woensdag 28 januari 2009

Ijspret (7)


Vervolg Botbewustzijn.
De volgende redenatie kwam in me op:

Honderden
schaatsers liepen botbreuken op.
Stel dat een botbreuk de enige manier is om bij botbewustzijn te komen.
Zijn al deze honderden mensen nu via het ijs ieder op hun eigen botbewustzijn gestuit?
Of is er zelfs sprake van een collectief botbewustzijn?

Was het nodig? Hing het in de lucht? Waaide er een tijdgeest?

Ik denk van wel. Vooral omdat die gedachte me vrolijk stemt. Bovendien relativeert het mijn eigen gedoetje. Maar een heel, heel klein beetje bewijs heb ik ook al verzameld. Wekelijks drink ik nu koffie met mijn collega-polsbreuk-buurtgenoot XP. Daar zitten we dan. Twee blauwe gipsen polsen op tafel, alsof we samen iets te fanatiek hebben armpje gedrukt. We hebben veel bekijks.

X zegt: Ik weet niet precies hoe het zit, maar het is een rare tijd. Het is net alsof ik moet kiezen. Alsof ik duidelijker moet zijn in wat ik wil. Bijvoorbeeld op mijn werk.

Ik luister alert. Botbewustzijn, denk ik. Duidelijk geval van. Zie je nou wel.

Zojuist hoor ik op de radio dat we dit weekeinde het ijs weer op kunnen. Het gaat weer vriezen!

Hoeveel botten gaat de winter nog breken?

donderdag 22 januari 2009

Ijspret (6)

Botbewustzijn.

Het was een woord waarmee ik wakker werd. Of dat mij wakker schudde, wie weet. Het woord eiste dat ik over haar betekenis nadacht, want ik kreeg het niet meer uit mijn hoofd.

De buitenwereld trekt de laatste tijd aan me. Vaak goed bedoeld, maar zo ervaar ik het helemaal niet. Een vriendin besluit beslist dat mijn pols minder pijn doet. Zoon M vindt dat ik nou toch wel weer iets in het huishouden kan doen. Manlief heeft duidelijk genoeg van het geklooi in de badkamer met die vuilniszak om mijn gips.

Het ongeduld, de strengheid en beslistheid van de buitenwereld halen me behoorlijk uit balans. Ik wankel en raak regelmatig geƫmotioneerd. Ik sta te stotteren bij zoveel onbegrip. Ben verontwaardigd over zo weinig medeleven. Bah, wat is de wereld liefdeloos.

Maar ik val niet om.

Ik neem stelling. Ik kom voor mijn pijn op en vraag begrip, ik beloof de hond vaker uit te laten (want ja, dat kan ik inderdaad) en peuter 's ochtends die vuilniszak zelf om mijn arm of vraag helder om hulp. Het lijkt alsof de buitenwereld me steeds uitdaagt om positie te kiezen. Om te staan voor wat ik doe. Wat ik wil. Wie ik ben.

Het speelt ook in mijn werk, in contact met collega's en cursisten. Ik herken het patroon: iemand trekt aan me en brengt me daardoor aan het wankelen, ik verlies mijn evenwicht maar val niet om, dan neem ik stelling en spreek me uit.

Ik denk dat dat het is: botbewustzijn. Een basaal bewustzijn van de betekenis van mijn skelet: gaan staan en me uitspreken. Dichter bij mezelf kan ik niet komen. Nu ik het een beetje onder de knie krijg, begin ik er waarempel aardigheid in te krijgen. Nog twee weken oefentijd heb ik, om mijzelf te trainen in dit botbewustzijn.

Nog twee weken gips.

dinsdag 20 januari 2009

Ijspret (5)

Maar ook:
TD die belt om te vragen hoe het gaat. En vervolgens is daar een intens gesprek over moederschap, Rothko in Londen, zonen en schrijven, zomaar op de dinsdagochtend;
AMP die langskomt met een mandje blauwe druifjes;
JdeB die aanbiedt om morgen mee te gaan naar de gipswisseling in het ziekenhuis;
XP, een buurtgenoot, die ook rondscharrelt met een gebroken pols en met wie ik nu een soort lotgenotencontact heb in het plaatselijke cafe;

en natuurlijk manlief die mij iedere dag helpt bij het douchen en aankleden.

Ik begin dus weer een beetje oog te krijgen voor het goede om me heen. Wanneer krijg ik ook zin om weer eens over iets anders te schrijven?

