maandag 16 februari 2009

Duende

Dit wordt een raar warm Spaans tussendoortje, temidden van alle vrieskou en ijspret van de laatste weken. Affijn, ik zag Duende, een programma van Gijs Scholten van Aschat en Eric Vaarzon Morel. Gitaar en poezie.

Er zaten voornamelijk vrouwelijke veertigers in de zaal van de Kleine Komedie. Kwamen ze voor deze twee mannen? Of voor de gitaarmuziek? Of voor de poëzie? Die trouwens ook geschreven was door mannen-mannen-mannen?

Waarom zat ik zelf eigenlijk in de zaal? Als vrouwelijke veertiger? Welk verlangen werd hier beantwoord? Of opgeroepen?

Eric Vaarzon Morel: je blijft naar hem luisteren natuurlijk. Zijn virtuoze gitaarspel. Vergroeid met zijn instrument. Maar je blijft ook naar hem kijken; hij is mooi van lelijkheid en andersom.
Gijs Scholten van Aschat blaast zichzelf pas leven in als hij acteert. Door te transformeren, laat hij zichzelf zien. Zo niet, dan is hij vrij kleurloos. De paradox van de acteur.

En ik zoek nu al een hele dag naar de bundel O Amor Natural van Drummond de Andrade. Ik heb het boek vast eens uitgeleend, ben alleen vergeten aan wie.

Ik zoek het gedicht Ik draag met mij mee. Wie helpt?

zaterdag 14 februari 2009

Ijspret (15)

De behoefte om over mijn gebroken pols te schrijven is geheel verdwenen.
Het was me kennelijk toch echt te doen om het bot.

Dat skelet.
Het geraamte.
Dat mysterieuze beenderstelsel dat ons overeind houdt.
Dat kapot kan. En ook weer geneest.

Tja, nu rest een revalidatieproces van een gezwollen, stijve, pijnlijke pols. Spieren. Pezen. Bindweefsel.
Pfff, totaal niet interessant! Zeker niet iets om verslag van te doen.

woensdag 11 februari 2009

Ijspret (14)


Archeologie
(sonnet van Esther Jansma, uit de bundel Hier is de tijd)

Als we ons dan toch moeten kleden,
tegen kou bijvoorbeeld, of in naam van iets,
in resten van dit of dat verleden,
verhalen en geheugensteuntjes die niets

vertellen dan dat we er al waren
in de tijd die bestond voor dit heden -
als wij onszelf alleen in het nu kunnen bewaren
door onszelf voortdurend uit te vinden in het nu

dan liefst eenvoudig, aan de hand van kleding.
Je zit aan tafel. Opeens zie je hoe iemand
ijs overstak, hoe hem de kou beving

of een ander einde en je zegt: kijk,
hier heb je zijn schoenen, leren mantel, wanten.
'Waar is de tijd? Hier is de tijd.'

dinsdag 10 februari 2009

Ijspret (13)

Morgen gips eraf.

Het voelt als een kermisattractie.
Aantrekkelijk, maar ook eng.

Nog 1 nachtje slapen en dan zie ik de gipsmeester weer.

(Zo worden medewerkers van de gipskamer genoemd. En terecht. Meesters zijn het.)

Gipsmeester.
Ik vind het een gouden titel voor een weblog. Een televisie-serie. Een dichtbundel.

maandag 9 februari 2009

Ijspret (12)

Dat was een raar rijtje in Ijspret (10).
Het duurde even voordat ik de vinger erop kon leggen.

Beng. Woede.
Beng. Liefde.
Beng. Angst.
Beng. Schoonheid.
Beng. Verdriet.
Beng. Pijn.

Welke emotie hoort niet in dit rijtje thuis? Schoonheid, natuurlijk! Want dat is helemaal geen emotie.

Ik wilde een overkoepelend woord voor het gevoel dat je kan bevangen bij het zien van Vermeer. Bij het horen van een pasgeboren baby. Bij het lezen van Vasalis. Bij het gele winterlicht op de Amstel. Bij het in de ogen kijken van een vreemde.

Bij iets wat je optilt. Overmeestert. Uit het veld slaat. Inspireert. Aanraakt.

Onroering? Is me te huilerig.
Verbijstering? Te overdreven geschokt.
Opwinding? Ja.
Verwondering? Ja.

Voorlopig hou ik het op een mengeling van opwinding en verwondering. Beng.

zondag 8 februari 2009

Ijspret (11)


Twee weken geleden. Weesperzijde. Ik ben blij met het nieuwe lichte gips, waardoor ik weer gewoon in mijn jas pas. De Amstel is op zijn mooist in dit ochtendlicht. Mijn hondje Brom dribbelt tevreden snuffelend voor me uit.

Een vrouw in een skipak loopt me tegemoet. Ze groet me vriendelijk en knikt naar mijn pols. Ik zie dat zij ook een arm in een mitella heeft. Er is een geheim verbond tussen mensen met gebroken onderdelen. We houden stil.

Dan pas herken ik haar. Eerst haar gele broek, vervolgens haar gezicht.
'Had je naast een gebroken pols ook een gebroken schouder?' vraag ik.
'Ja', zegt ze verrast. 'Hoe weet jij dat?'
'Het ziekenhuis!' roep ik uit. 'Ik herken je aan je broek!'

