Posts tonen met het label straks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label straks. Alle posts tonen

vrijdag 18 juli 2008

Thailand


Als je dit leest, zit ik op een Thaise olifant.
Of ik ben bekeerd tot het Thaise boeddhisme.
Of ik strompel zielsalleen door de Thaise jungle.
Of ik leer Thais koken.
Of ik onderga een Thaise massage.
Of ik lig in de Thaise nachttrein.
Of ik ben zojuist geprikt door een Thaise malariamug.
Of ik dobber in een helderblauwe Thaise oceaan.
Ik weet het niet.
Wel weet ik dat ik rond half augustus terug ben.
Vakantie? Vakantie.

donderdag 24 april 2008

Grote Schoonmaak


Wat ik in mijn leven niet allemaal heb moeten herzien.
Aan meningen. Aan voornemens. Aan smaak.

Ik trouw nooit. Ik hou niet van Amélie Poulain. Ik ga echt niet met vreemden dansen. Ik stop niet met werken als ik kinderen krijg. Ik koop never een caravan. Ik hou niet van Mathijs van Nieuwkerk. Ik wil niet zo'n echtpaar zijn dat zwijgend tegenover elkaar zit. Mijn vrienden zijn mijn familie. Nooit slaap ik voor 24 uur. Dik zijn is voor slappelingen. Ik zal nooit tegen mijn kinderen zeggen dat ik ze niet 'gezellig' vind. Ik haat natuurfotografie. Familie interesseert me niet. De kleur van tuinkussens is onbelangrijk.

Wat was ik bang om een ingekakte tut te zijn, zo bang dat ik allemaal straffe dingen over mezelf afriep, die ik dan weer tandenknarsend moest hernemen. (Ik keek vanochtend Amélie Poulain - en vond het een heerlijke film. Terwijl ik er eerder bij in slaap was gevallen en dacht dat dat aan de film lag. Vandaar.)

Het lijstje is bij lange na niet volledig, maar dat doet er ook niet toe. Het gaat om het schoonmaakgebaar. Pffff. De bezem erdoor. Weg met die rommel. Weg met die ruis. Weg met die kwetterende stemmetjes die van alles van me moeten.

"Meningen hebben is verraad plegen aan jezelf.
Geen meningen hebben is bestaan.
Alle meningen hebben is dichter-zijn." (212)

maandag 21 april 2008

Zwervende Dichter

'Zoekt u iets?' vraag ik. Ze staat voor mijn huis te turen, trapje op, trapje af. Het pand bekijken van een afstandje. Weer richting tuinhekje. Ik zet mijn fiets op slot.

'Zit hier een ... eh... schrijverschool?' vraagt ze. Ze heeft een wollen muts op en een lege knalgroene boodschappentas aan haar arm. Ik ben een beetje op mijn hoede. Is ze een zwerver?

'Ja, het Schrijfatelier', zeg ik. 'Dat is mijn bedrijf.'
'O', knikt ze afwezig. Stilte die ik niet kan interpreteren. Wat wil ze nou?

'Wilt u verder iets weten?' vraag ik om haar op gang te helpen.

'Ik woon in Australië, ziet u. Ik ben naar Nederland geëmigreerd, toen ik jong was. Ik dicht in het Engels. Een jaar of drie geleden ben ik mijn gedichten gaan vertalen naar het Nederlands. Vooral de gedichten die over de oorlog gingen. Snapt u?'

Ik denk dat ik het snap. Maar waarom is ze hier?

'Ik volg een cursus op de Schrijversvakschool. Bij Carla Boogaards. Kent u die? O, zal ik u mijn bundel laten zien? Ik kan hem alleen niet weggeven, want ik heb er nog maar vijf, en ik ben hier pas een week.' Ze lacht verontschuldigend.

'Misschien vindt u het leuk om van de week samen een kopje koffie te drinken?' stel ik spontaan voor. Het is er uit voor ik het weet. Maar het lijkt me ook echt leuk. Gewoon een kopje koffie? Nu is zij argwanend. Ja, gewoon een kopje koffie.

'En een goed gesprek over poëzie natuurlijk', voeg ik er snel aan toe. Ze lacht. Ontspant.

