maandag 26 november 2007

Curriculum Illusione

Dit is een website waar ik af en toe langs surf, een beetje huiverig word ik ervan. Ik houd van levensverhalen, ik houd van impressies van zoekende, levende mensen... maar om nou te gaan verzinnen waar we precies sterven? Halt. Dat vind ik eng.

En daardoor ook aantrekkelijk. Je durft het wel. Je durft het niet. Durf het wel. Durf het niet. Wel. Niet.

zaterdag 24 november 2007

De Wereld Draait Door

Ik wil het hebben over Matthijs van Nieuwkerk. Ik stond college te geven voor honderd studenten op woensdagochtend 21 november. Terwijl ik praatte, een nieuwe slide aanklikte en mijn studenten aankeek, dacht ik opeens: Shit, ik heb vannacht van Mathijs van Nieuwkerk gedroomd. Terwijl ik nog wel besloten had om dat niet te doen. Omdat hij zo'n man is, op wie alle vrouwen vallen. Nou ik niet, dus. Had ik bedacht.

Het verbijstert me dat dat allemaal naast elkaar bestaat. De realiteit van honderd mensen voor mijn neus. De realiteit van een droom. Van een college. Van hier sta ik. Van Matthijs van Nieuwkerk. Hallo, in hoeveel duizelingwekkende dimensies kan een mens tegelijkertijd zijn? Wat kunnen wij in één moment omvatten? Hoeveel lagen kunnen we aanboren, zonder gek te worden? Want ik had nog niet genoemd, dat ik op datzelfde moment ook bedacht dat ik nog iets moest kopiëren. Dat ik vanavond mijn moeder moest bellen. Dat het koud was in de collegezaal. Dat er een student voor mijn neus zat die tergend langzaam een thermoskan uit zijn tas haalde en zichzelf een kopje (koffie? thee?) inschonk. Dat ik vroeger mijn zusje pestte door haar schoolschriften te verstoppen en niet te zeggen waar. Dat het buiten regende en ik mijn paraplu was vergeten. Dat ik straks niet moest vergeten mijn koffie af te rekenen.

Afijn, laat maar. Matthijs van Nieuwkerk leidde een camping. Waar ik mijn tentje had opgeslagen. Hij was erg aardig, zonder opdringerig te zijn. En wees me de weg. Hij hurkte iedere ochtend bij mijn luifel neer om te vragen of ik het naar mijn zin had. Ik draaide me nog eens om in mijn slaapzak. Ja, ik had het naar mijn zin. Nee, ik had niks nodig. Plotseling veranderde de camping in zijn atelier. Weer leidde hij me rond als een attente gentleman. En daar viel ik voor. Als een blok. In mijn droom.

Deze droom roept veel vragen op. Zoals, wat is de overeenkomst tussen een camping en een atelier?

dinsdag 20 november 2007

Pointer Sisters

Ik wil opeens heel graag negerin zijn.
En 65 jaar oud.
Met mijn zussen in Paradiso optreden.
Op een druilerige avond in november.
Dat wil ik.

Yeah! I'm so excited! We were there! They loved Amsterdam and we loved them. The one and only Pointer Sisters.

maandag 19 november 2007

Prettige avond verder

Ik wil het hebben over Sacha de Boer,
cyperse raskat met een rij tepelknoopjes
om u tegen te zeggen, die iedere avond
klokslag acht haar geursporen uitzet
op het industrieterrein.
Zij zegt wat wij moeten zien.
Zij wijst ons de weg en dat doet ze
zo onweerstaanbaar omfloerst dat wij
als domme krolse katertjes achter haar aan
hobbelen langs harige arbeiders op de barricade,
vinnige advocaten aan de toegangspoort,
brandende vlaggen en blauwe rivieren,
ruïnes van kerken, verkoolde kunst,
roestige rommel op het rangeerterrein.
En dan nu het weer. We stoppen.
Onze opwinding is gaan liggen.
Blauwe hemel. Wintertijd.
Geen vuiltje aan de lucht.

zaterdag 17 november 2007

Spiegels

Ik wil het hebben over mezelf
door de ogen van mijn kinderen.
Zij zien een vrouw die aan de
keukentafel zit te schrijven.
Pennen in een groen schriftje.
Een vrouw die verslag doet
van haar leven, waarin
zij een grote rol spelen.
Soms lezen ze mijn blog, dat
laten ze merken, ze zijn geloof ik trots
als ze onderwerp zijn.
Mijn moeder is schrijfster, denken ze dan.
Terwijl ik me steeds afvraag
of ik het wel kan maken om hen in
de schijnwerpers te zetten, of ik daarmee hun
privacy niet aantast, hun ziel, of het onveilig
voelt zo'n vrouw aan de keukentafel
die over je zit te schrijven in dat
eeuwige stomme, groene schriftje.

