vak 'interactieve tekst' ontwikkel voor het Instituut Interactieve Media aan de Hogeschool van Amsterdam. Het medium weblog zal in dat vak een grote rol gaan spelen, voor zowel studenten als voor ons, docenten. Vandaar ons onderzoek naar de betekenis en de mogelijkheden van een weblog.)

donderdag 26 juli 2007

Jatten

Ik ben een beetje jatterig, kopieerderig. Zal wel door de vakantie komen. Geen zin om zelf iets te verzinnen. Gaat veel door me heen, maar neem de moeite niet om het op te schrijven. Vind het bij anderen. Gelukkig is dat jatten en linken ook de bedoeling van een weblog. Komt dat ff goed uit.

Citaat Martin Bril
‘Alles draait om stijl. Norman Mailer heeft eens geschreven: “Style after all is revelation.” Daar ben ik het helemaal mee eens. Wel grappig trouwens dat Mailer dat heeft gezegd, omdat hij zelf helemaal geen stylist is. Die man schrijft als een motorzaag. Maar dat maakt niet uit. Wat hij bedoelt is dat stijl altijd meer aan het licht brengt dan je denkt. Goede schrijvers weten niet wat er tevoorschijn komt als ze gaan schrijven, die kunnen zichzelf verrassen met een zin. En die zinnen waarvan je niet wist dat ze je in je had – ware zinnen noem ik ze altijd –, dat is de kern van schrijven, of je nou fictie schrijft of non-fictie. Non-fictieschrijvers baseren zich op de bestaande wereld, maar als het goed is ontstaat er óók altijd een nieuwe wereld. Dat is namelijk wat een goed boek is: een nieuwe wereld.’

woensdag 25 juli 2007

Keukentafel

Gisteren bij J en Th., bevriend echtpaar - generatie ouder. Hij heeft kanker, rotziekte. Wij zijn bezorgd. Hij heeft chemotherapie, zij nodigt ons uit aan haar keukentafel. Zij gooit wat lekkere kant-en-klare-Albert-Heijn-hapjes op tafel, schenkt ons wijn in en gaat snel weer zitten.

Je gaat niet naast de keukentafel staan, dat is onzin. Of eromheen lopen. Of erlangs redderen met pannen. Nee. Een keukentafel is minstens om aan te zitten. En op een beetje keukentafel kan je leunen. Bouwen.

We vragen hoe het gaat. We zien hoe het gaat. Het is fijn om daar in die keuken wijn te drinken. Om alleen maar even daar te zijn. Een keukentafel is er om te lachen, te eten, elkaar aan te kijken, in de rede te vallen, het met elkaar eens te zijn of niet, elkaar vragen te stellen, kennis te maken, kennis te delen. En dat doen we dan ook.

Na een uurtje gaan we weer. In de auto begin ik tegen man te oreren: Begint niet alle goede communicatie aan de keukentafel? Is een keukentafel eigenlijk niets anders dan de huiselijke versie van, laten we zeggen, de tweede kamer, of het cafe, de markt, het weblog of second life en het internetforum? Waar zouden we zijn zonder keukentafel? Het is de witte wijn. Uitkijken, ik word wat overdreven lyrisch.

Ik laat het een nachtje rusten. Dat is beter voor iedereen. Maar 's ochtends, zonder witte wijn, schiet het onderwerp me weer te binnen. En dus daarom dit stukje. Voor J. en Th. en hun warme keukentafel.

vrijdag 20 juli 2007

Kierewiet


Beste lezers, lurkers, reagluurders, bezoekers - het wordt tijdelijk wat stiller op dit weblog.

Ik ga voor me uitstaren zonder tekst. Oei.
Probeer de woorden te laten voor wat ze zijn. Moeilijk!
Laat ze langskomen, zonder me eraan te hechten. Ondoenlijk!!

Ik ga luisteren naar kabbelend water.
Of de fluitende kierewiet.
Het ploppen van een kurk.
Het knetteren van het kampvuur.
Het ritselen van de bomen.

Oke - soms misschien heel soms een heel klein, piepklein vakantieberichtje tussendoor in de tussentijd. Een ansichtkaartje. Als teken van leven. Misschien, hoor.

En vanaf eind augustus schrijf ik weer een wekelijkse brief aan mezelf. Tot dan!

maandag 16 juli 2007

Teken


Ik zit met een raar dilemma. Nou, dat is nog mild geformuleerd. Het is eerder een crisis.

Afgelopen week een training gegeven op Terschelling. Geschreven op het strand. Over de kleur van de golven, de voetstappen in het zand en de krijs van die ene brutale zeemeeuw. Geschreven op het Hoge Duin, waar we de wereld konden overzien. Geschreven vanuit ons hart en over onze passies. Fles met een gedicht gepost en zo teruggegeven aan zee. Prachtig, hoor! Drie dagen vol woorden en poezie.

En wat schrijf ik na afloop in mijn opschrijfboekje?
IK VERLANG NAAR EEN WERELD ZONDER TAAL.

Ik schrik me rot, want ik meen het.
IK VERLANG NAAR EEN WERELD ZONDER TAAL.
(Zo, reageert een nuchtere Haagse deelnemer. Da's ook lastig. Daar gaat je broodwinning.)

