vrijdag 18 juli 2008

Thailand


Als je dit leest, zit ik op een Thaise olifant.
Of ik ben bekeerd tot het Thaise boeddhisme.
Of ik strompel zielsalleen door de Thaise jungle.
Of ik leer Thais koken.
Of ik onderga een Thaise massage.
Of ik lig in de Thaise nachttrein.
Of ik ben zojuist geprikt door een Thaise malariamug.
Of ik dobber in een helderblauwe Thaise oceaan.
Ik weet het niet.
Wel weet ik dat ik rond half augustus terug ben.
Vakantie? Vakantie.

woensdag 16 juli 2008

Schrijfworkshop (7)


vervolg.

Ken uzelve. Dat was eigenlijk kort en goed de les van deze workshop.

Schrijven heeft alles te maken met leven. Schrijven ligt in het verlengde van je eigen persoon, het is niet opeens iets anders, het is niet iets wat je overkomt, iets wat buiten jezelf ligt. Of je nu kookt of afwast of de hond uitlaat of lesgeeft of gitaarspeelt - je zit altijd met jezelf opgezadeld.

Dus ook als je schrijft. Opgezadeld met je eigen stijl. Met je eigen stem. Dat klinkt vervelender dan het is. Want het betekent dat er eigenlijk geen reden is om welke schrijfstijl dan ook te vrezen (tenzij je delen van jezelf vreest). En zoals altijd geeft het leven andere antwoorden dan je vantevoren denkt. Schrijf dus juist op die manier die je het meeste vreest of verafschuwt: het levert onverwachte resultaten op.

Als je in het dagelijks leven uitwaaiert, dan doe je dat op papier ook.
Als er geen theoreticus in je huist, vrees niet dat je opeens gortdroog gaat schrijven.
Als de cliché's van de Bouquet-reeks je tegenstaan, dan val je er schrijvend ook niet op terug.
Hou je van kort en bondig? Wedden dat je ook zo schrijft.
En tja, als je schrijfstijl dicht bij je spreektaal ligt, dan zou het best eens kunnen dat je schrijven af en toe te kletserig wordt.

Ken uzelve. Maar onthou, in je kracht schuilt ook je valkuil.
Een schrijfles, nee, levensles, die ik graag meeneem deze zomer.

(met veel dank aan Tanny Dobbelaar en Marjan Slob)

maandag 14 juli 2008

Schrijfworkshop (6)



vervolg.

Daar gaat 'ie dan.

Versie 3. Over the Rainbow.

Mei was een warme maand, in 1993. Op zondagochtend 23 mei had ik een afspraak met de verloskundige. Ik had weeën, al een week. Nep-weeën, die zich manifesteerden in harde buiken, zoals dat in vakjargon heet. Ze putten me uit zonder dat ze ergens toe leidden. Zonde van mijn energie, vond de vroedvrouw. Ik kon mijn krachten beter sparen voor de bevalling zelf. Daarom spraken we af dat ik diezelfde dag nog om 19 uur naar het OLVG zou komen. De bevalling zou worden ingeleid.

Aan het eind van de middag hebben A. en ik er genoeg van. De hitte maakt het wachten extra zwaar. We gaan een eindje rijden. We parkeren op de lange dijk naar Marken. Dit is ons favoriete plekje: de eindeloze watervlakte van het Ijsselmeer. Witte zeiltjes in de verte. We nemen niet eens de moeite om uit te stappen. Een eeuwenoud echtpaar, zoals we daar in de auto zitten te zwijgen.

Morgen heb ik een kind, denk ik. Maar ik zeg het niet hardop. Waar moeten we over praten? Wat valt er te zeggen met een kind in het vooruitzicht? We zitten allebei in onze eigen wereld. A. op de bestuurdersplek. En ik in de stoel ernaast. Ik voel me eenzaam en mijlenver van hem verwijderd.