Ze is acht weken in Nederland om in haar moedertaal te leren dichten. Haar Nederlands is niet goed genoeg, vindt ze zelf. Ze woont in een appartement aan de overkant van de straat. Aan het eind van het gesprek geven we elkaar een hand, als het ware om de afspraak te bezegelen.

Zo ontmoet ik ze graag, zeg, zwervers. Eh, dichters.

zondag 2 maart 2008

Tiener


Tiener. Het woord doet een beetje ouderwets aan. Het is in onbruik geraakt. Ik weet niet waarom.

Tegenwoordig hebben we het liever over pubers. Puberbrein. Puberstreken. Puberteit. Het woord puber suggereert een probleem. Een puber is een lastpak. Iemand die de wetten van de school aanvecht. Iemand die aan de regels van zijn ouders tornt. Iemand die tegenwoordig zelfs staakt.

Maar wat is daar mis mee? Pubers zijn bezig zich te ontwikkelen tot volwassenen met een eigen individualiteit. Pech voor ons volwassenen, dat dat soms lastig is.

Tieners dus. Dat geeft alleen een leeftijdsaanduiding aan. Meer niet. Je hebt veertigers. Zestigers. Dertigers. En tieners.

Nou, ik kan het weten, want ik was een weekje wintersporten met man en drie tieners. Drie jongens: A. (17), M. (14) en W. (12). Lastig? Zeker. En hoekig. Humeurig. Slonzig. Onoplettend. Egocentrisch. Een regelrechte ramp.

Maar leu-eu-euk! Ik heb nog nooit zoveel vieze, discriminerende grappen gehoord als deze week. Echt grappen die niet kunnen. Bijvoorbeeld. Vraag: Weet jij een goede openingszin? Antwoord: Ik heb zin. En jij hebt een opening. En daar dan ontzettend hard om lachen met zijn 3-en. Ik zeg het je. Het kan echt niet.

(Waarbij het trouwens volkomen helder is dat de jongen van zeventien om iets anders lacht dan die van veertien, en waarbij de jongste eerder aarzelend meelacht. Drie soorten tienerlach, dus. Ja, het bestaat. En het is een voorrecht het mee te maken.)

Volgende keer meer. Eerst moest ik het woord tiener her-introduceren. Bij deze.

maandag 26 november 2007

Curriculum Illusione

Dit is een website waar ik af en toe langs surf, een beetje huiverig word ik ervan. Ik houd van levensverhalen, ik houd van impressies van zoekende, levende mensen... maar om nou te gaan verzinnen waar we precies sterven? Halt. Dat vind ik eng.

En daardoor ook aantrekkelijk. Je durft het wel. Je durft het niet. Durf het wel. Durf het niet. Wel. Niet.

dinsdag 20 november 2007

Pointer Sisters

Ik wil opeens heel graag negerin zijn.
En 65 jaar oud.
Met mijn zussen in Paradiso optreden.
Op een druilerige avond in november.
Dat wil ik.

Yeah! I'm so excited! We were there! They loved Amsterdam and we loved them. The one and only Pointer Sisters.

zaterdag 17 november 2007

Spiegels

Ik wil het hebben over mezelf
door de ogen van mijn kinderen.
Zij zien een vrouw die aan de
keukentafel zit te schrijven.
Pennen in een groen schriftje.
Een vrouw die verslag doet
van haar leven, waarin
zij een grote rol spelen.
Soms lezen ze mijn blog, dat
laten ze merken, ze zijn geloof ik trots
als ze onderwerp zijn.
Mijn moeder is schrijfster, denken ze dan.
Terwijl ik me steeds afvraag
of ik het wel kan maken om hen in
de schijnwerpers te zetten, of ik daarmee hun
privacy niet aantast, hun ziel, of het onveilig
voelt zo'n vrouw aan de keukentafel
die over je zit te schrijven in dat
eeuwige stomme, groene schriftje.

Ze worden gezien. En daardoor worden
hun ogen helderder. Dieper van kleur.
Dat zie ik ook.

maandag 12 november 2007

Bijna-bijna-doodervaring

Ik wil het hebben over
de zaterdagmiddagmatinee.
Liza Ferschtman trekt met haar viool
lange draden vanuit het donkere
tropische regenwoud van mijn ingewanden
dwars door het dak van het Concertgebouw
naar de strakblauwe hemel, terug via onmetelijke
sneeuw- en ijsvlaktes naar zware, zwarte boerenakkers.
Rust. En dan flitst het weer een andere route
langs diezelfde punten. Vlijmscherpe draden
van schoonheid, zo dun en sterk als de e-snaar zelf.

