maandag 28 april 2008

Hombroich


Ik was een paar weken geleden in Insel Hombroich. Wil er sindsdien over schrijven en heb dat ook indirect wel gedaan. Want het was in Hombroich dat mijn reisgenoot tot mijn stomme verbazing varens ging fotograferen en aldaar kreeg ik de plotselinge hevige aandrang om mijzelve in te schrijven bij een kunstacademie.


Alle bezoekers aan Hombroich leken te lijden aan zo'n vlaag van vreemde voorbij vliedende inspiratie, leek het wel. Een hippe jongen met gebreide pet stond opeens verliefd naar een zwanenpaartje te staren. Een dikkige Duitser zag ik kiezelstenen fotograferen. Een klein meisje keek stomverbaasd rond, geen oor en oog meer voor haar vader en moeder.


Insel Hombroich is een onconventioneel museum. Een gul gebaar van een rijke Duitse industrieel, die zijn kunstschatten ophangt in paviljoens waar de wind letterlijk doorheen waait. Hombroich zorgt voor vertraging. De pas wordt langzamer. De blik helderder. De mogelijkheden eindeloos. Hombroich resets your mind.


Een rododendron in de knop heeft dezelfde urgentie als een ets van Rembrandt. Of een schilderij nu van Klimt is of van Picabia, is eigenlijk totaal niet interessant. Who cares? Het antroposofische kerrierijsthapje raakt ons net zo als het uitzicht op een narcisveld. Twee mensen die heel zacht de akoestiek van een paviljoen uitproberen, strelen ons oor. De stenen buitenmuur van een paviljoen wordt geaaid. Kruiken die achteloos lijken te zijn neergekwakt maken evenveel indruk als een vitrinekast met zorgvuldig gegroepeerd antiek Chinees glaswerk. Overwoekerde buxushagen gaan een verbinding aan met een groep Cambodjaanse beeldjes.

In Hombroich krijgen mensen, natuur en kunst een totaal gelijkwaardige relatie. Dat geeft ons het gevoel dat alles kan. Alles is mogelijk. En alles is met elkaar verbonden. Een soort verliefdheid maakt zich van ons meester, die nog lang blijft nagalmen. Super toll!

donderdag 24 april 2008

Grote Schoonmaak


Wat ik in mijn leven niet allemaal heb moeten herzien.
Aan meningen. Aan voornemens. Aan smaak.

Ik trouw nooit. Ik hou niet van Amélie Poulain. Ik ga echt niet met vreemden dansen. Ik stop niet met werken als ik kinderen krijg. Ik koop never een caravan. Ik hou niet van Mathijs van Nieuwkerk. Ik wil niet zo'n echtpaar zijn dat zwijgend tegenover elkaar zit. Mijn vrienden zijn mijn familie. Nooit slaap ik voor 24 uur. Dik zijn is voor slappelingen. Ik zal nooit tegen mijn kinderen zeggen dat ik ze niet 'gezellig' vind. Ik haat natuurfotografie. Familie interesseert me niet. De kleur van tuinkussens is onbelangrijk.

Wat was ik bang om een ingekakte tut te zijn, zo bang dat ik allemaal straffe dingen over mezelf afriep, die ik dan weer tandenknarsend moest hernemen. (Ik keek vanochtend Amélie Poulain - en vond het een heerlijke film. Terwijl ik er eerder bij in slaap was gevallen en dacht dat dat aan de film lag. Vandaar.)

Het lijstje is bij lange na niet volledig, maar dat doet er ook niet toe. Het gaat om het schoonmaakgebaar. Pffff. De bezem erdoor. Weg met die rommel. Weg met die ruis. Weg met die kwetterende stemmetjes die van alles van me moeten.

"Meningen hebben is verraad plegen aan jezelf.
Geen meningen hebben is bestaan.
Alle meningen hebben is dichter-zijn." (212)

maandag 21 april 2008

Zwervende Dichter

'Zoekt u iets?' vraag ik. Ze staat voor mijn huis te turen, trapje op, trapje af. Het pand bekijken van een afstandje. Weer richting tuinhekje. Ik zet mijn fiets op slot.

'Zit hier een ... eh... schrijverschool?' vraagt ze. Ze heeft een wollen muts op en een lege knalgroene boodschappentas aan haar arm. Ik ben een beetje op mijn hoede. Is ze een zwerver?

'Ja, het Schrijfatelier', zeg ik. 'Dat is mijn bedrijf.'
'O', knikt ze afwezig. Stilte die ik niet kan interpreteren. Wat wil ze nou?