'Kijk, een regenboog', zegt A. en hij wijst. 'Alle kleuren van de regenboog pal boven het Ijsselmeer! Dat is vast een goed voorteken.'
Hij kijkt me vertederd aan. We lachen samen. Hij buigt zich naar me over en geeft me een zachte zoen. Voor ons dobbert een zwanenechtpaar op het glinsterende water.

'Het is tijd om naar het ziekenhuis te gaan', antwoord ik.
A. keert de auto.
We gaan naar het eind van de regenboog.
We gaan op weg naar ons kind.


En nu niet 'amen' of 'halleluja' toevoegen. Nee, niet doen!

zondag 13 juli 2008

Schrijfworkshop (5)


vervolg

Het was half vier, tweede dag. De schrijfworkshop was bijna ten einde. Het werd dus de hoogste tijd om aan de laatste versie te beginnen. De kitschversie. De drakerige versie. Het bekentenisproza. Het grote cliché-verhaal. Het verhaal dat ik vreesde.

Ik jongleerde met regenbogen, glimlachende vrouwen, betraande ogen, stoere mannen en zwanenpaartjes dobberend op glinsterend water. Lekker schaamteloos wentelde ik me in alle mogelijke cliché's. Voorbij mijn zelfcensuur en vooringenomen ideeën over wat wel en niet mocht.

Gespannen las ik de eerste versie van mijn kitsch-verhaal voor aan mijn medecursisten. Toen ik klaar was, zag ik dat ze tamelijk blanco naar me keken.
-En? piepte ik.
Mooi, zei de een. Beeldend, zei de ander. Sfeervol, maar geen kitsch.
-Waarom dan niet? vroeg ik enigszins teleurgesteld.
- Omdat jij tussen de regels door schrijft. Je reflecteert, relativeert, je geeft een knipoog. Dat gebeurt niet in een Bouquetreeks.
- Moet ik dat dan weghalen? twijfelde ik hardop. Maar dan wordt het dodelijk saai. Nog saaier. Eendimensionaal. Wat nu?

Mijn medecursisten zwegen in alle talen. Aanvankelijk begreep ik hun stilzwijgen niet. Ik kon het niet interpreteren. Weken later viel het kwartje. Het was alsof ze zeiden:
- Wees niet zo arrogant. Je kunt helemaal geen kitsch schrijven. Al zou je het willen. Iedereen zijn eigen stijl. Maar kitsch is niet jouw stijl en dus ook niet iets om te vrezen.'

Dus dat waar ik bang voor was, kon ik helemaal niet. Dat gaf vertrouwen en maakte nederig tegelijkertijd. Een wijze les.

En of het klopt, kunt u morgen lezen.

zaterdag 12 juli 2008

Schrijfworkshop (4)


Vervolg.

Versie 2 Het Echte Werk.
Toen schreef ik het verhaal van vlees en bloed. (En gezien het onderwerp moest ik dat in dit geval erg letterlijk nemen.) Het verhaal zoals het echt was.

Ik ondervond aan den lijve dat schrijven veel met acteren te maken heeft. Om het goed op te schrijven moest ik met huid en haar terug in de ervaring van destijds. Gevolg was dat tijdens het schrijven op een gegeven moment de tranen langs mijn wangen biggelden. En dit had niets met goedkoop effectbejag te maken. Maar alles met inleving. Leuk om te doen, maar tamelijk uitputtend.

En was het verhaal uiteindelijk zonder effectbejag? Was het de echte versie? Dat valt nog te bezien. Of de verpleegster inderdaad dik was en groene bolle ogen had, weet ik niet meer. Ik maakte haar zo, omdat ze dan leuk contrasteerde met de knappe gynaecoloog (wiens gezicht ik trouwens me ook totaal niet meer voor de geest haal). Ik maakte hem alleen maar tot een schreeuwerige corpsbal, omdat dat me goed uitkwam voor het verhaal.

Allemaal verzonnen, dus. En toch echt gebeurd.