Op tv zag ik laatst een vrouw praten over haar bde.
Haar bijna-dood-ervaring.
Zij wist nu wat de bron was van alle religie,
ze had liefde gevoeld en rust.
En dit alles in een tijdloos bewustzijn.
Ze zei het zonder een spoortje ironie.

Dat is het! Dat! Ja! Ja! Precies!
Ferschtmann speelt een sequenza van Berio.
Ik klink daarmee als een kenner.
Dat ben ik niet. Alhoewel?
Sinds 3 november 2007 weet ik weer een klein beetje meer.

woensdag 7 november 2007

Baren en Schrijven (3)




























De stierenvechter en de jonge moeder: ze delen de blik van trots en uitputting, van niet meer helemaal weten wat er is gebeurd of wat er gaat komen, van verwarring, leegte.

Geniaal van Rineke Dijkstra om die destijds (1994) naast elkaar te zetten.

donderdag 1 november 2007

Baren en Schrijven (1)


31 oktober 2007
De wekker gaat. Man feliciteert me. Met onze zoon A. die vandaag zeventien wordt. Nog half in slaap, antwoord ik, tot mijn eigen verbazing: 'Wat een bevalling was dat!' En dat was het.

Ik heb destijds wel honderden pogingen gedaan om erover te schrijven, over mijn eerste overweldigende, onzinnige, beestachtige, prachtige, krankzinnige, ja, bijna onmenselijke ervaring om deze baby op de wereld te zetten.

Je kunt eten en de krant lezen.
Je kunt bellen en zwaaien.
Je kunt fietsen en kletsen.
Je kunt lezen en thee drinken.
Maar baren? Je kunt baren. That's it.

Over het hyperventilerende gepuf om je adem om die gigantische buik heen te leiden. Over je irritatie voor licht. Voor washandjes. Voor aandacht. Voor aanrakingen. Over hoofdjes die weer terugfloepen. Over gyneacologen die, ja wat doen die eigenlijk? Over puffen en persen. Over iets levends uitpoepen dat er eerst niet is en dan wel. En dat blijft. Over een raar, klein mannetje dat je met wijze ogen aankijkt alsof hij je al jaren kent. Over het gepruts met melkborsten en navelbandjes en luiers en badjes en flesjes. Over de zorg, die toen begon en nu al zeventien jaar onder mijn leven kabbelt.

Baren en schrijven: kennelijk ook een onmogelijke combinatie. Want ik vond er geen enkel boek over. En dat miste ik. Ik wilde lezen hoe andere vrouwen dit ervaarden. Of ik de enige was wiens wereld op zijn kop gezet was door de komst van zo'n kleine kabouter. Ik kwam allerlei technische bevallingsboeken tegen, dat wel, maar die stonden vol met onbruikbare tips voor de op handen zijnde bevalling. Niets over het baren zelf. En ik las de Ouders van Nu, maar die repte van babybehang en hoe je gezellig met je schoonmoeder naar Artis kon. Ook de literatuur meldde niets. De poëzie? Leeg. Alle geschreven woorden zwegen als het graf over de bevalling. Baren bleek het best bewaarde vrouwengeheim te zijn.

Dus ging ik het zelf proberen. Soms vind ik nog wel eens zo'n poging. Het werd gepruts dat niemand wilde lezen. Ikzelf al helemaal niet. De taal was niet toereikend genoeg. De taal wilde zich niet plooien om zaken rond leven en dood. Althans, niet direct. En dat was wel wat ik zocht. Poging gestaakt. Ik begon te begrijpen waarom alle andere vrouwen er niet over schreven. Het was domweg niet te doen. Een dikke laag ironie hielp, maar die omweg wilde ik niet. En zo bleef deze bevalling een verhaal in mijn hoofd, niet op papier.