'Wilt u verder iets weten?' vraag ik om haar op gang te helpen.

'Ik woon in Australië, ziet u. Ik ben naar Nederland geëmigreerd, toen ik jong was. Ik dicht in het Engels. Een jaar of drie geleden ben ik mijn gedichten gaan vertalen naar het Nederlands. Vooral de gedichten die over de oorlog gingen. Snapt u?'

Ik denk dat ik het snap. Maar waarom is ze hier?

'Ik volg een cursus op de Schrijversvakschool. Bij Carla Boogaards. Kent u die? O, zal ik u mijn bundel laten zien? Ik kan hem alleen niet weggeven, want ik heb er nog maar vijf, en ik ben hier pas een week.' Ze lacht verontschuldigend.

'Misschien vindt u het leuk om van de week samen een kopje koffie te drinken?' stel ik spontaan voor. Het is er uit voor ik het weet. Maar het lijkt me ook echt leuk. Gewoon een kopje koffie? Nu is zij argwanend. Ja, gewoon een kopje koffie.

'En een goed gesprek over poëzie natuurlijk', voeg ik er snel aan toe. Ze lacht. Ontspant.

Ze is acht weken in Nederland om in haar moedertaal te leren dichten. Haar Nederlands is niet goed genoeg, vindt ze zelf. Ze woont in een appartement aan de overkant van de straat. Aan het eind van het gesprek geven we elkaar een hand, als het ware om de afspraak te bezegelen.

Zo ontmoet ik ze graag, zeg, zwervers. Eh, dichters.

maandag 14 april 2008

Levenslust

Het is voorjaar en dan heb ik het. Dit jaar ben ik er vroeg bij. Het is tenslotte nog maar half april. Meestal krijg ik pas oprispingen in mei of juni. Het is geen blues. Het is geen verliefdheid. Het is geen schoonmaakdrang. Al heeft het wel alles met het voorjaar te maken.

Het is dat gevoel dat ik nu eindelijk eens precies moet gaan doen wat ik ECHT ECHT wil. Ik vergeet dat ik een eigen bedrijf heb. Ik vergeet mijn gebrek aan talent voor sommige dingen. Ik denk niet aan tijd of geld of gezin.

Alles kan. Een soort over de kop geslagen levenslust. Ik moet nu toch echt cabaretier worden. Of uitgever. Of dat boekwinkeltje openen. Ik moet een kunstenaarsdiner organiseren. Een nieuw tijdschrift oprichten.

En dat wil ik dan zoooo graag, dat het echt lijkt. Eigenlijk is het een soort manische aanval. Hij vliegt over, hoor, zoals de vogels ieder jaar vanzelf weer naar een ander land trekken. Maar dat kan ik me nooit herinneren. Ieder voorjaar voelt weer nieuw. Ik neem mijn plannen bloedserieus, struin allerlei websites af, en zie een wereld van mogelijkheden. Voor ik het weet, heb ik me ergens aangemeld of een vergunning aangevraagd.

Dit jaar? Het atelier is gehuurd en de inschrijfformulieren voor de kunstacademie liggen klaar. Ik word namelijk beeldend kunstenaar.

woensdag 9 april 2008

maandag 7 april 2008

Hakken in het zand


Het weblog is even tot stilstand gekomen, geloof ik.
Hakken in het zand. Schrijfhakken. Stttt.
Weet niet waarover. Wil niet 'zomaar' wat doen.

Goh, wat lastig om geen verhaal te hebben.
Een verhaal hebben is paraat zijn.
Voor als iemand vraagt, hoe is het met je.
Dat je dan een verhaal hebt. Zo is het.
Je kunt mij nu beter niet tegenkomen.

Ja, het gaat best goed hoor, er gaat
veel in me om, haha, maar de logica
ontbreekt, niet iets om over naar huis te
schrijven. Ja, dag, tot gauw.

Ik sta de rommel toe.
Geen lijn in de beeldchaos te ontdekken.
Ik weersta de verleiding om er
maar iets van te maken. Want dat wordt
koortsdroomschrijverij.
Inhoud genoeg, maar de lijn!

Er zit niets anders op dan terug te gaan
naar mijn met-de-hand-geschreven-dagboek.
Waar ik vrijuit mag fluisteren, roepen, bidden.
Krabbelen. Plotloos brabbelen. Verboden dingen schrijven:
lange zinnen, moeilijke woorden, veel uitroeptekens,
onbegrijpelijke alinea's, wartaal.

Durf maar eens nietszeggend te zijn. Sttt.