'Met de spoorwegpolitie in Den Haag, goedemiddag.'
'Ja?' piep ik en mijn hart slaat over.
'Is M.B. uw zoon?'
'Jaha', zeg ik. En ik denk, man praat door. Praat niet zo lijzig. Zeg wat er is. Help me hier uit. Kom op zeg het. De trein waar M. in zat, is verongelukt. Zeg het. Nee. Ja. Mijn hart zit in mijn keel. Ik heb zin om over te geven. Zeg het ergste wat je me kunt zeggen. Toe dan. Dit is de nachtmerrie die iedere ouder vreest en ik zit er middenin. Maar nu zal de film genadeloos afdraaien met mij in de hoofdrol. Ik ben overgeleverd. Zeg het. Help me hier uit.
'Er is niets ernstigs, hoor', zegt de politieagent.
'Wat dan?'
'Uw zoon M. is gesnapt in de trein van Amsterdam naar Den Haag, bij het aanbrengen van graffiti in de trein zelf', antwoordt hij in officieel Haags, waardoor hij plotseling op Majoor Kees lijkt van Paul van Vliet.
'Nou, dat werd eens tijd', flap ik eruit. M. heeft in iedere broekzak steevast een stift zitten en oefent de hele dag tags, dus ja, dit was te verwachten.
'U bent niet verbaasd?'
'Man, ik ben blij dat hij nog leeft.' Ik ben eigenlijk ook wel trots, denk ik stiekem, want het is best stoer wat hij heeft gedaan en ach, hij is vijftien. Maar dat zeg ik niet.
'Ik merkte dat u ongerust was, daarom zei ik het ook maar meteen.'
Meteen? Meteen? Meneer de politie-agent, u deed er een uur over. Of was het bij nader inzien mijn eigen acute bewustzijnsvernauwing, die zijn stem trager en trager deed klinken? Ik heb ruim de tijd om dit alles te overpeinzen, in de trein op weg naar Den Haag-Holland Spoor om mijn jongste zoon op te pikken uit de politiecel.
M. kijkt schuldbewust.
Ik speel de boze moeder (niet moeilijk want ik ben ook pissig, althans een deel van mij).
Oom agent laat het uiteindelijk met een sisser aflopen.
Zonder strafblad. Maar met een flinke boete.
'Bedankt dat u wilde langskomen om hem op te halen.'
'Natuurlijk, hij is mijn zoon.'
'Er zijn genoeg ouders die die verantwoordelijkheid niet nemen.'
Op de terugweg heb ik weer nieuwe stof tot nadenken.
Bleek onzeker koppie naast me.
We kopen een zak winegums en eten die samen tot de bodem leeg.
Naar huis, en gauw.
dinsdag 25 november 2008
maandag 24 november 2008
Godenslaap (1)
Godenslaap van Erwin Mortier. Ik heb het boek nu drie dagen in huis en kom maar niet verder dan de eerste bladzijde. Die is zo godvergeten mooi dat ik hem moet overlezen, telkens wanneer ik het boek opensla. En aan het eind van de eerste bladzijde kan ik niets anders dan het boek zuchtend wegleggen, om te verteren wat ik heb gelezen.
En dat gaat al drie dagen zo. Een glimp.
'Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen. Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood. Er is ook het verlangen, of de wensdroom, de pen om te smeden tot een ploegschaar en een pas beschreven vel weer blank te ploegen, dwars op de regels, voor na voor. Dan zou ik terugblikken op een spierwitte akker, op de restanten die het ploegijzer naar boven heeft gewoeld: doorroeste emmers, stukken prikkeldraad, botsplinters, bedspijlen, een blindganger, een trouwring.'
En dat is nog maar de eerste alinea. Het is alleen al een zaligheid om zo'n alinea domweg over te typen. Misschien moet ik het hele boek overtypen, en zo schrijfles nemen van Erwin Mortier. Zodat het boek letterlijk in mijn vingers gaat zitten.
Maar niet op dit weblog. Bestel het boek! Alsjeblieft.
(Nou vooruit, nog eentje dan)
En dat gaat al drie dagen zo. Een glimp.
'Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen. Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood. Er is ook het verlangen, of de wensdroom, de pen om te smeden tot een ploegschaar en een pas beschreven vel weer blank te ploegen, dwars op de regels, voor na voor. Dan zou ik terugblikken op een spierwitte akker, op de restanten die het ploegijzer naar boven heeft gewoeld: doorroeste emmers, stukken prikkeldraad, botsplinters, bedspijlen, een blindganger, een trouwring.'
En dat is nog maar de eerste alinea. Het is alleen al een zaligheid om zo'n alinea domweg over te typen. Misschien moet ik het hele boek overtypen, en zo schrijfles nemen van Erwin Mortier. Zodat het boek letterlijk in mijn vingers gaat zitten.
Maar niet op dit weblog. Bestel het boek! Alsjeblieft.
(Nou vooruit, nog eentje dan)
woensdag 19 november 2008
Moeder met zoon (1)

Op mijn bureau staat een recente foto. Een foto van mijzelf samen met A., mijn oudste zoon. We lezen dezelfde verjaardagskaart. We hebben dezelfde concentratie in onze ogen en dezelfde glimlach rond de mond. We lijken op elkaar, dat zie ik via deze foto.
Daaarnaast staat een oudere foto waar we ook beiden op staan. A. zit bij mij op schoot in een dekentje gewikkeld. Het is avond. Mijn linkerhand beschermt zijn ronde, kale hoofdje. We staren allebei een andere kant op. In eigen werelden, toch samen. Achterop: juli 1991.
Terwijl A. met volle teugen geniet van zijn eerste rijlessen, loop ik te wennen aan het besef dat ik een zoon van achttien heb. Alleen echt volwassen vrouwen hebben volwassen zonen. Maar ik?
Niks grappige tussentijd.
Keihard.
Tijd.
donderdag 6 november 2008
Yes, we can
Vroeger deed ik het expres. In bed boeken lezen die me aan het huilen maakten. Schoolidyllen van Top Naeff, bijvoorbeeld, Telkens weer rouwde ik tranen met tuiten om de dood van klasgenootje Jet, terwijl ik allang wist dat ze zou sterven. Als ik vandaag de dag zomaar wat voor me uit wil sniffen, kijk ik naar Notting Hill, de sentimentele feelgoodmovie met Hugh Grant en Julia Roberts. Voor een voluit, hartstochtelijk potje grienen kies ik echter steevast Titanic. Overstroming verzekerd.
Maar sinds 5 november heb ik geen boek of film meer nodig. De werkelijkheid voldoet.
Ik heb nu de overwinningsspeech van Barack Obama. Zonder overdreven gevoel van triomf, zonder enige arrogantie, zonder een greintje patriarchaal gedrag maar ook zonder schroom of valse bescheidenheid staat hij daar. En ik geloof hem. En hij raakt de wereld.
... our stories are singular, but our destiny is shared ....
Boehoe. Ik huil. Ik ruk de haren uit mijn hoofd. Ik brul. Dit is vreselijk. Nou vooruit, nog één keertje dan.
Maar sinds 5 november heb ik geen boek of film meer nodig. De werkelijkheid voldoet.
Ik heb nu de overwinningsspeech van Barack Obama. Zonder overdreven gevoel van triomf, zonder enige arrogantie, zonder een greintje patriarchaal gedrag maar ook zonder schroom of valse bescheidenheid staat hij daar. En ik geloof hem. En hij raakt de wereld.
... our stories are singular, but our destiny is shared ....
Boehoe. Ik huil. Ik ruk de haren uit mijn hoofd. Ik brul. Dit is vreselijk. Nou vooruit, nog één keertje dan.
woensdag 5 november 2008
Dansen, reizen en schrijven
Dansen, reizen en schrijven. Gisteren stond het daar opeens als een o, zo verleidelijk rijtje. Als ik niet eerst (weer) weblog was gaan schrijven, had ik nooit achterhaald dat dit mijn liefste bezigheden zijn. En nu weet ik dus wat me te doen staat. De rest van mijn leven wordt doodeenvoudig. Ik heb weer richting. Natuurlijk! Dansen, reizen en schrijven! En dit bedoel ik veel minder ironisch dan het misschien klinkt.
Ik vind het ook een beetje een titel. Maar dat komt denk ik door een associatie met de New York Times bestseller Eat, Pray, Love (Eten, bidden en beminnen) van Elizabeth Gilbert.
