vrijdag 22 augustus 2008

Oosterse en westerse luiheid

'Hoe velen van ons worden niet meegesleept door wat ik "actieve luiheid" ben gaan noemen? Er zijn natuurlijk verschillende soorten luiheid: oosterse en westerse.

De oosterse stijl is die, welke tot in de perfectie in India wordt beoefend. Zij bestaat uit het de hele dag in de zon rondhangen, niets doen, elk soort werk of nuttige bezigheid vermijden, kopjes thee drinken, naar hindoe-filmmuziek luisteren die uit de radio schalt, en roddelen met vrienden.

De westerse luiheid is heel anders. Zij bestaat uit het volproppen van onze levens met dwangmatige bezigheden, zodat er helemaal geen tijd overblijft voor werkelijk belangrijke zaken.'

(pag. 35 Het Tibetaanse boek van leven en sterven van Sogyal Rinpoche)

dinsdag 19 augustus 2008

Boeddhistisch heet


De hitte in Thailand is overweldigend. Een klamme, warme deken valt er over je heen, zodra je buiten vliegveld Bangkok staat. En die deken kan je niet af doen. Dat is aanvankelijk bijzonder onprettig.

Je kunt alleen ontsnappen aan de hitte, door in je hotelkamer met airco te gaan zitten. In het begin had ik daar ook behoefte aan. Later minder en minder. Ik raakte gewend aan de hitte. De airco bevroor alles. Alsof dat prettig is.

Het deed iets met me. Natuurlijk doet zulke hitte iets met je. Maar wat? Dat is nog helemaal niet zo makkelijk te definiëren.

Het is niet de zon van Zuid-Europa. Het is geen zon die alles verbrandt. De Zuid-Europese zon is niets ontziend. Die is er bewust op uit om alles te verschroeien.

In Thailand maakt het niet uit of de zon nu aan de hemel staat of niet. Het maakt niet uit of het bewolkt is of niet. Dat is raar. Net alsof de hitte niet veroorzaakt wordt door de zon. Het is nat. Klam. Vochtig. Heet.

Het maakte mij emotioneler. Alsof al dat vocht er hoe dan ook weer uit moest. Veel zweet en tranen. Ik was snel ontroerd. Geraakt. Sneller dan thuis, in ieder geval. Dat was prettig, ervaarde ik. Net alsof ik makkelijker dichter bij mezelf kon komen, minder laagjes die me bedekten.

Minder laagjes van buiten, minder laagjes van binnen. (Al moet je me niet vragen wat dat precies is, bij jezelf komen.)

De hitte kostte veel energie. Om energie te sparen maakte ik niet alleen directere verbindingen met mijn binnenwereld maar ook met de buitenwereld. Ik nam alles zoals het op me afkwam. Dingen werden noodzakelijkerwijs eenvoudiger. Efficiënt bezig zijn, was pure noodzaak. Langzaam bewegen. Geen overbodige dingen doen. Geen haast hebben. Soms deed ik er het zwijgen toe, gewoon omdat de energie ontbrak om te denken en te praten. Dat is voor mij heel ongewoon. Maar ik blijk het goed te kunnen. Zitten en zijn.

Zou het kunnen dat de levenshouding van het boeddhisme bij de hitte hoort?
Had het boeddhisme niet kunnen ontstaan in een koud land?
Ik vind het opeens een hele aannemelijke gedachte.

Of was ik gewoon oosters lui?

donderdag 14 augustus 2008

Thaise mannen (2)


Hoe kan ik nou schrijven over Thaise ontmoetingen, zonder Mr. B. te noemen?
Wat waren we blij dat deze kleine Thaise reisgids ons aansprak op Airport Bangkok!

We trokken drie weken met hem op. Maar leerden we hem ook kennen?

Hij was oosters. Hij was westers.
Hij was helder. Hij was vaag.
Hij slikte vitaminen. Hij dronk gintonic.
Hij was ongrijpbaar. Hij was glashelder.
Hij was vrouwelijk. Hij was mannelijk.
Hij was bi. Hij heette ook zo. B.
Hij was op tijd. Hij was te laat.
Hij mediteerde. Hij giechelde.
Hij was rustig en stil.
Hij belde, hij belde, hij belde.
Hij was trouw. Hij was ondeugend.
Hij was ijdel. Hij was zorgzaam.
Hij lette op zijn gewicht.
Hij praatte veel over eten.
Hij praatte trouwens ook veel over sex.
Hij was verlegen. Doortastend.
Hij was onze vraagbaak. Hij had niet altijd de antwoorden.
Zijn Engels was uitmuntend.
Maar bij vlagen volkomen onbeglijpelijk.