Lessen tot nu toe.
1) Kijk uit voor vrijblijvend geklets. Daarin schuilt het grootste gevaar.
2) Er is niets mis met effectbejag als dat het verhaal geloofwaardig maakt.

Maar versie 3 verraste me het meest. De kitsch-versie bleek heel anders uit te pakken dan ik verwachtte...

Morgen meer.

vrijdag 11 juli 2008

Schrijfworkshop (3)


Vervolg.



Aan het eind van de tweede workshopdag had ik drie versies van hetzelfde verhaal.

Versie 1 Kerstverhaal in Mei.
Als eerste schreef ik een verhaal in een verhaal. Ik beschreef het verhaal over de geboorte van M., zonder een druppeltje bloed, een spatje zweet. Geen traan geplengd. Een kind geboren zonder een puffende moeder met weeën.

Een kerstverhaal. Een anecdote. Een herinnering. Leuk om op te schrijven. Gezellig om te lezen. Maar onschuldig.

Ik kan er een blog mee volbabbelen, maar het is de vraag of het mij, of de lezer of wie dan ook, wezenlijk raakt. Weer een stukje geschreven. Hopla. En, als ik streng ben, moet ik dit weblog eigenlijk eens overlezen op alle lichtverteerbare babbeldebabbel. En als het TE wordt, dan weg ermee. Schrappen. Herschrijven. Want gezellig en vrijblijvend schrijven: is dat mijn ambitie? Is dat wat ik met dit weblog wil? Mwah. Ik geloof het niet.

Een belangrijk schrijfles. Kijk uit voor vrijblijvend geklets. Het is de gemakkelijke babbeldebabbel-stijl, die ik het meeste moet vrezen.

Morgen meer.

donderdag 10 juli 2008

Schrijfworkshop (2)


Vervolg

'Waar kan je jouw 'onderwerp' mee vergelijken? Wat voor keukengereedschap is het? Wat voor type weer? Wat voor huis? Landschap?' Tanny opende dag twee van de workshop met een korte schrijfoefening. Het is een bekende oefening voor schrijfdocenten. Beeldend schrijven.

Wat onthullend om 'm nu eens als cursist te doen! Ik had de slaap nog in de ogen en ontzettende zin in een kop koffie met daarbij een goed gesprek met één van mijn mede-cursisten, maar nee, ik moest mij concentreren op zowel mijn onderwerp (waar wilde ik het ook alweer over hebben?) als op de verbeelding ervan. Er huisde beslist een opstandige cursist in mij.

Maar ik deed mee. En waarempel, de schrijfstijl van mijn weblog begon grappig genoeg op een zakmes te lijken. Verschillende soorten gereedschap, maar onderdelen van hetzelfde apparaat. En het weertype was het platgetreden cliché van de regenboog. Mooi en veelkleurig, maar reuze onbruikbaar.

Deze oefening was het startschot van een zeer geïnspireerde tweede dag. We schreven als gekken. Doordat we die eerste dag aan banden waren gelegd, niet meteen mochten wegsprinten in ons verhaal, maar eerst moesten stilstaan bij onze centrale vraag, nadenken, formuleren, vragen beantwoorden.... waren we nu zo goed voorbereid, dat we niet meer waren te stuiten. Als je de inspiratiestroom tegenhoudt, maar intussen wel voedt en stimuleert, wordt die kennelijk alleen maar voller.

Nog voor het einde van de workshop, had ik alweer twee lessen geleerd. 1) Een cursist kan lastig zijn om vele redenen, als docent hoef je daar niet zoveel mee, tenzij de cursist jou persoonlijk aanvalt of zo. 2) Net zoals de geur van vers brood de honger versterkt, maar niet oplost, heeft het zin om de creativiteit in te tomen voor je hem vrijlaat. Zo krijgt creativiteit richting, diepte en een zekere tomeloosheid.