Ik vind het ook een beetje een titel. Maar dat komt denk ik door een associatie met de New York Times bestseller Eat, Pray, Love (Eten, bidden en beminnen) van Elizabeth Gilbert.
maandag 3 november 2008
Het jaar van de groep
Ik houd niet van groepen. In groepen moet je je aanpassen. Je kunt niet meer lekker je eigen gang gaan. Je autonomie wordt meestal niet gewaardeerd of verkeerd geïnterpreteerd als 'eigenwijs'. Of 'onhandelbaar'. Of 'overgevoelig'. Of 'dwars'. De groep vraagt uitleg waarom je soms alleen wilt zijn. Groepen kosten eindeloos overleg, zijn dwingend en niks voor mij.
Zo dacht ik er over. Tot 2008 aanbrak.
Dansen
Het begon eigenlijk al eind vorig jaar. Ik ging aan biodanza doen. Het was meteen raak, ondanks de weerstand die ik regelmatig voelde, maar ik bleef. Bij elkaar in een ruimte zitten is nog tot daar aan toe ... maar samen dansen! Met vreemden! In stilte! Dat vereist moed, hoor, iedere keer weer.
Wat heeft die man rare kleren aan; wat dans ik stom- ik schaam me dood; waarom kijkt dat mens steeds naar me, wat wil ze van me; ik vind dit geen lekkere muziek; wat een rare opdracht; ik heb zin om een potje te huilen; dat is een leuke jongen, maar ja, die vindt mij natuurlijk te oud; tetterdekwetterdetetterdekwetter.
Weerstanden staan veel en vaak in de weg maar blijken na een tijdje ook weer op te lossen, meningen spoelen even aan en dobberen vervolgens doodleuk voorbij, emoties duiken eigenzinnig op en onder. Mijn wekelijkse biodanzagroep leert me de onzin van dit dagelijkse getetterdekwetter in mijn hoofd. Kwetter jij maar. Ik blijf stil. De wereld danst en ik ook.
Reizen
In de zomer heb ik in een groep gereisd. Mijn gezin (een weliswaar kleine groep, maar toch, een groep) voegde zich bij een groter reisgezelschap in Thailand. Deze grote groep gaf het hele gezin ruimte. Mijn twee zoons zaten niet vast aan dat soms benauwde gezelschap van vader en moeder. En ook wij, als ouders, kregen meer bewegingsvrijheid. Als wij ervoor kozen om nog een tempel te bezoeken, hoefden ze niet per se mee. Er waren altijd andere mensen om mee te chillen bij het zwembad.
Het mooie was bovendien dat ons gezin zich ging spiegelen aan de andere gezinnen. Het was als het ware een cadeau van het grote gezelschap dat ons gezin weer werd opgepoetst. We kregen glans, zo leek het. We zagen onszelf opnieuw en wat we zagen kon er best mee door. Dat gebeurde eigenlijk vanzelf. Er werd geen woord aan vuil gemaakt.
Schrijven
En gisteren startte mijn eigen schrijversgroep. Met twaalf collega-schrijvers zat ik in een ruimte. Te schrijven. Schrijven. Schrijven. Krassende pennen. Rammelende toetsenborden. We hadden zinnen en woorden in de hoge hoed gegooid en trokken daar af en toe wat uit. Met die opdracht in het achterhoofd doken we ieder weer ons eigen schrijfuniversum in. Soms tien, soms twintig, soms dertig minuten.
Wat een heerlijkheid om te horen hoe ook anderen klungelen met dat schrijven. Hoe zwaar het is. Hoe onbegonnen. Hoe lekker ook. Hoe nodig. Maar bovenal hing er schrijvers-energie in de lucht, die we samen creeërden en waar we tegelijkertijd van profiteerden. Schrijflucht inademen en uitademen.
Energie
In een groep kan energie ontstaan die altijd vele malen groter is dan ik zelf kan bewerkstelligen. En zo anders dan ik zelf kan bedenken. Een energie waarop ik vervolgens mag meedeinen. In een groep zijn geestverwanten waaraan ik me kan spiegelen. Dat spiegelbeeld is soms vleiend, maar net zo vaak confronterend. Een groep houdt me in beweging, zonder dat ik ook maar een greintje van mijn autonomie hoef op te geven. Sterker nog, het hele begrip 'autonomie' is niet meer aan de orde.