Ze worden gezien. En daardoor worden
hun ogen helderder. Dieper van kleur.
Dat zie ik ook.

vrijdag 16 november 2007

Koningskind

Ik wil het hebben over de superstorm
in de nacht van 8 op 9 november.
De regen klauwde smekend aan het raam.
De wind rukte en rammelde aan de deuren.
De superstorm wilde naar binnen.
Dat was duidelijk.
Ik deed de deur op slot en dat hielp.
Toen zag ik mijn dode vader buiten lopen,
zo springlevend als King Lear,
even naakt, gek, wanhopig, razend.
Daar liep hij en hij was de weg kwijt.
Nou, zeg, dat kun je wel zeggen.
Wat was mijn vader de weg kwijt.
Deze Cordelia zag hem strompelen in het donker.
Hij was de liefste koning van de hele wereld.
En zij geen koningskind, maar kind.
De nar wuifde en gebaarde
dat ze de deur op slot moest doen.
Extra in het nachtslot, bedoel je? Ja.
De nar trok een lange neus
en haalde huppelend zijn schouders op.

maandag 12 november 2007

Bijna-bijna-doodervaring

Ik wil het hebben over
de zaterdagmiddagmatinee.
Liza Ferschtman trekt met haar viool
lange draden vanuit het donkere
tropische regenwoud van mijn ingewanden
dwars door het dak van het Concertgebouw
naar de strakblauwe hemel, terug via onmetelijke
sneeuw- en ijsvlaktes naar zware, zwarte boerenakkers.
Rust. En dan flitst het weer een andere route
langs diezelfde punten. Vlijmscherpe draden
van schoonheid, zo dun en sterk als de e-snaar zelf.

Op tv zag ik laatst een vrouw praten over haar bde.
Haar bijna-dood-ervaring.
Zij wist nu wat de bron was van alle religie,
ze had liefde gevoeld en rust.
En dit alles in een tijdloos bewustzijn.
Ze zei het zonder een spoortje ironie.

Dat is het! Dat! Ja! Ja! Precies!
Ferschtmann speelt een sequenza van Berio.
Ik klink daarmee als een kenner.
Dat ben ik niet. Alhoewel?
Sinds 3 november 2007 weet ik weer een klein beetje meer.

woensdag 7 november 2007

Baren en Schrijven (3)




























De stierenvechter en de jonge moeder: ze delen de blik van trots en uitputting, van niet meer helemaal weten wat er is gebeurd of wat er gaat komen, van verwarring, leegte.

Geniaal van Rineke Dijkstra om die destijds (1994) naast elkaar te zetten.

dinsdag 6 november 2007

Baren en Schrijven (2)

Vervolg op de vorige posting.

Kristien Hemmerechts. Eerlijk is eerlijk. Zij waagde het erop. En zij kan het. Een bevalling laten zien in woorden. Het baren vatten in taal.
Zonder de omweg van de ironie. Zonder hysterie.
Ja, min of meer zoals het is.

Een fragment uit haar roman Zuil van Zout. Hou je vast. (Of haak af. Dat kan natuurlijk ook.)