Ben ik een gebroken pols? Of heb ik een gebroken pols?

vrijdag 16 januari 2009

Ijspret (4)

Er zijn mensen die hard gaan lachen als ze me zien. 'Zeker geschaatst, he?' roepen ze me vrolijk toe.

Er zijn mensen die me met minister Middelkoop vergelijken. We slikken waarschijnlijk beiden veel paracetamol, maar daarna stokt werkelijk iedere overeenkomst.

Er zijn mensen die keihard beweren: 'Ach, als het eenmaal gezet is, dan voel je geen pijn meer.'

Er zijn mensen die verontwaardigd vragen: 'Draag je nog steeds een mitella?'

Godallemachtig. Wees niet extra vrolijk. Wees niet overdreven opbeurend. Wees niet doelbewust grappig. Doe gewoon. Vraag hoe het gaat en luister naar het antwoord.

En o ja, begin niet over een zus van een collega, het kleinkind van een buurvrouw of die arme mede-cursist pottenbakken die nu ook thuis zit met een gebroken schouder, been, elleboog, pols of vinger. Want het interesseert me geen biet. Verder gaat het naar omstandigheden goed met mij. Einde bericht.

donderdag 8 januari 2009

Ijspret (3)


Het is vast een vorm van verwerking om 's nachts te dromen van je eigen geraamte. Wow, dit zijn mooie, sterke botten, die mij overeind houden. Die mij dragen. Wit. Goed gevormd. Passend. Ik ben er lyrisch over.

Dan word ik wakker. Boem. Pijn. Gepruts. Gips.

Maar een restje nachtelijke lyriek blijft hangen. En ik verbeeld me dat dat de genezing ten goede komt.

woensdag 7 januari 2009

Ijspret (2)

Gisteren geschaatst. Prachtig ijs. Gele rietkragen. Koek en zopie. Rooie wangen. Precies wat ik wilde.

Alleen het schaatsen ging vreselijk slecht. Waar was mijn techniek van weleer? Schaatstocht afgesloten met een meesterlijke val. Uitslag: linkerpols gebroken. Dat is pijnlijk. Een understatement van jewelste, maar ik weet niet hoe ik die pijn moet beschrijven zonder het onmiddellijk op een vloeken te zetten.

Ik zoek een reden: had ik dit verdiend? Was het nodig? Moet ik hier iets van leren? Ik zoek naar plot, naar oorzaak en gevolg. Maar helaas, onze levens zijn saaie plotloze verhalen, en toen was het ijs glad, en toen viel ik, en toen huilde ik van de pijn. En toen werd ik omringd door artsen, aio's en assistenten. De meesten leken niet veel ouder dan oudste zoon.

En nu slik ik pijnstillers en schuifel door het huis met een onhandig blok beton aan mijn arm. Einde verhaal.

maandag 5 januari 2009

IJspret (1)

De eerste werkdag in januari. Jongens naar school. Man naar werk. Een katerig gevoel besluipt me na een kleurrijke, volle en onstuimige kerstvakantie.

Ik blader nog even in de ochtendkrant en zie prachtige plaatjes van schaatsers op de Kinderdijk en ijszeilers op een bevroren Gouwzee. Iedereen heeft zaterdag 3 januari geschaatst, zo lijkt het wel. Behalve ik.

De kater heeft me nu volledig in de klauwen. Ik heb namelijk mijn hele oudejaarsdag besteed aan het scherp krijgen van mijn schaatsen - in een jungle van enthousiastelingen, die allemaal tegelijkertijd dezelfde winkel bestormden. Verkleumd van de kou kwam ik thuis.

Maar geschaatst heb ik niet. Ik vertrouwde het ijs niet. In mijn achtertuin leek het te dooien. En mijn familie was totaal niet te porren voor een avontuur. Waarom wist heel Nederland de juiste ijsbaan te vinden, en ik niet?

En nu zit ik hier in een leeggelopen huis met mijn vlijmscherpe schaatsen. Een soort lege-nest-syndroom overvalt me. Wat een nutteloos gedoe.

Gedver! Gauw! Aan de slag! Januari!

zaterdag 3 januari 2009

Lange Dagen


Zin in een boek?

Over de groeipijnen van het veertienjarige meisje, Eva?
Over haar broer Steven, die zich opsluit en alleen maar tekeningen maakt?
Over haar vader die zich moet bewijzen door een krankzinnige gezinsreis naar Lapland te plannen?
Over haar moeder die koste wat kost de harmonie wil bewaren?

Een lekker boek over puberpijn, gezinsleed en andere ontberingen?
Een boek dat schuurt en wringt?

Het is helder, bijna koud geschreven.
Kopen! Lezen! Doen!