Het klink gek, maar zoon A. heeft hier eigenlijk weinig mee te maken.
Hij is mijn zoon. Al zeventien jaar.
Hij is wezenlijk belangrijker dan ikzelf.

Maar dat is weer een heel ander verhaal.

zondag 14 oktober 2007

Familieblog?!


Steven ik rechtstreeks af op een familieblog? Het begint er wel op te lijken, he. Steeds weer kom ik op de een of andere manier terecht bij grootouders, ouders, kinderen. Familie: ik schrijf graag over het wonderlijke fenomeen. Het is prachtig en afschuwelijk tegelijk. Het is bevrijdend en beklemmend. Familie vormt je. Tegelijkertijd moet je er wegwezen en als een haas je eigen weg vinden.

Het interesseert me, maar ik zit zelf tenslotte ook midden tussen de generaties. Dus zo vreemd is dat niet. Laat ik het mezelf dan maar toestaan erover te schrijven. Op het gevaar af dat ik word weggezet als de nieuwe Daphne Deckers.

Gisteren bruiloft. Grandioos familiefeest. Waar de vader van de bruidegom veeeeeeels te lang sprak. Waar ik wild danste met mijn zwager, als de vader van de bruid. Sigaretten deelde met mijn studerende nichtjes. Met mijn neven teveel wijn dronk, waardoor ik een onbetrouwbare taxichauffeur werd, zodat oma volkomen terecht liever een echte taxi naar huis nam. Waar ik vol verve de rol van tante Nets kon neerzetten. Waar ik de korte kritische of beter, inschattende blikken van mijn zussen doorstond (zoals alleen vrouwen onderling naar elkaar kunnen kijken) en vervolgens ouderwets lol met ze trapte.

Familie. Wat er ook gebeurt. Halleluja! Amen!

zaterdag 13 oktober 2007

Romeinse Gympen

De telefoon. De nummermelder verraadt iets buitenlands. Ik neem op.

A! Het is A! Mijn hart maakt een sprongetje. Hi Mam, overschreeuwt hij de afstand Rome-Amsterdam. Ik sta hier in de rij om binnen te komen in het Vaticaan, we staan hier al uren. Rome is veeeet, ik slaap met V. en R. op de kamer, we gaan iedere avond met z'n allen naar de Spaanse Trappen. Nee, ik drink niet teveel, joh, het verkeer is hier een grote chaos, nergens stoplichten, echt gevaarlijk, jaha, ik doe voorzichtig. We eten in een vies restaurant, niet te geloven, maar dat vertel ik je later nog wel. Is echt lachuh.

Het is stil. Heeft A. mij zomaar gebeld? Zomaar om even te zeggen dat het goed met hem gaat? Ik kan het me niet voorstellen. Maham, hoor ik dan vanuit Rome. Hij noemt me mam, dat doet hij bijna nooit meer. Bovendien klinkt zijn stem omfloerst, het is het stemgeluid dat iets van iemand gedaan wil krijgen. Geld, denk ik, hij heeft geld nodig.

A. vervolgt: We staan hier in de rij dus en de hele klas gaat naar de Foot Locker hier op de hoek. Toffe schoenen, mam, die hebben ze in Nederland nog niet. Ik heb nog spaargeld en nu wilde ik....

Dacht ik het niet! A. heeft altijd te weinig geld. Het concept 'sparen' is niet aan A. besteed. Het leven is te leuk. Vol aardige mensen en mooie spullen. Je leeft toch maar een keer? Maham?

Dat is waar. Ik strijk mijn hand over mijn hart en beloof hem wat geld over te maken. Dank je, zucht hij tevreden vanuit Rome. Ik belde ook omdat ik je graag wilde spreken, hoor. En daarmee breekt hij mijn laatste restje verzet. Charmeur. Bijna zeventien. Weet wat ie doet. Mijn A.

Jippie, vanavond komt hij thuis. Op zijn nieuwe Romeinse gympen.

vrijdag 12 oktober 2007

Kleren maken de Man

Gisterenavond was het koopavond. Ik moest hoognodig met zoon M. naar de Bijenkorf. Om 'nette' kleren te kopen.

