maandag 29 juni 2009

Ouderwetse vlinders


In de pubertijd word je plotseling opgezadeld met het fenomeen sexualiteit. Hormonen gaan hun werk doen, en jij als puber moet daar op de een of andere manier mee dealen. Allerlei strategiën zijn mogelijk.

Ik was een nogal zwart - wit type.

Het ene uiterste was de strategie (lees, reflex) van de afwijzing. Ik vond de desbetreffende jongen bijna nooit leuk genoeg en ik had al helemaal geen zin om iets met hem uit te proberen. Wegwezen! Door angst ingegeven, denk ik nu.

Het andere uiterste: ik ging op jacht. Want vond ik een jongen eenmaal leuk, was ik eenmaal verliefd, dan moest en zou ik hem hebben. Dat hebberige was net zo goed door angst ingegeven, besef ik nu.

Het grijze, of liever zachtroze, gebied daartussen in onderzocht ik nauwelijks. Ik experimenteerde weinig. Niet met sex, niet met verliefdheid of intimiteit. Wel leed ik permanent aan een gevoel van vlinders in mijn buik, dood of levend. En ik schreef er over. (Maar dat zelfs niet oprecht, want stel je voor dat iemand mijn dagboek las.)

Met een grote mond en veel scherpe grappen baande ik me zo een weg door het mijnenveld pubertijd.

En nu krijg ik de kans dit zoetroze twijfelgebied opnieuw te verkennen, tijdens mijn wekelijkse biodanza-avonden. De thema's die we dansen zijn relaties, sex, vrouw, man, Eros, Demeter en Dionysos, verlangen en sensualiteit. Het hele spannende puber-spectrum komt voorbij, zeg maar. Het is alsof ik wekelijks naar een schoolfeest mag, om toen en nu te onderzoeken.

Ik loop. Ik flirt.
Ik zoek vrijheid.
Ik versnel.
Ik ben verbonden.
Ik dans.
De gerichte pijlen van Apollo.
En Aphrodite's binnenkracht.
Ik ben alleen.
Ik lach. Ik zoek nabijheid.
Ik vertraag.
Ik dans.

En ik ben verlegen. God, wat kan ik verlegen zijn.

Regelmatig fiets ik naar huis met van die hele grote, ouderwetse vlinders in mijn buik: 'Wegrennen!' 'Jagen!' 'Wegrennen!' ' Jagen!'

Maar ik hoef niets strategisch te doen, het mag wel, het hoeft niet. Ik ben nu volwassen. Ik kan kiezen. De vlinders dragen me als vanzelf door de zomer. Althans, daar vertrouw ik dan maar op.

p.s. Vergeet niet op de vlinderfoto te klikken.

donderdag 25 juni 2009

Doorkijkjes

Ik heb dit blog echt voor mezelf. Al bloggend onderzoek ik wat een weblog kan zijn voor mij. Voortdurend vraag ik me af: ben ik niet te klef, te sentimenteel, te persoonlijk? Is mijn schrijfstijl passend bij dit onderwerp? Wat wil ik zeggen? En hoe doe ik dat zorgvuldig? Die vragen zijn nodig om het blog leesbaar en smakelijk te houden. Een doorlopend schrijfonderzoek, dus.

Ik heb dan ook niet de mogelijkheid geopend om op het blog te reageren. Ik wil namelijk liever niet dat lezers op de inhoud reageren. Ik wil niet dat lezers me sterkte wensen, of me vertellen dat ze iets herkennen. Dat wordt me een beetje te klef.

Dan is het extra leuk als een wildvreemde mevrouw de moeite neemt mij onderstaande mail te sturen. Vooral het woord 'doorkijkjes' spreekt me aan. En ook woorden als ' juichend enthousiast', 'stil van ontroering' en 'hartverwarmend' zijn best lekker om te lezen.

Op zoek naar een schrijfcursus heb ik jou ontdekt. Helemaal enthousiast over 'Tussentijd', prachtige, hartverwarmende doorkijkjes. Inmiddels heb ik zelf een kist vol geschreven en verschillende schrijfcursussen gevolgd en nog altijd op zoek naar welke vorm bij mij past, maar ik word van 'Tussentijd' juichend enthousiast en stil van ontroering. Dank je, dank je voor de doorkijkjes.

woensdag 24 juni 2009

I need another world

Op aanraden van M. kijk ik maandagavond naar de televisie.

Ik zie een man. Of is het een vrouw?
Ik zie een mens. Een groot mens in een witte jurk, een jurk die aangeeft dat dit lichaam niet het belangrijkste is. Een vormeloos lijf.
Ik zie een mens zonder lichaam.
Wat ik zie, weet ik eigenlijk niet.

Ik hoor een man. Of is het een vrouw?
Ik hoor een ziel met een stem, die vertelt.
Een naakte ziel. Onschuldig, maar o, zo geraffineerd.
Ik wist niet dat dat allemaal tegelijkertijd kon bestaan. Maar dat kan dus.
Ach, wat ik hoor, weet ik eigenlijk niet.

