Tijdens de afgelopen week hebben vier mensen onafhankelijk van elkaar aan mij gevraagd: 'En wanneer ga jij die roman nou eens publiceren?'
Hoe bedoel je? Welke roman? Er is helemaal geen roman. Een roman is gedoe. Veel woorden, veel papier, veel personages en dan ook nog zoiets als plot. Poeh. Ik heb toch mijn weblog? Maar daar namen de vier geen genoegen mee. Nee, met dat weblog leidde ik me alleen maar af van het echte werk. Ik moest nu aan de slag. Kom op, zeg.
Het vervelende was dat ik gevleid was. Het was bemoedigend om te horen dat er in mijn schrijverschap werd geloofd. En nu zit ik prompt in een diepe schrijfimpasse. Die roman is verder weg dan ooit (als hij er al was). En van schrik schrijf ik ook niets meer in mijn weblog. Waar ijdelheid je niet al brengt.
Wat me vooral dwars zit is dat ik dit weblog niet met hand en tand verdedigde. Ik liet het gebeuren dat vier mensen zomaar mijn weblog opzij schoven. Terwijl ik er zoveel van hou! Ik zou bijna mijn excuses willen aanbieden. Aan mijn weblog. Maar vooral aan mezelf - als weblog-schrijver.
Want waarom hadden die vier zo'n zin in een roman van mij gekregen? Wat had hun leeslust opgewekt? Mijn stukjes. En waar vonden ze die stukjes? Juist ja, op dit weblog.
Dus bij deze is het gewoon een volwassen literair genre: het weblog. Sommigen schrijven een roman. Anderen een reeks gedichten. En ik schrijf weblog. Zo.
Posts tonen met het label nu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nu. Alle posts tonen
donderdag 11 september 2008
maandag 1 september 2008
Dichtende Engel

In april van dit jaar schreef ik een stukje op mijn blog over een ontmoeting. Ik noemde het stukje 'Zwervende Dichter'.
Ik heb haar in mei en juni vrijwel wekelijks ontmoet. Ze wilde schrijven in het Nederlands, maar dat ging moeilijk vanuit Australië en daarom was ze hier. Ik leende dichtbundels aan haar uit en mijn woordenboeken. Ze herkende zichzelf in het werk van Hanny Michaelis. Judith Herzberg natuurlijk. Ze bewonderde Esther Jansma. Ik liet haar kennismaken met Herman de Coninck. En dat ene prachtige gedicht van Ischa Meijer. We scheerden langs elkaar via de poëzie.
Ze las haar eigen kersverse gedichten voor, die we dan bespraken. Wat er nog onduidelijk aan was en of dat erg was. Wat ze eigenlijk wilde zeggen en hoe je dat dan het beste kon doen. Terwijl we zo op de vierkante millimeter woordjes zaten te wikken en te wegen, zat ze al in haar teksten te schrappen, fanatiek, alsof het hier en nu af moest. Goed moest. Alsof er maar één versie van een gedicht bestaat.
Ze was gekomen om te schrijven over de na-oorlogse periode waarin ze als kind in Amsterdam woonde met een joodse familie om haar heen die eventjes warmte zocht in hetzelfde nest en later uitvloog. Naar Australië bijvoorbeeld. En nu was ze terug, op tijdreis anno 2008, met heel haar ziel en zaligheid in een grote groene boodschappentas.
Laat ik haar een engel noemen. Niet dat ze heilig was, helemaal niet. Ze zou zelf hard moeten lachen om het woord engel. Ze was ook te eigenwijs voor een engel. En ze praatte te hard. Maar toch. Waarom streek ze neer uitgerekend in mijn straat? Hoe kwam het dat deze joodse engel uit Melbourne mij een spiegel voorhield? Er was herkenning. En dat had niets met afkomst, woonplaats, leeftijd te maken.