Morgen trouwt een nichtje van ons. En de bruiloft is helemaal volgens alle bruiloft-etiquette georganiseerd. Dus kan M. zich daar niet vertonen in een versleten baggy skate-broek, die half op de billen hangt en vol met gaten zit. Dat detoneert. Althans, het kan natuurlijk wel, maar ik wil het niet. Ik -als moeder van M.- word er ten slotte op aangekeken. En ik heb geen zin in kritische blikken. Zeker niet van familie. Die kunnen namelijk dodelijk zijn.

Dus op naar de Bijenkorf. Welke afdeling? De jongensafdeling? De herenafdeling? Waar ga je heen met een lange uitgegroeide sliert van veertien? Hij wil zelf naar een toffe afdeling op de vijfde verdieping. Daar beginnen we. Ik ben de beroerdste niet.

We bekijken en betasten mooie broeken, glimmende knopen, felle kleuren. Leuk, denk ik van binnen. Maar ik houd mijn mond, want wat ik leuk vind, vindt M. niet leuk. De verkoopster vraagt of ze ons kan helpen. Ik vraag naar de kleinste mannenmaat. De vrouw kijkt me even aan en zegt dan uit de hoogte, zoals alleen Bijenkorf-verkoopsters dat kunnen: ' Dit zijn meisjesbroeken.' M. krijgt een rooie kop en trekt mij mee naar de mannenkant. Ik zie het verschil niet.

Wat zoeken we eigenlijk? Een neutrale broek, met een neutraal shirt en een neutraal vest of jasje. Nette kleren, waarin M. toch zijn eigenheid bewaart. Wat een opdracht. Ik veracht mezelf. De les van conformisme.

De eerste, de beste zwarte broek. Veel te groot, want M. heeft geen heupen. Maar aangesnoerd met een riem, en de pijpen opgerold blijkt de broek wel wat te hebben. Dat vindt M. ook. Pfff! Broek gescoord.

Dat is in, zegt M. en hij wijst naar een truitje met een quasi-ballerig ruitje. Ja, aarzel ik. Ik snap wat hij bedoelt. Maar de familie draagt dit soort truien serieus en dit truitje is een knipoog. Dat is toch juist grappig? zegt hij. Nee!! Ik wil neutraal!! Geen knipoog-truien. Neutraal!!

Thuis gebeurt het. M. paradeert als een mannequin door de keuken. Af en toe een stukje Moonwalk. Zelfverzekerde stappen. Ik weet niet wat ik zie. Voor mijn ogen verandert M. van een jongen van veertien in een elegante jongeman. Zwarte broek, mooie trui, herenschoenen. Hij kon zo uit de wintercatalogus van de Bijenkorf gestapt zijn.

Kleren maken de man. Dat wist ik al. Maar dat conformisme loont?

zaterdag 29 september 2007

Wollen muts


'Je zult wel trots zijn', zeggen mensen tegen me. En dan hebben ze het over mijn zoon M. die danst in een voorstelling van Hans van Manen. Het lukt me niet om gewoon 'ja' te zeggen. Arme mensen, ze plaatsen argeloos een losse opmerking, verwachten een gewoon antwoord en krijgen dan mijn complexe en gevoelige gedenk over zich heen.

Zoon M. is veertien en danst. En ja, ik ben trots. Zeker als hij in het Hans van Manen festival danst. Of in de Notenkraker. Of in de opening van de Nederlandse Dansdagen. Maar die trots betreft slechts een laagje in mij.

Een andere laag heeft te maken met een M. van veertien. Gewoon M. met wie ik flauwe grappen kan maken, en ruzie over dat hij geen licht op zijn fiets heeft of mopper dat hij te laat aan zijn huiswerk begint. Trots omdat hij mijn zoon is. Trots om de dagelijkse dingen.

Nog weer een andere laag is bezorgd. Omdat hij altijd moe is. Om zijn volle rooster. En omdat hij steeds weer verder moet. En zijn grenzen blijft verleggen. En veel te weinig lummeltijd heeft. Hij heeft niets aan die bezorgdheid, dus ik houd mijn mond.

En deze laag is de ingewikkeldste. Mijn zoon M. staat op het podium van het Muziektheater zijn vak uit te oefenen en daarmee hoort hij niet meer bij mij. Niet een beetje niet. Nee, helemaal niet. Dat is de rottigste. Kan ik bijna niet uitleggen. Hij is veertien en heeft een zelfstandig vak, waar ik niets mee te maken heb. Gadverdamme. Het is me gewoon te professioneel. En te vroeg.