"Laat maar zakken, denk ik nu iedere keer, laat maar komen. Besef dat de baby eruit moet, haar tocht begonnen is, aanmoediging nodig heeft. Mijn hele lijf zit in mijn onderbuik, elke zenuw, al mijn bloed. Ik ben pijn. Korte momenten van geen pijn tussendoor. Ademhalen. Iemand bet mijn gezicht. Iemand geeft me een hand. Ik knijp een hand. Samen met de hand ga ik de wee in. Laat maar zakken, laat maar komen. Ik zit in een cocon van pijn. Ik adem in stootjes, ik hijg, wee na wee. Ik laat zakken, duw zachtjes mee, zit in een cocon. Plots wordt de cocon meedogenloos opengescheurd. Energie gulpt door mijn lijf. Ik klem mijn tanden op elkaar, bal mijn vuisten, span mijn lichaam. Ik duw. Ik duw al mijn ingewanden naar buiten. Ik duw het bloed mijn aders uit. Ik vermorzel de hand in mijn hand. Ik word opengereten, opengescheurd. En dan is er geen pijn meer. Mijn onderlichaam davert tegen de bodem van het bad, mijn tanden klapperen, ik kan mijn lichaam niet onder controle houden. Ik laat de hand los en geniet van geen pijn. Het is erg stil. Ik lig in een bad, het bad van het klooster. Overal is er bloed. Mijn bloed. Het is stil. Ik kijk naar de zuster en glimlach naar haar, maar zij kijkt naar iets tussen mijn benen. Dan zie ik het ook.
Ik probeer me op te richten, op mijn armen te steunen, het bibberen onder controle te houden, en kijk naar het met bloed en slijm besmeurde lijfje tussen mijn benen. "
(p. 151, Rainbow pocket)

donderdag 1 november 2007

Baren en Schrijven (1)


31 oktober 2007
De wekker gaat. Man feliciteert me. Met onze zoon A. die vandaag zeventien wordt. Nog half in slaap, antwoord ik, tot mijn eigen verbazing: 'Wat een bevalling was dat!' En dat was het.

Ik heb destijds wel honderden pogingen gedaan om erover te schrijven, over mijn eerste overweldigende, onzinnige, beestachtige, prachtige, krankzinnige, ja, bijna onmenselijke ervaring om deze baby op de wereld te zetten.

Je kunt eten en de krant lezen.
Je kunt bellen en zwaaien.
Je kunt fietsen en kletsen.
Je kunt lezen en thee drinken.
Maar baren? Je kunt baren. That's it.

Over het hyperventilerende gepuf om je adem om die gigantische buik heen te leiden. Over je irritatie voor licht. Voor washandjes. Voor aandacht. Voor aanrakingen. Over hoofdjes die weer terugfloepen. Over gyneacologen die, ja wat doen die eigenlijk? Over puffen en persen. Over iets levends uitpoepen dat er eerst niet is en dan wel. En dat blijft. Over een raar, klein mannetje dat je met wijze ogen aankijkt alsof hij je al jaren kent. Over het gepruts met melkborsten en navelbandjes en luiers en badjes en flesjes. Over de zorg, die toen begon en nu al zeventien jaar onder mijn leven kabbelt.

Baren en schrijven: kennelijk ook een onmogelijke combinatie. Want ik vond er geen enkel boek over. En dat miste ik. Ik wilde lezen hoe andere vrouwen dit ervaarden. Of ik de enige was wiens wereld op zijn kop gezet was door de komst van zo'n kleine kabouter. Ik kwam allerlei technische bevallingsboeken tegen, dat wel, maar die stonden vol met onbruikbare tips voor de op handen zijnde bevalling. Niets over het baren zelf. En ik las de Ouders van Nu, maar die repte van babybehang en hoe je gezellig met je schoonmoeder naar Artis kon. Ook de literatuur meldde niets. De poëzie? Leeg. Alle geschreven woorden zwegen als het graf over de bevalling. Baren bleek het best bewaarde vrouwengeheim te zijn.

Dus ging ik het zelf proberen. Soms vind ik nog wel eens zo'n poging. Het werd gepruts dat niemand wilde lezen. Ikzelf al helemaal niet. De taal was niet toereikend genoeg. De taal wilde zich niet plooien om zaken rond leven en dood. Althans, niet direct. En dat was wel wat ik zocht. Poging gestaakt. Ik begon te begrijpen waarom alle andere vrouwen er niet over schreven. Het was domweg niet te doen. Een dikke laag ironie hielp, maar die omweg wilde ik niet. En zo bleef deze bevalling een verhaal in mijn hoofd, niet op papier.

Het klink gek, maar zoon A. heeft hier eigenlijk weinig mee te maken.
Hij is mijn zoon. Al zeventien jaar.
Hij is wezenlijk belangrijker dan ikzelf.

Maar dat is weer een heel ander verhaal.