Op vrijdag 2 april is het zover, dan arriveren zestien mensen op het eiland Terschelling voor de workshop Woorden Jutten aan Zee. Dat is goed nieuws, want die workshop geef ik met mijn Schrijfatelier.
Vandaag voorbereiden, dus. Een dagje denken, draaien en zoeken. En nu?
Nu is het 17 uur en staat er een koffertje klaar. Een raar koffertje, tot de nok gevuld met vakkennis, vertrouwen en intuïtie. Dat klinkt abstracter dan het is.
Een map die uitpuilt met gedichten, brieven en columns. Omdat er zoveel goeie schrijvers zijn, aan wie we ons kunnen spiegelen. De Matheaus Passion in vertaling van Jan Rot. Het verhaal De Brieven van Kader Abdolah. Plastic eieren om schrijfopdrachten in te verstoppen. Kerstlichtjes en een kleed met grasmotief, omdat dat zo lente-achtig oogt. Kleurpotloden. Pennen. Plakband. Een dierensprookje van Toon Tellegen natuurlijk. Gelukkig vind ik op de valreep de cd van Spinvis. Het nummer: Voor ik Vergeet.
Voor ik vergeet. Zeg dat wel.
Een dagje jutten in Amsterdam.
Morgen richting Terschelling. Zin.
woensdag 31 maart 2010
vrijdag 26 maart 2010
Jij en ik
'Jij beschermt mij. Je leest samen met mij in mijn reddende boeken. Je wijst me woorden aan. Je drukt op de lantaarnknopjes tussen mijn ogen en mijn hersencellen, ik zie filmpjes die jij hebt gefilmd. Jij fluistert er een ondertiteling bij.
(....)
En ook als ik schrijf zit jij bij het doorgeefluik.
Je gooit met vreemde woorden die je voor de gelegenheid aan elkaar hebt geplakt.
Je trekt personages tevoorschijn en roept:' Edward, Edward, deze dan? Of deze? Ze zijn allemaal lief!'
(....)
'Jij houdt mijn hand vast en je laat de hele wereld denken dat het andersom is. Dat ik de jouwe vasthoud. 'Geeft toch niet,' zeg je.
'Geeft wel', zeg ik, 'het jongetje redt de meneer.' 'Haha,' zeg jij, en ik zeg:
'Beloof het dan. Beloof het me dan. Dat je nooit meer, nooit meer loslaat.'
En jij fluistert: 'Wat klinkt dat nou weer serieus ineens.'
Maar je hand knijpt hard in die van mij.'
Jij en ik door Edward van de Vendel
(uit Titaantjes waren we - Schrijvers schrijven zichzelf ter gelegenheid van de 75ste boekenweek)
(....)
En ook als ik schrijf zit jij bij het doorgeefluik.
Je gooit met vreemde woorden die je voor de gelegenheid aan elkaar hebt geplakt.
Je trekt personages tevoorschijn en roept:' Edward, Edward, deze dan? Of deze? Ze zijn allemaal lief!'
(....)
'Jij houdt mijn hand vast en je laat de hele wereld denken dat het andersom is. Dat ik de jouwe vasthoud. 'Geeft toch niet,' zeg je.
'Geeft wel', zeg ik, 'het jongetje redt de meneer.' 'Haha,' zeg jij, en ik zeg:
'Beloof het dan. Beloof het me dan. Dat je nooit meer, nooit meer loslaat.'
En jij fluistert: 'Wat klinkt dat nou weer serieus ineens.'
Maar je hand knijpt hard in die van mij.'
Jij en ik door Edward van de Vendel
(uit Titaantjes waren we - Schrijvers schrijven zichzelf ter gelegenheid van de 75ste boekenweek)
donderdag 25 maart 2010
Komrij
'Voor jou, mijn jongen van twaalf, was literatuur nog een ideaal. Boeken konden je meer vertellen dan mensen, teksten waren je vrienden. Je kon al lezend de gekste vrienden verzamelen. De literatuur was een snoepwinkel, een hemelse vitrinekast.
(.....)
Vaarwel, mijn bleke jongen. Als je dan toch een goede raad van me wilt, dan wil ik je die van harte geven. Begin een brillenwinkel.'
Brief aan mezelf, toen ik jong en groen was door Gerrit Komrij
(uit Titaantjes waren we - Schrijvers schrijven zichzelf ter gelegenheid van de 75ste boekenweek)
(.....)
Vaarwel, mijn bleke jongen. Als je dan toch een goede raad van me wilt, dan wil ik je die van harte geven. Begin een brillenwinkel.'
Brief aan mezelf, toen ik jong en groen was door Gerrit Komrij
(uit Titaantjes waren we - Schrijvers schrijven zichzelf ter gelegenheid van de 75ste boekenweek)
zondag 14 maart 2010
Lente
Zoon (19) zegt stralend: 'Ik kan echt voelen dat de lente is begonnen. Jij?'
Ik schiet in de lach om zoveel optimistische onwaarheid, want ik heb net de hond uitgelaten en kom thuis met een bevroren neus en natte slierten haar. Hallo, dat is toch geen lente? Ik veeg mijn bril schoon en kijk nog eens goed naar hem.
'Volgens mij ben je verliefd, of niet?'
'Ja', geeft hij stomverbaasd toe. 'Hoe weet jij dat nou weer?'
Ik schiet in de lach om zoveel optimistische onwaarheid, want ik heb net de hond uitgelaten en kom thuis met een bevroren neus en natte slierten haar. Hallo, dat is toch geen lente? Ik veeg mijn bril schoon en kijk nog eens goed naar hem.
'Volgens mij ben je verliefd, of niet?'
'Ja', geeft hij stomverbaasd toe. 'Hoe weet jij dat nou weer?'
vrijdag 5 maart 2010
Het Geluk van de Eenzaamheid (3)
'Een origineel kunstwerk kan alleen origineel zijn wanneer het zich verhoudt tot een traditie. Zoals het buitenbeentje een familie nodig heeft waarvan het afwijkt, heeft een uitzonderlijk kunstwerk de geschiedenis nodig waarop het een uitzondering vormt. Naar mijn idee is de schrijver, vanaf het moment waarop de moderne roman ontstond, een onderzoeker van de scheppende en verwoestende invloed van bestaande ficties op de persoonlijke werkelijkheid. De ziel is een fabricage van traditie en oorspronkelijkheid.'
Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid (pag. 19)
Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid (pag. 19)
woensdag 3 maart 2010
Het Geluk van de Eenzaamheid (2)
'Dat is de paradox van stijl. Het hoogstpersoonlijke kan zich alleen manifesteren door gebruik te maken van confectie, van beschikbare middelen die iedereen gebruikt en die dus onpersoonlijk zijn. De taal is zo'n middel. De taal is van iedereen, ze is doortrokken van traditie, geschiedenis en alledaagsheid. Het is dan ook de kunst erin te klinken als geen ander voor jou klonk.'
Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid (pag.61)
Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid (pag.61)
maandag 1 maart 2010
Het Geluk van de Eenzaamheid (1)
'Wat een auteur uniek en bijzonder maakt is dat wat het meest aan zijn eigen macht en inzicht ontglipt, en dat is zijn stijl. (...) Stijl is het summum van wie je bent, het karakteristieke van je persoonlijkheid, het markante van je handschrift, het is je zichtbaar geworden ziel.'
Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid, pag. 59/60
Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid, pag. 59/60
Abonneren op:
Posts (Atom)