In de pauze dwaal ik alleen langs het koffiedrinkende publiek door de wandelgangen van het Muziektheater. Had ik maar een grote wollen lelijke muts op mijn hoofd met 'Moeder van M' erop. M. zou zich rot schamen. Ik niet. Ik wil dat iedereen het weet.

En daarmee ben ik toch beland bij een eenvoudig antwoord. Want dat ik zonder schaamte met zo'n muts door het Muziektheater zou willen lopen, zegt eigenlijk wel genoeg. Ja natuurlijk ben ik trots. Wat dacht je? Duhuh.

zaterdag 30 juni 2007

Vakantiewerk (2)




A (16) en M (14) hebben vakantie. Ze doen waar ze zin in hebben. Terecht. Verdiend ook. Ze hebben hard gewerkt (nou ja...), maar zijn in ieder geval wel allebei over.

Hoe zal ik het zeggen? De orde is uit het huis. Ontbijtspullen staan de hele dag op tafel. De kamer zit opeens vol met Ollie (veel rust), Abel (veel schouder), Willem (veel grijns), Justus (veel groei), Florian (veel volume), Andreas (veel verandering), Marijn (veel beugel), Olivier (veel been), Erik (veel hasj), Daan (heb ik jou al eerder gezien?), Chanquito (veel lef) en Melle (veelveel haar).

Echt, hoor, het zijn goeie jongens stuk voor stuk, maar waarom van alles zo veel? Veel lawaai, veel beweging, veel natte jassen, vieze sokken? Waarom zo veel, heel veel aftershave? Waarom zoveel krummelige chips, snoep en plakkerige glazen cola? (en bier en sigaretten, soms?) Ze kijken tv, spelen computerspelletjes, luisteren naar muziek en rammen daardoorheen op hun gitaar.

Net als ik vlucht en besluit mijn heil elders in huis te zoeken, gaan ze. Even plotseling als ze gekomen zijn, zijn ze weg. Pfff, in rook opgegaan. Zonder aan mij te melden waarheen. Of hoe laat ze weer terugkomen (en met hoeveel). Ze duiken op waar en wanneer ze willen als duveltjes uit een doosje. Kortom, het is chaos in huis. En de ijskast permanent leeg (want veel honger).

Ik klink als een oud wijf dat toe is aan vakantie. Dat weet ik, maar ik kan het ff niet helpen. Die jongensvakantie voelt vooralsnog alleen maar als een hoop werk. Moeders vakantiewerk? Ja, duhu..

dinsdag 26 juni 2007

Vakantiewerk (1)


Zoon A. (16) doet vakantiewerk in de keuken van een restaurant. Afwassen. Vriescellen schoonmaken. Honderd kippetjes vullen met citroen. Hij komt moe thuis. Uitgeput bijna. Maar heel gelukkig en voldaan!

Waarom lukt het het Amsterdams Lyceum niet om hem zo te laten glimmen van trots? Wat is dat toch met vakantiewerk?

Herinnering. Ik was zestien en ging mij inschrijven bij uitzendbureau Tempo-team. Ik was zelf nooit op dit idee gekomen, maar ik liet me meeslepen door M. mijn vriendin. Een type-snelheid-test moest ik doen, waar ik mij met twee vingers doorheen blufte. Ik had een jaar in het schoolbestuur gezeten als ab-actis, en had zelf een enorme hoge dunk van mijn typevaardigheid. Tempo-team zag er echter niets in.

Dus werden het twee weken in de kartonnagefabriek in Schiedam. Mijn opdracht? De zijkantjes van kartonnen sigarendoosjes razendsnel checken op oneffenheden. Of razendsnel? Nee, eerder produceerde de machine een constante, gestage stroom kartonnen strookjes, waar ik uitviste wat niet voldeed. Twee weken vol rafelige kartonrandjes, slecht gesneden stukjes en propperig papier. Grandioos.