Hoe te leven. In het echt en in de taal. Zoiets.
afbeelding: Wounded Angel van Hugo Simberg
donderdag 26 juni 2008
Geheim (3)

Tijdens het fietstochtje naar mijn wekelijkse biodanza-avond gebeurt het, ik verander langzaam in een verlegen persoon. Ik kom schuchter de les binnen, ik gedraag me als een kluns tegenover andere dansers en ik sta met mijn mond vol tanden bij de docent.
Heel anders dan de rest van de week. En toch ga ik iedere dinsdag terug. Verlegen en al.
Vroeger was ik verschrikkelijk verlegen. Het bezoek een hand geven, dat vond ik een regelrechte ramp. Met een knalrood hoofd mompelde ik mijn naam richting mijn voeten. De telefoon was ook erg. Ik dreunde mechanisch het standaardzinnetje: Hallo, u spreekt met JvO, met wie spreek ik? Wat was ik bang voor de mens aan de andere kant van de lijn.
Hoewel? Is verlegenheid hetzelfde als angst? Ik geloof het niet, bij nader inzien. Angst is een emotie, verlegenheid lijkt eerder een onderdeel van iemands karakter. Verlegenheid heeft bovendien altijd te maken met een ander, het bekruipt je nooit als je alleen bent.
Tijdens het dansen heb ik dan ook regelmatig kleine hevige aanvalletjes van intense verlegenheid, die ik langzamerhand ben gaan koesteren. Want waar in deze snelle wereld kan je nou je verlegenheid oefenen? Verlegenheid is langzaam, verlegenheid is inefficiënt, verlegenheid is a-sociaal. Niet bepaald een eigenschap om mee voor de dag te komen. Maar ja, zo is het af en toe. Het contact tussen mensen is inderdaad soms stroef, onhandig en inefficiënt.
Nu ik dat meer durf toe te laten in mijn dagelijks leven, merk ik dat de verlegenheid een enorme kracht in zich herbergt. Het kan een sleutel zijn naar creativiteit. Vanuit onhandigheid tussen twee mensen kan van alles ontstaan. Het ongemak al bij voorbaat overschreeuwen of onder het tapijt moffelen is jammer, want het geeft de subtiele charme van de verlegenheid geen kans.
Bovendien heb ik inmiddels geleerd dat mijn kinderlijke onhandigheid ook altijd weer overgaat. Sta ik het ene moment intens verlegen met een ander te dansen, het volgende moment ben ik volwassen en brutaal. Dromerig. Mannelijk. Vloeibaar. Extravert. Vrouwelijk. Vrolijk. Levenslustig. Eenzaam. Introvert.
Verlegenheid hoort gewoon bij het oneindige spectrum van menselijke mogelijkheden. Ik ben blij dat de verlegenheid terug is in mijn volwassen leven. Hoe klunzig ook, uiteindelijk maakt het me een rijker mens.
http://jeanetvanomme.blogspot.com/2008/01/geheim.html
http://jeanetvanomme.blogspot.com/2008/02/geheim-2.html
dinsdag 24 juni 2008
Monument voor Jacqueline
Jacqueline dood? Jacqueline de B.? Met wie ik zes jaar in de klas heb gezeten op het Schiedamse Stedelijk Gymnasium?
Ja, dood, hoor ik.
Leverkanker, hoor ik.
Godverdomme, denk ik.
Ik zet muziek op: hits uit de jaren zeventig. Queen. Kate Bush. Hotel California. Die plaat had ze, dat weet ik zeker. We zijn terug in feestzaal Tivoli. Daar danst Jacqueline in haar toffe spijkerjackie. Haar lange, witte, steile haar geeft bijna licht in de donkere zaal. Ze lacht. En ze flirt. Want dat kon ze akelig goed, hoor, flirten.
En weg is ze.
Ja, dood, hoor ik.
Leverkanker, hoor ik.
Godverdomme, denk ik.