Vanwaar toch die behoefte om onze belevenissen te vangen in woorden? Is de ervaring van de wind in mijn haren niet genoeg? Is het nodig dat we dat opschrijven? Waarom zouden we de zee in woorden vangen? De zee? Mijn woorden zijn sowieso te klein voor de zee. Wat schrijven we op na het dansen? Is de sensatie van het dansen zelf dan niet genoeg? Maken woorden een ervaring nou echt mooier, beter, dieper, leuker?

Wat is schrijven eigenlijk een ontzettende onbeholpen manier van communiceren. Een knullige omweg van de menselijke stem. Schrijven we, omdat we het niet direct aan een ander kunnen zeggen? Of durven zeggen? Zijn schrijvers eigenlijk grote schijterds? Of schrijven we omdat we niet weten hoe we moeten omgaan met de stilte? Uit angst voor witte bladzijden?

Een crisis, zeg dat wel. Want ik heb geen antwoord. Ik zit alleen maar vol met vragen. Waarschijnlijk heb ik het afgelopen studiejaar gewoon teveel gelezen en gepraat. Teveel trainingen gegeven? Teveel klassen geleid? Ben ik de taal gaan wantrouwen? Lijd ik aan taalvervuiling, waardoor ik de schoonheid ervan niet meer zie?

Voorlopig eerst maar eens op vakantie. Het wordt stiller op dit weblog. Tot ik die 26 magische, miezerige, rare, onbegrijpelijke, kleine, krachtige, veelzeggende lettertekentjes gewoon weer ga missen.

Want dat gaat vast gebeuren. Ik weet het bijna zeker. Ik hoop het. Tot gauw.

zaterdag 7 juli 2007

Julius


Harry Mulisch schrijft in zijn dagboek (5 juni 1991) het volgende:

' Vannacht - eigenlijk vanochtend - gedroomd dat Julius (de teckel) naar mij toekwam. In de twee zachte holtes tussen zijn keel en aanzet van zijn voorpoten zaten plotseling twee extra ogen, lichtgrijze, die mij aankeken. Hij bracht zijn snuit naar mijn oor en zei zacht: 'Harry...' Met een fysieke schok van verbijstering werd ik wakker.'

Eigenlijk vanochtend? Eigenlijk vanochtend? Maar dan heeft Mulisch het toch gewoon over Tussentijd! Is dit niet een typisch voorbeeld van ochtenddromen in de tussentijd? Ja!
Ik weet niet precies waarom, maar het stemde me opeens heel erg licht toen ik dat besefte. Ik ben in goed gezelschap, of zo? Andere mensen hebben het ook? Een bevestiging? Iemand die de Tussentijd serieus neemt? Die erover schrijft?

Trouwens, dit fragment was te vinden in Hollands Diep (zomer 2007). Mooi cultureel-literair magazine met veel inhoud - voor een magazine.

woensdag 4 juli 2007

Wakker


Een paar dagen geleden keek ik naar het journaal. Marga van Praag presenteerde een typisch zomer-item. Daar is Marga van Praag heel goed in. Met haar opgewekte stem. En naieve vragen.

Ze interviewde een ongeruste mevrouw op diens Amsterdamse woonboot. Deze mevrouw had besloten om te verhuizen naar de wal. De gemeente had haar namelijk alarmerende brieven gestuurd over de stijgende waterspiegel.

Marga van Praag onschuldig: ' Maar zo'n boot stijgt dan toch gewoon mee?' De mevrouw mompelde iets terug over kabels en riolering en andere pijpleidingen die dan niet mee zouden stijgen, omdat ze vastzaten. Dat zou een rottig rommeltje geven en daar had ze geen zin in. Nee hoor, voordat het zover was, zat zij hoog en droog op de wal. Haar besluit was gevallen, zei ze en keek daarbij triomfantelijk in de camera.

Vannacht onweerde het. Een lichtflits, een oerknal recht boven ons huis. Toen een heel laagvliegend toestel. En daarna veel, heeeeeeel veeeeeeeeel reeeeeeegen. Marga van Praag verscheen op mijn netvlies en prompt kon ik natuurlijk de slaap niet meer vatten.

Stel je voor dat het de komende tien jaar onafgebroken blijft regenen? Dat water moet toch ergens vandaan komen? En wat te doen als het water aan de oevers van de Amstel staat en er soms overheen sijpelt, maar niet de hele tijd? Als het zogezegd nog wel gaat? Kelder en souterrain dichttimmeren en onbewoonbaar verklaren? Op zolder gaan wonen? Geen elegante hakken meer, maar kaplaarzen?

En wat als het op een gegeven moment echt tot over onze enkels staat? Gaan we dan in ons buitenhuisje wonen, in wat tegen die tijd Ommen-aan-Zee heet? En trouwens, waarom stuurt de gemeente Amsterdam alleen woonbootbewoners een alarmerende brief? Wat staat daar precies in? En waarom krijgen wij huizenbewoners die niet? En waarom vloog dat vliegtuig daarnet zo raar laag boven ons huis?

80% van de Nederlanders maakt zich ongerust over de klimaatverandering. Daar hoorde ik nu bij. Ik lag te woelen in mijn bed en kon de slaap niet meer vatten. Wat me misschien wel werkelijk wakker hield was natuurlijk die vrolijke, opgewekte, quasi-onschuldige, Nederlandse, kleine, vrouwelijke versie van Al Gore. Marga van Praag! Ik wenste haar stilletjes de verdrinkingsdood toe. Maar het haalde niets uit. Zij was slechts de onschuldige boodschapper en die rol speelde ze met verve. Don't blame the messenger.

Ik ben definitief klaarwakker.