Wijze lessen. Voor mij als schrijfdocent. Maar voor de schrijver?

woensdag 9 juli 2008

Schrijfworkshop (1)


In mei van dit jaar volgde ik een tweedaagse workshop van Tanny Dobbelaar en Marjan Slob. Ik kwam daar binnen met een schrijfdilemma. Het betrof dit blog. Het was nog niet makkelijk om mijn schrijfdilemma te verwoorden maar door het vriendelijke doch spijkerharde kruisverhoor van Tanny werd het zoiets. (Bovendien eiste ze van ons dat we onze onderzoeksvraag in 1 zin formuleerden. Dat is beslist terug te lezen in de kromheid van de nu volgende zin.)

Op mijn weblog schrijf ik het liefst persoonlijke stukjes over wat mij bezighoudt, maar ik ben als de dood dat het kitscherig bekentenisproza wordt; alleen een goede stijl houdt die stukjes leesbaar, maar wat is een goede stijl die het persoonlijke in tact laat en het zeikerige op afstand?

'Je bent op zoek naar een soort poëtica van je weblog?' vroeg Tanny. Ik knikte. Al klonk dat in mijn oren misschien wat hoogdravend, zoiets was het toch wel.

Dus verwachtte ik vervolgens dat ik over mijn weblogschrijfstijl een ingewikkeld theoretisch betoog zou gaan schrijven. Dat leek me wel wat. Maar Tanny bleek daar niet op uit te zijn. Ze vroeg of ik een concreet onderwerp kon noemen, waarbij ik bang was in een kitscherige schrijfstijl te vervallen.

Ik noemde de bevalling van mijn kinderen. Dat is voor mij een hoogstpersoonlijke ervaring, een onderwerp van belang, een ingrijpend moment, niet alleen in mijn leven maar in alle moederlevens. Desalniettemin wordt er weinig over geschreven. Maar hoe schrijf je over zo'n onderwerp zonder uit te glijden in al te drakerig bekentenisproza?

'Ik stel voor dat jij jouw bevalling gaat opschrijven in een paar verschillende stijlen', zei ze. 'Bij wijze van experiment.'

En toen was de dag om.

Ik had in ieder geval twee dingen geleerd. 1) Een goede schrijfdocent voldoet niet per se aan de verwachtingen van de cursist. 2) En, een schrijfdocent mag veeleisend zijn en een cursist enigszins uitputten. Ik vond dit nuttige lessen voor mijn werkende ik (schrijfdocent).

Ik had echter nog geen letter geschreven. En inhoudelijk was er ook nog steeds geen antwoord op mijn vragen over mijn schrijfstijl. Ik was benieuwd wat het experiment mij de volgende dag zou brengen. Ik had er nog geen voorstelling bij. 's Nachts droomde ik van regenbogen, roze wolken en knappe gynaecologen.

dinsdag 8 juli 2008

1972



Het is zomer. Het regent. Ik huur Harold and Maude. Waarom heb ik deze aandoenlijke hippiefilm niet eerder gezien? Ik identificeer me meer met de tegen de klippen op levenslustige Maude van 80 jaar dan met de 16-jarige depressieve Harold. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik kijk met zoon M. (15).

Het is leuk om met hem een film uit 1972 te kijken. Ik moet het bijbehorende tijdsbeeld uitleggen. Een leren jasje is niet gewoon een leren jasje, dat is een statement. Dit lijkt geen lang haar, maar dat was het toen wel. Die muziek? Van Cat Stevens. En Maude heeft een nummer op haar arm. Dat soort commentaar.

Affijn, via Harold and Maude kom ik op Youtube terecht bij Cat Stevens, omdat zijn nummer Don't be Shy mooi aansluit bij een eerdere posting over verlegenheid. En zodoende weet ik ook eindelijk hoe ik een Youtubefilmpje op mijn weblog krijg geplakt.

Zomertip: huur Harold and Maude.

Want het regent. Komkommers. Ook hier - in de Tussentijd.

Don't be Shy