B. paste niet in een hokje, hoe graag wij Nederlanders hem ook ergens wilden onderbrengen.
Mr. B was en bleef the one and only mysterious mr. B.
Net zo tegenstlijdig en onglijpbaar als Thailand zelf.

woensdag 13 augustus 2008

Thaise mannen (1)



Met Thaise mannen had ik niks. Ze doen voornamelijk gewichtig - achter het stuur, het loket of de bali. Zoals zoveel mannen in zoveel culturen.

Een boute uitspraak, waarmee ik een aantal Thaise mannen te kort doe. Een daarvan ontmoette ik in de jungle, waar wij twee dagen doorheen trokken. We strompelden door de regen, reden op een olifant, overnachtten in een echt Thais jungledorpje. Dit alles onder de bezielende begeleiding van de gespierde, sprankelende Mr. Hot met zijn harde lach.

En Gabe.

De meeste mensen kijken je niet echt aan, zeker Thai niet. Maar Gabe wel. Hij viel beslist op door zijn mooie donkerbruine ogen die contact zochten. Direct, zonder bijbedoelingen. Van mens tot mens. Ik gaf hem een hand. Hij stelde zich voor. Gabe? Ja, als Gabriel.

Ik liep intussen te piekeren over de aanstaande olifantenrit. Hoe hoog is zo'n olifant eigenlijk? En hoe wiebelig? En hoe snel? Gabe luisterde rustig toen ik zorgelijk vroeg of ik de olifantentocht ook kon lopen, omdat ik misschien niet op zo'n beest durfde te zitten. Hij antwoordde even rustig: 'Ja, je kan het ook lopen. Maar waarom kijk je het niet even aan? Beslis pas als je de olifanten hebt gezien.'

Dat was een helder antwoord. Gabe was niet iemand die mij ging ondervragen over de achterliggende angsten. Niet iemand die mijn zorgen wegnam en mij ging overhalen om mijn hoogtevrees te overwinnen. Niet iemand die zei dat het wel meeviel en dat olifanten echt, hele, hele, hele lieve beesten waren. Nee, iemand die heel accuraat antwoord gaf op mijn vraag en alle interpretaties achterwege liet.

Het was een boeddhistisch antwoord. Schoon. To the point.

Gabe was nog maar twee weken monnik-af. Hij kwam oorspronkelijk uit een arme boerenfamilie in Laos. Het klooster was zijn enige kans om als jongen een opleiding te volgen. Nu had het klooster besloten dat hij zijn geld kon gaan verdienen als toeristenbegeleider in de jungle. Hij was in de leer bij Mr. Hot.

Hij had meditatieles gegeven aan de Buddhist University in Bangkok. Daar had hij veel Europeanen en Amerikanen ontmoet. Dit was een verhaal van hem.

"Op een dag kwamen er twee Amerikanen naar me toe die met me in discussie wilden. Boeddhisten zoeken de polariteit niet op, christenen wel. Ik ging niet in op hun argumenten. Later bekenden ze dat ze me wilden bekeren tot het christendom. Weet je wat ik antwoordde?"

Als een volleerd stand-up comedian liet Gabe een stilte vallen. Hij keek zijn publiek aan, zich bewust van de kracht van zijn donkerbruine ogen. Het had effect.

"Ik antwoordde: vannacht droomde ik dat ik binnenkort twee christenen zou bekeren tot het boeddhisme. En vandaag ontmoet ik jullie. Dat is ook toevallig. De twee Amerikanen wisten niet meer wat ze moesten zeggen. Ze stopten met bekeren."

Dat was Gabe.
Net zo klein en net zo groot als Boeddha zelf.
p.s. Het was trouwens een magnifieke ervaring om tussen de olifanten te lopen in plaats van erop te zitten.

Thaise vrouwen (2)



Op het bounty eiland Kho Panghan was ik vier lange, hete, lome dagen. Het was heerlijk om de volle reis daar af te sluiten. Er was niets te doen, behalve zwemmen in zee of zwembad, iets eten nu of straks, een boekje lezen, wat schrijven, beetje kletsen, water drinken, stukje kanoën om vervolgens weer te gaan zwemmen in zee of zwembad.

En Thaise massage. Dat was ook al gauw een vast onderdeel van het verder lege dagprogramma. Op het strand was een heuse massagesalon gebouwd, een eenvoudig houten hutje op palen met een rieten afdak. Vijf matrassen op de vloer en vijf Thaise vrouwen die klaar zaten met hun kleine gespierde Thaise handen.

Op de eerste dag vroeg ik een oil massage. En die kreeg ik. Nou ja, het was eerder een oil-with-sand-massage. De masseuse kneep me hardhandig in meridianen waarvan ik niet wist dat ik ze had, ze zette rustig haar volle gewicht op mijn lymfeklieren, ze streek mijn vermoeide spieren in één zwaai glad en dat deed ze heel vakkundig. 'Relax, madam'.