Ik zet muziek op: hits uit de jaren zeventig. Queen. Kate Bush. Hotel California. Die plaat had ze, dat weet ik zeker. We zijn terug in feestzaal Tivoli. Daar danst Jacqueline in haar toffe spijkerjackie. Haar lange, witte, steile haar geeft bijna licht in de donkere zaal. Ze lacht. En ze flirt. Want dat kon ze akelig goed, hoor, flirten.
En weg is ze.
vrijdag 20 juni 2008
Harde voetballers
En als ik nu toch over voetbal bezig ben, moet me nog iets van het hart.
Als de bondscoach beslist dat na een gewonnen wedstrijd zijn voetbalmannen mogen slapen met hun vrouwen (nou vooruit voor één nachtje om de spanning te ontladen), dan is dat toch je reinste prostitutie? Dan reduceer je zo'n voetbalvrouw toch tot een oproepbare slet? Of ben ik nu opeens overdreven principieel?
(Ik weet niet hoor, maar ik ga toch eens kijken of Opzij al een nieuwe hoofdredactrice heeft.)
Als de bondscoach beslist dat na een gewonnen wedstrijd zijn voetbalmannen mogen slapen met hun vrouwen (nou vooruit voor één nachtje om de spanning te ontladen), dan is dat toch je reinste prostitutie? Dan reduceer je zo'n voetbalvrouw toch tot een oproepbare slet? Of ben ik nu opeens overdreven principieel?
(Ik weet niet hoor, maar ik ga toch eens kijken of Opzij al een nieuwe hoofdredactrice heeft.)
woensdag 18 juni 2008
Schrijfboeken
Vandaag ontving ik een prachtig pakje van een glimlachende postbode. Wow, wat mooi, riep ik uit. Dat vond hij ook. Geelgroen papier, daaronder een laagje blauw papier, en toen weer hetzelfde geelgroen. Jeetje! Wat is het leuk om een met zorg ingepakt cadeautje weer uit te pakken. Het was gericht aan het Schrijfatelier (dat is mijn werkende ik) en ik had geen idee wat er in zat.
Ze zou al haar schrijfboeken weggooien, schreef ze op haar weblog. Nee! mailde ik haar. Of liever: Ja! Maar als je dat doet gooi ze dan richting Schrijfatelier met zijn schrijfbibliotheek. En dat gebeurde vandaag.
Aanvankelijk begreep ik haar aversie tegen schrijfboeken niet zo goed. Waarom ze eerst in huis halen en ze vervolgens weer weggooien? Ze probeerde het me uit te leggen, maar de metafoor begreep ik ook al niet zo goed. Zij werd ongeduldig, snapte ik dan helemaal niks?
Vandaag zag ik een parallel. Ik deed onlangs iets soortgelijks, toen ik al mijn in de loop der jaren verzamelde dieetboeken het huis uit flikkerde. In de goot met de Sonja Montignacs en hun verzinsels. Lezen over afslanken maakt je namelijk niet slank. Alleen maar ontevreden. Het is heel simpel: van veel fietsen en appels eten word je slank. Of minder dik. Misschien. Als het mee zit.
Van lezen over schrijven, ga je niet beter schrijven. Je wordt er alleen maar ontevreden van. Het is heel simpel: van veel formuleren, schrappen, opnieuw schrijven, overlezen, woorden zoeken - daar ga je beter van schrijven. Of minder slecht. Misschien. Als het mee zit.
(Met dank aan I. en haar schrijfboeken, die hier nu staan te glimmen in de kast. Dank.)
Ze zou al haar schrijfboeken weggooien, schreef ze op haar weblog. Nee! mailde ik haar. Of liever: Ja! Maar als je dat doet gooi ze dan richting Schrijfatelier met zijn schrijfbibliotheek. En dat gebeurde vandaag.