Zoveel nuttiger dan Grieks en Latijn. Of kunstgeschiedenis. Of gymnastiek. Eindelijk het echte leven. Het klokken, de geur van karton, het constante lawaai, de onderlinge grappen die ik nauwelijks begreep, elkaar waarschuwen als de baas zich op de werkvloer vertoonde, de Turkse collega die probeerde te imponeren, ja, flirten bijna, de kantine met vieze stinksoep- ik weet het allemaal nog precies. Ik voelde me belangrijk. Soms ongemakkelijk. Maar in ieder geval hoorde ik ergens bij.

Vakantiewerk, een niet te onderschatten volwassenheidsrite. Echt hoor, daar kan geen leraar tegenop.

woensdag 20 juni 2007

Echte Leraren

Zat gisteren met M. (zoon, 14 jaar) tv te kijken. Saaie tv vond hij. Nova of iets dergelijks. Veel politici in beeld. Hij deelde mensen in, 'echt' of 'onecht'. Balkenende was volgens hem niet 'echt', maar Middelkoop wel. Bos is 'echt' en Donner ook. Maar Wilders weer niet. Die is 'onecht'.

'Deel je leraren ook zo in?' polste ik.
'Ja', antwoordde hij verrast. 'Beter een saaie, maar echte leraar, dan eentje die onecht is.'
'Wat bedoel je dan met onecht?'
'Iemand die doet alsof. Die leuk doet omdat hij aardig gevonden wil worden. Dat is vervelend.'
En hij imiteerde zijn aardrijkskundeleraar, met plat Amsterdams accent. 'Zo, jongens, ga lekker sittuh en voor je selluf aan het werruk.'
'Echt of onecht?' vroeg ik.
'Echt. Het is alles wat die man doet. Hij legt nooit iets uit. Maar het is wel echt. '
Leerzaam zo'n zoon van veertien. En echt.

woensdag 6 juni 2007

Herr Bissecker

Morgen reis ik naar Berlijn. Vier hele dagen in Berlijn. Een stad die ik niet ken, maar die ik graag wil leren kennen. Op dit moment zit me vooral dwars dat ze Duits praten in Berlijn. Ik ben namelijk erg slecht in Duits.
Als ik aan Duits denk, denk ik aan Herr Bissecker. Dat was mijn leraar Duits op de middelbare school. Door mijn oudere zussen (en hun vriendjes) had ik me laten opjutten. Durfde ik tegen mijn leraar Duits te zeggen: 'Du bist verruckt' Nee, toch. Of wel?
Ik was een lefgozertje in die tijd en ging de uitdaging aan. Natuurlijk kreeg ik straf en natuurlijk moest ik nablijven. De nablijfmiddag duurde eindeloos lang. Een muf lokaal vol verveling. De lol was er af. En de wraak van Herr Bissecker zoet. Zoeter dan hij zelf vermoedde, denk ik. Het suikerwater droop langs zijn kin, toen hij langs mijn tafeltje liep, stilhield, zijdelings naar me keek en zei: ' Jij hebt ook dikke brilleglazen, he?'
Ik implodeerde.
Sinds die tijd heb ik geen woord Duits meer gesproken.
Ik verklaarde Herr Bissecker dood.
En binnen een jaar had ik contactlenzen.

maandag 28 mei 2007

Veertien

Jongste zoon M werd deze week veertien jaar. Het was anders dit jaar. Hij wist niet wat hij wilde eten. Hij wist geen cadeau te bedenken dat hij graag wilde hebben. Hij wist niet wie hij wilde uitnodigen. Hij wilde er eigenlijk niets van weten.
Als moeder kan je het niet helpen. Als je kinderen jarig zijn, denk je aan de dag dat ze ter wereld kwamen. En tot nu toe vond M het ook altijd leuk om dat verhaal te horen. Hoe snel hij eruit floepte. Als een kogel, werkelijk, schoot hij naar buiten. Hij had er zin in. Hoe vader A onder het vruchtwater gespoten werd. Hoe mooi iedereen hem vond. Wat een wonder hij was.
Zijn verjaardag? Natuurlijk aten we zijn favoriete citroenpasta. En natuurlijk gaven we hem boxjes voor zijn Ipod. En natuurlijk vertelden we hem zijn geboorteverhaal. Maar het was anders. Het was... hoe zal ik het zeggen? Ja, het was ontzettend veertien. Dat was het.