Al dansend, reizend en schrijvend heb ik dit jaar ontdekt dat ik misschien, ja misschien dan toch, dan toch in ieder geval een heel klein beetje, een groepsmens ben.
Volgens de Chinezen is 2008 het jaar van de Rat. Voor mij is 2008 beslist het jaar van de Groep.
Zo dacht ik er over. Tot 2008 aanbrak.
Dansen
Het begon eigenlijk al eind vorig jaar. Ik ging aan biodanza doen. Het was meteen raak, ondanks de weerstand die ik regelmatig voelde, maar ik bleef. Bij elkaar in een ruimte zitten is nog tot daar aan toe ... maar samen dansen! Met vreemden! In stilte! Dat vereist moed, hoor, iedere keer weer.
Wat heeft die man rare kleren aan; wat dans ik stom- ik schaam me dood; waarom kijkt dat mens steeds naar me, wat wil ze van me; ik vind dit geen lekkere muziek; wat een rare opdracht; ik heb zin om een potje te huilen; dat is een leuke jongen, maar ja, die vindt mij natuurlijk te oud; tetterdekwetterdetetterdekwetter.
Weerstanden staan veel en vaak in de weg maar blijken na een tijdje ook weer op te lossen, meningen spoelen even aan en dobberen vervolgens doodleuk voorbij, emoties duiken eigenzinnig op en onder. Mijn wekelijkse biodanzagroep leert me de onzin van dit dagelijkse getetterdekwetter in mijn hoofd. Kwetter jij maar. Ik blijf stil. De wereld danst en ik ook.
Reizen
In de zomer heb ik in een groep gereisd. Mijn gezin (een weliswaar kleine groep, maar toch, een groep) voegde zich bij een groter reisgezelschap in Thailand. Deze grote groep gaf het hele gezin ruimte. Mijn twee zoons zaten niet vast aan dat soms benauwde gezelschap van vader en moeder. En ook wij, als ouders, kregen meer bewegingsvrijheid. Als wij ervoor kozen om nog een tempel te bezoeken, hoefden ze niet per se mee. Er waren altijd andere mensen om mee te chillen bij het zwembad.
Het mooie was bovendien dat ons gezin zich ging spiegelen aan de andere gezinnen. Het was als het ware een cadeau van het grote gezelschap dat ons gezin weer werd opgepoetst. We kregen glans, zo leek het. We zagen onszelf opnieuw en wat we zagen kon er best mee door. Dat gebeurde eigenlijk vanzelf. Er werd geen woord aan vuil gemaakt.
Schrijven
En gisteren startte mijn eigen schrijversgroep. Met twaalf collega-schrijvers zat ik in een ruimte. Te schrijven. Schrijven. Schrijven. Krassende pennen. Rammelende toetsenborden. We hadden zinnen en woorden in de hoge hoed gegooid en trokken daar af en toe wat uit. Met die opdracht in het achterhoofd doken we ieder weer ons eigen schrijfuniversum in. Soms tien, soms twintig, soms dertig minuten.
Wat een heerlijkheid om te horen hoe ook anderen klungelen met dat schrijven. Hoe zwaar het is. Hoe onbegonnen. Hoe lekker ook. Hoe nodig. Maar bovenal hing er schrijvers-energie in de lucht, die we samen creeërden en waar we tegelijkertijd van profiteerden. Schrijflucht inademen en uitademen.
Energie
In een groep kan energie ontstaan die altijd vele malen groter is dan ik zelf kan bewerkstelligen. En zo anders dan ik zelf kan bedenken. Een energie waarop ik vervolgens mag meedeinen. In een groep zijn geestverwanten waaraan ik me kan spiegelen. Dat spiegelbeeld is soms vleiend, maar net zo vaak confronterend. Een groep houdt me in beweging, zonder dat ik ook maar een greintje van mijn autonomie hoef op te geven. Sterker nog, het hele begrip 'autonomie' is niet meer aan de orde.
Al dansend, reizend en schrijvend heb ik dit jaar ontdekt dat ik misschien, ja misschien dan toch, dan toch in ieder geval een heel klein beetje, een groepsmens ben.
Volgens de Chinezen is 2008 het jaar van de Rat. Voor mij is 2008 beslist het jaar van de Groep.
Abonneren op:
Posts (Atom)