Aanvankelijk begreep ik haar aversie tegen schrijfboeken niet zo goed. Waarom ze eerst in huis halen en ze vervolgens weer weggooien? Ze probeerde het me uit te leggen, maar de metafoor begreep ik ook al niet zo goed. Zij werd ongeduldig, snapte ik dan helemaal niks?
Vandaag zag ik een parallel. Ik deed onlangs iets soortgelijks, toen ik al mijn in de loop der jaren verzamelde dieetboeken het huis uit flikkerde. In de goot met de Sonja Montignacs en hun verzinsels. Lezen over afslanken maakt je namelijk niet slank. Alleen maar ontevreden. Het is heel simpel: van veel fietsen en appels eten word je slank. Of minder dik. Misschien. Als het mee zit.
Van lezen over schrijven, ga je niet beter schrijven. Je wordt er alleen maar ontevreden van. Het is heel simpel: van veel formuleren, schrappen, opnieuw schrijven, overlezen, woorden zoeken - daar ga je beter van schrijven. Of minder slecht. Misschien. Als het mee zit.
(Met dank aan I. en haar schrijfboeken, die hier nu staan te glimmen in de kast. Dank.)
dinsdag 6 mei 2008
Ontmoeting
Iedere dag lopen Brom en ik ons wandelingetje langs de Weesperzijde.
Een moeder loopt ons tegemoet met haar dochtertje aan de hand. Het peutertje begint naar Brom te wijzen en vreemde klanken uit te kramen. Ze staat opgewonden te wiebelen op haar teentjes.
'Ja, dat is een hond, he?' verstaat de moeder.
Het meisje houdt stil en doet haar handjes voor haar gezicht. Kiekeboe, daar is ze weer. Brom trekt zich niets van haar spelletjes aan en doet intussen een onverschillige plas tegen een paal. Het meisje schatert het uit. Alsof hij dit speciaal voor haar bedacht.
'Mag ze hem aaien?' vraagt de moeder aan mij.
Ja, dat mag.
Zorgzaam beweegt het meisje haar mollige handje over Broms ruwe haren. Ze is verrukt. Ze is een en al bewondering. Dit is pure liefde. Ze straalt ervan.
Brom niet. Brom nooit. Die blijft onder alle omstandigheden zijn eigen stoïcijnse zelf. Op naar de volgende boom. Kind. Boom. Hond. Eend. Het is Brom om het even.
Ik vind dat leuk aan Brom. Hij is geen slijmerige allemansvriend. Nee, de slijmbal, dat ben ik. Want voor ik het weet en ondanks mijzelf, lach ik verontschuldigend naar de moeder. Zoveel onverschilligheid, rare hond. Zou je hem niet.
We lopen door. Brom is de ontmoeting allang vergeten. Maar ik niet.
Van wie kan ik nou eigenlijk meer leren? Van Brom? Of van de peuter? Wie het weet, mag het zeggen.
Een moeder loopt ons tegemoet met haar dochtertje aan de hand. Het peutertje begint naar Brom te wijzen en vreemde klanken uit te kramen. Ze staat opgewonden te wiebelen op haar teentjes.
'Ja, dat is een hond, he?' verstaat de moeder.
Het meisje houdt stil en doet haar handjes voor haar gezicht. Kiekeboe, daar is ze weer. Brom trekt zich niets van haar spelletjes aan en doet intussen een onverschillige plas tegen een paal. Het meisje schatert het uit. Alsof hij dit speciaal voor haar bedacht.
'Mag ze hem aaien?' vraagt de moeder aan mij.
Ja, dat mag.
Zorgzaam beweegt het meisje haar mollige handje over Broms ruwe haren. Ze is verrukt. Ze is een en al bewondering. Dit is pure liefde. Ze straalt ervan.
Brom niet. Brom nooit. Die blijft onder alle omstandigheden zijn eigen stoïcijnse zelf. Op naar de volgende boom. Kind. Boom. Hond. Eend. Het is Brom om het even.