Dat ben ik, zegt M. En ze struikelt over haar woorden.

I need another world, zingt de ziel.

dinsdag 23 juni 2009

Sentimenteel

Eigenlijk, dacht ik, kan het niet, zo'n sentimentele brief.
Dat vindt A. niet leuk. En de lezers misschien ook niet.
En ik zelf? Ach, ik wist het niet.

Maar A. slaat zijn grote armen om mij heen en zegt: 'Bedankt.'
Ik kijk een beetje ongelovig naar hem, en ik zie dat hij het meent.
Dan vraag ik: 'Niet te sentimenteel?'
Zegt A: 'Volgens mij is alles wat jij over mij schrijft, sentimenteel. Dat komt omdat ik je oudste kind ben.'

Ik kijk alweer een beetje ongelovig naar hem. Hij heeft gelijk. Maar... hoe weet hij dit?

maandag 22 juni 2009

Lieve A.


Wat heb ik je dit jaar zien groeien. En nu ben je zo groot dat je als vanzelf ons nest uitkukelt.

In oktober maak je met mede-scholieren een reis naar Zuid-Afrika. Zelden heb ik je zo enthousiast zien praten, eenmaal thuis. Je bevlogenheid raakt me diep. Dit is A. in zijn kern. Ik krijg een souvenir van je, een beeldje van vier mensen in een kring. 'Ons gezin', zeg je er veelbetekend bij. 'Ik ga deze keukentafel missen.'

31 oktober vieren we je achttiende verjaardag met een heerlijk rommelig familiediner, waar je rustig alle aandacht, cadeautjes en lieve woorden in ontvangst neemt. In het middelpunt staan, dat is een kunst die je heel natuurlijk beheerst. De leeftijd past bij je. En ik ben trots.

Ik weet nog dat je voor het eerst uit mijn beeld verdween: je was een jaar oud en kroop enthousiast de huiskamer uit, de keuken in. Nu rij je zelfstandig in een auto de straat uit. Ik wil je honderdduizend waarschuwingen meegeven, maar ik hou mijn mond.

En vorige week hesen we de vlag, met een schooltas erbij. Je eindexamen. Een belangrijk brevet, een papiertje dat toegang geeft tot de wereld. Je gaat je dromen achterna. Je droom om vrijwilligerswerk te gaan doen in Zuid-Afrika. Je droom om te reizen. Je droom om arts te worden.

Doe alles op die unieke A.-manier. En vertrouw erop dat je altijd aan onze keukentafel kunt aanschuiven. Die heeft zich namelijk intussen in jouw grote hart genesteld.

Vlieg! Lieve schat, vlieg.
Je moeder

dinsdag 2 juni 2009

Dalai Lama


Paul Rosenmöller interviewt Dalai Lama, vanwege zijn bezoek aan Nederland.

Het tv interview was theater van het hoogste niveau. Ik zat te kijken naar twee personages die ieder vanuit een totaal andere realiteit proberen een gesprek met elkaar aan te gaan. Goh, wat is dat lachwekkend.

Paul Rosenmöller is de westerse journalist, die probeert Dalai Lama een controversiële uitspraak te ontlokken. Iets waarmee hij kan scoren. Nieuws kan maken. Zou het bijvoorbeeld niet geweldig zijn als Dalai Lama zou bekennen dat zijn leven is mislukt?

Dus probeert Paul Rosenmöller Dalai Lama er fijntjes op te wijzen dat een vrij, autonoom Tibet er niet zal komen op korte termijn. De levensmissie van Dalai Lama zal niet in vervulling gaan. En, hoe voelt Dalai Lama zich daar nu onder?

Dalai Lama is even stil, kijkt zijn interviewer recht in de ogen en schatert luid en vrolijk. Vervolgens zet hij serieus uiteen dat hij een boeddhistische monnik is, dat zijn spirituele werk verder reikt dan Tibet, en zeker veel verder dan zijn eigen leven. Mislukt? Dat was nog niet eerder in hem opgekomen.

En hij laat het zich ook zeker niet aanpraten door dit Nederlandse mannetje. Hij staat voor de waarden van Tibet, eerlijkheid, integriteit, vrede. Hij doet wat hij moet doen. Kan doen. En meer is er niet. Ja, er is de realiteit, waar niemand iets aan kan veranderen. It's reality, zegt Dalai Lama keer op keer. Paul Rosenmöller gaat er niet op in.

En dan komt het!

Aan het eind van het gesprek, klopt Dalai Lama de interviewer vaderlijk op de wang. Paul verandert nu definitief in Paultje, het eigenwijste jongetje van de klas. Het interview is mislukt, zie je hem teleurgesteld denken, waarom gaf Dalai Lama ook zulke rare antwoorden? En waarom lacht hij zo vaak?

Wat een gemiste kans. Maar wel heel verfrissend om naar te kijken.