Ik voel me opgetogen alsof ik een doodgewaande vriendin hervonden heb. Ja, ik ben ietsje emotioneler de laatste tijd.

In het ziekenhuis werden we naast elkaar behandeld, slechts gescheiden door een dun gordijntje. Opvallend was haar sereniteit, terwijl haar blessure beduidend veel erger was dan de mijne. Tijdens het verdoven en zetten van mijn pols lag ik te vloeken als een bootwerker, zij gaf geen krimp. Ik had een 'extreme pijnreactie', zoals de doktersformulieren vermeldden. Zij had helemaal geen pijnreactie.

Ik was een watje. Zij een heldin.

'Hoe is het ermee?' vraag ik.
'Met mijn schouder gaat het goed', zegt ze. 'Maar mijn pols geneest slecht.'
'Hoe komt het dat jij geen pijn had?' Ik ben blij dat ik de kans krijg om het haar te vragen.
'Ik voel niks! Ik loop de hele dag te hollen en te rennen. Pas 's avonds in bed heb ik wel wat pijn, maar ik heb nog geen pijnstiller geslikt.'
'O', zeg ik wat ontdaan, want ik heb intussen een flinke paracetamol-verslaving opgebouwd.
'Ik heb osteoporose', voegt ze trots toe, 'dus ik ben gewend mijn botten te breken.'

Concurreert ze met me? Waarover? Ik begrijp er niets van, maar krijg niet de kans ook maar iets te zeggen.

'Osteoporose is iets voor magere mensen, dus dat zal jij niet zo snel krijgen', vervolgt ze vinnig.
'Nee', piep ik.
'Zeg, ik heb haast, dus ik loop door. Sorry hoor, maar je loopt me te langzaam.'

En weg is ze. Ik houd mijn pas in en kijk haar na: mijn voormalige heldin in haar kanariegele gewatteerde broek. Daar gaat ze op een holletje naar de volgende en de volgende en de volgende afspraak. Zonder noemenswaardige pijnreactie. Maar ook, zonder oog voor de prachtige Amstel. De sneeuwklokjes. Het ochtendlicht.

Brom tilt zijn poot nog eens op tegen een boom.
Godallemachtig, wat is het moeilijk om met jezelf in de pas te lopen.

vrijdag 6 februari 2009

Ijspret (10)

En opeens kwam ik weer terecht bij de klap.
Herbeleving. Boem.
Beng. Val.
Pols kapot. Pijn.
Verlammend. Overweldigend.
Mechanische tranen. Vertrokken gezicht.
Kijken hoe je het kunt dragen. Verdragen.
Verder niks.

Daarna worden het reacties op de pijn. En daar weer reacties op. En daar weer op. En voor je het weet, vergeet je de bron. Het begin. De oorspronkelijke klap.

Beng. Pijn.

Dat vind ik een hele wijze les. Hoe vaak verliezen we de bron niet uit het oog? En concentreren we ons nog slechts op reacties op reacties op reacties? Zijn we alleen maar bezig met wat we onszelf toestaan? Van onszelf verwachten, wensen? Wat we bij onszelf vinden passen? Wat we van onszelf gewend zijn? Wat aansluit bij ons zelfbeeld?

Beng. Woede.
Beng. Liefde.
Beng. Angst.
Beng. Schoonheid.
Beng. Verdriet.

En ja, inderdaad. Pijn.

De kunst is: daarbij blijven. Daarover schrijven. Het daarover hebben.


donderdag 5 februari 2009

Ijspret (9)

Ik heb mezelf toestemming gegeven om het nog steeds over de pols te mogen hebben. Terwijl de meeste mensen allang zijn vergeten dat het begin januari stevig vroor, mag ik nog van 'IJspret' genieten. Tot 1 maart.
Dat helpt.

Het stopt de innerlijke discussie of het wel gepast is om er maar over door te emmeren en dat er heus wel iets belangrijkers aan de hand is op de wereld dan mijn pols en dat niemand zit te wachten op, bla, bla.

Iemand zei: "Je linkerpols wordt straks het sterkste deel van je lichaam."
Dat helpt.

Iemand schreef: "Je stukjes zijn nog helderder dan daarvoor. Geen woord teveel."
Dat helpt.

Mijn pols geneest niet van eindeloze innerlijke, negatief gestemde, discussies. Mijn bot wordt uiteindelijk wel langzaam sterker van dingen die steunen.

Mensen. Mailtjes. Medeleven. Gips. Gedachtes.

dinsdag 3 februari 2009

Ijspret (8)

Ik zou niet weten waarover ik anders moest schrijven dan over botten, breuken en bewustzijn.

Er is niets anders.

Dat is een beperking en een verrijking tegelijkertijd. Mijn leefwereld is noodzakelijkerwijs smaller geworden. Maar ook dieper, lijkt het wel.

Ik kom hier beslist wijzer uit. Hoe die wijsheid eruit gaat zien, kan ik natuurlijk (nu nog) niet zeggen.

Woorden komen altijd als laatste.
Ja, op alle vlakken is een polsbreuk een geweldige oefening in geduld.