Ik vind dat leuk aan Brom. Hij is geen slijmerige allemansvriend. Nee, de slijmbal, dat ben ik. Want voor ik het weet en ondanks mijzelf, lach ik verontschuldigend naar de moeder. Zoveel onverschilligheid, rare hond. Zou je hem niet.
We lopen door. Brom is de ontmoeting allang vergeten. Maar ik niet.
Van wie kan ik nou eigenlijk meer leren? Van Brom? Of van de peuter? Wie het weet, mag het zeggen.
maandag 5 mei 2008
Nepklussen
Ikea. De afgelopen week ben ik er drie keer geweest. Ik hou van die winkel. Dat is niet bon ton. Het is bon ton om op Ikea te mopperen.
Altijd een schroefje te weinig - zeur, zucht - is zo'n veelgehoorde klacht.
Helemaal niet waar! Ik heb onlangs vijf bureaus en een boekenkast in elkaar gezet. En in ieder pakket zaten precies, maar dan ook precies, genoeg schroefjes. En o ja, het pakket voor de tafel, die nu in mijn keuken staat te glimmen, bevatte ook exact het juiste aantal bouten en moeren om hem binnen een half uur om te toveren tot een gladde, witte, ovalen eettafel.
Eigenlijk levert Ikea een soort Sinterklaas-surprises. Het ladenkastje uit de winkel komt als een plat pakketje uit het magazijn. Thuis mag je je cadeautje uitpakken. Om te voorkomen dat je voor straf mee naar Zweden moet, is het advies om precies te doen wat het begeleidende gedicht voorschrijft. Dat is de handleiding, die met heldere plaatjes is geïllustreerd. Gegarandeerd heb je na een kwartier je eigen kantoor-ladenkastje.
Je krijgt het cadeau, maar je moet er nog wel wat voor doen. Een soort calvinistisch nepklussen. Met schone handen. Zonder gezoek naar de schroevendraaier. Heerlijk.
Altijd een schroefje te weinig - zeur, zucht - is zo'n veelgehoorde klacht.
Helemaal niet waar! Ik heb onlangs vijf bureaus en een boekenkast in elkaar gezet. En in ieder pakket zaten precies, maar dan ook precies, genoeg schroefjes. En o ja, het pakket voor de tafel, die nu in mijn keuken staat te glimmen, bevatte ook exact het juiste aantal bouten en moeren om hem binnen een half uur om te toveren tot een gladde, witte, ovalen eettafel.
Eigenlijk levert Ikea een soort Sinterklaas-surprises. Het ladenkastje uit de winkel komt als een plat pakketje uit het magazijn. Thuis mag je je cadeautje uitpakken. Om te voorkomen dat je voor straf mee naar Zweden moet, is het advies om precies te doen wat het begeleidende gedicht voorschrijft. Dat is de handleiding, die met heldere plaatjes is geïllustreerd. Gegarandeerd heb je na een kwartier je eigen kantoor-ladenkastje.
Je krijgt het cadeau, maar je moet er nog wel wat voor doen. Een soort calvinistisch nepklussen. Met schone handen. Zonder gezoek naar de schroevendraaier. Heerlijk.
donderdag 24 april 2008
Grote Schoonmaak

Wat ik in mijn leven niet allemaal heb moeten herzien.
Aan meningen. Aan voornemens. Aan smaak.
Ik trouw nooit. Ik hou niet van Amélie Poulain. Ik ga echt niet met vreemden dansen. Ik stop niet met werken als ik kinderen krijg. Ik koop never een caravan. Ik hou niet van Mathijs van Nieuwkerk. Ik wil niet zo'n echtpaar zijn dat zwijgend tegenover elkaar zit. Mijn vrienden zijn mijn familie. Nooit slaap ik voor 24 uur. Dik zijn is voor slappelingen. Ik zal nooit tegen mijn kinderen zeggen dat ik ze niet 'gezellig' vind. Ik haat natuurfotografie. Familie interesseert me niet. De kleur van tuinkussens is onbelangrijk.