Intussen keek ze uit over het strand. Als een koningin speurde ze rustig naar nieuwe klanten. Ze hield nauwlettend in de gaten wat er buiten haar massagesalon gebeurde. Als ze iets opmerkelijks zag, dan vertelde ze dat haar collega's. Ik kreeg de indruk dat er boven mijn gemasseerde lijf heel wat werd afgeroddeld. Vooral over ons, stelletje witte of beter roodverbrande, reusachtige blonde onderdanen. Toen ze met me klaar was, gaf ze me een lief, maar onverschillig schouderklopje.

'See you tomollow!'

Op dag twee boekte ik een Thaise massage. Volkomen onverwacht klapte de masseuse mijn arm naar achteren en begon hardhandig de spieren van mijn bovenarm te kneden. 'This is like Thai dancing', kreunde ik. De vrouwen van de massagesalon hielden stil en begonnen toen tegelijkertijd als één vrouw te schateren. Wat een aanstellerij. Thai dancing, hoe kon ik het verzinnen.

'Tomollow mo Thai dancing, madam?'

Op dag drie was er meteen grote hilariteit toen ik hun massagepodium beklom. 'Thai dancing, Thai dancing', begonnen ze opgewonden te roepen. Man A. lag er al, ook hij had inmiddels de Thaise massage ontdekt. Halverwege het duwen en kneden, hoorde ik man A. roepen: 'This really hurts.' Hierop waarschuwde ik de vrouwen: 'Be careful, he is my husband.' Zoiets grappigs hadden ze werkelijk nog nooit gehoord.

'Good husband your husband?'

Op dag vier nam ik twee massages. Het was tenslotte mijn laatste dag. 'Good for you and for me', zei mijn masseuse stralend. Terwijl de een hardhandig mijn voeten teen voor teen oprekte, beklopte de ander zachtjes mijn gezicht met haar tien zachte Thaise vingertjes. Het was hemels. Boven mijn hoofd werd er weer hevig geroddeld over voorbijgangers.

Ik kon het niet laten en zei: 'I can hear what you say. I understand Thai.'

Alle handjes hielden aarzelend stil, verward keken ze elkaar aan. Waarempel, ik had mijn vijf Thaise massage-queens de mond gesnoerd. Eventjes waren ze oorverdovend stil. Het was bijna onheilspellend. Totdat ze mijn triomfantelijke grijns zagen, natuurlijk. Toen was het massagehutje te klein. Het dak vloog er af. De echo van hun lach klinkt nu nog over de baai.

'You speak Thai. Noooooo.'

Wat was heilzamer? De geroutineerde massages of die terugkerende lachsalvo's om niets?
Ik mis mijn Thaise vriendinnen. Buiten regent het.

dinsdag 12 augustus 2008

Thaise vrouwen (1)


Deze twee keukenprinsessen ontmoette ik in het badplaatsje Krabi in Zuid-Thailand. De rechtervrouw (met petje en groene schort) sprak nauwelijks Engels, maar dat was geen enkele belemmering om toch te communiceren. Ze vertelde me dat ze een zoon had van 19, die na een brommerongeluk in coma had gelegen. Ze beeldde uit hoe haar moederhart toen tekeer ging. Dat deed ze zo expressief dat we beiden dubbel lagen van het lachen, ondanks het trieste verhaal.

Zij bleef gewoon Thais praten, soms spraken we Engels, en meestal gebruikten we onze handen en voeten. Onze vrouwelijke intuïtie deed de rest. We begrepen elkaar feilloos, al duurde het soms even voordat het muntje viel - en daar moesten we dan weer heel hard om lachen.

We giechelden ook zomaar, om niets, zoals eigenlijk alleen vrouwen dat kunnen. Elkaar aankijken was al genoeg. En we hebben gehuild. Eventjes, toen ik wegging. Ze duwde me een zakje zelfgemaakte snacks in de hand. Plakkerige zoete roze rijst in een bananenblad. Ik kreeg prompt tranen in de ogen en zij ook. Terwijl ik niet zo'n huilerig type ben en zij misschien ook niet.

Met Thaise mannen had ik niks. Ze doen voornamelijk gewichtig - achter het stuur, het loket of de bali. Zoals zoveel mannen in zoveel culturen.

Maar de Thaise vrouwen hebben mijn hart gestolen. Ze werken hard, rijden stoer en elegant rond op hun grote brommers waarop hun hele huishouden gemonteerd zit, met kinderen, etenswaren en het liefst ook nog een paar enorme dozen. Ze gedragen zich misschien onderdanig, maar dat is slechts een laagje aan de buitenkant, een gedragsvorm waar makkelijk door heen te prikken is.

Masseren kan de Thaise vrouw trouwens ook als de beste. Wow. Daarover volgende keer meer.