Wat was ik bang om een ingekakte tut te zijn, zo bang dat ik allemaal straffe dingen over mezelf afriep, die ik dan weer tandenknarsend moest hernemen. (Ik keek vanochtend Amélie Poulain - en vond het een heerlijke film. Terwijl ik er eerder bij in slaap was gevallen en dacht dat dat aan de film lag. Vandaar.)
Het lijstje is bij lange na niet volledig, maar dat doet er ook niet toe. Het gaat om het schoonmaakgebaar. Pffff. De bezem erdoor. Weg met die rommel. Weg met die ruis. Weg met die kwetterende stemmetjes die van alles van me moeten.
"Meningen hebben is verraad plegen aan jezelf.
Geen meningen hebben is bestaan.
Alle meningen hebben is dichter-zijn." (212)
maandag 21 april 2008
Zwervende Dichter
'Zoekt u iets?' vraag ik. Ze staat voor mijn huis te turen, trapje op, trapje af. Het pand bekijken van een afstandje. Weer richting tuinhekje. Ik zet mijn fiets op slot.
'Zit hier een ... eh... schrijverschool?' vraagt ze. Ze heeft een wollen muts op en een lege knalgroene boodschappentas aan haar arm. Ik ben een beetje op mijn hoede. Is ze een zwerver?
'Ja, het Schrijfatelier', zeg ik. 'Dat is mijn bedrijf.'
'O', knikt ze afwezig. Stilte die ik niet kan interpreteren. Wat wil ze nou?
'Wilt u verder iets weten?' vraag ik om haar op gang te helpen.
'Ik woon in Australië, ziet u. Ik ben naar Nederland geëmigreerd, toen ik jong was. Ik dicht in het Engels. Een jaar of drie geleden ben ik mijn gedichten gaan vertalen naar het Nederlands. Vooral de gedichten die over de oorlog gingen. Snapt u?'
Ik denk dat ik het snap. Maar waarom is ze hier?
'Ik volg een cursus op de Schrijversvakschool. Bij Carla Boogaards. Kent u die? O, zal ik u mijn bundel laten zien? Ik kan hem alleen niet weggeven, want ik heb er nog maar vijf, en ik ben hier pas een week.' Ze lacht verontschuldigend.
'Misschien vindt u het leuk om van de week samen een kopje koffie te drinken?' stel ik spontaan voor. Het is er uit voor ik het weet. Maar het lijkt me ook echt leuk. Gewoon een kopje koffie? Nu is zij argwanend. Ja, gewoon een kopje koffie.
'En een goed gesprek over poëzie natuurlijk', voeg ik er snel aan toe. Ze lacht. Ontspant.
Ze is acht weken in Nederland om in haar moedertaal te leren dichten. Haar Nederlands is niet goed genoeg, vindt ze zelf. Ze woont in een appartement aan de overkant van de straat. Aan het eind van het gesprek geven we elkaar een hand, als het ware om de afspraak te bezegelen.
Zo ontmoet ik ze graag, zeg, zwervers. Eh, dichters.
'Zit hier een ... eh... schrijverschool?' vraagt ze. Ze heeft een wollen muts op en een lege knalgroene boodschappentas aan haar arm. Ik ben een beetje op mijn hoede. Is ze een zwerver?
'Ja, het Schrijfatelier', zeg ik. 'Dat is mijn bedrijf.'
'O', knikt ze afwezig. Stilte die ik niet kan interpreteren. Wat wil ze nou?
'Wilt u verder iets weten?' vraag ik om haar op gang te helpen.
'Ik woon in Australië, ziet u. Ik ben naar Nederland geëmigreerd, toen ik jong was. Ik dicht in het Engels. Een jaar of drie geleden ben ik mijn gedichten gaan vertalen naar het Nederlands. Vooral de gedichten die over de oorlog gingen. Snapt u?'
Ik denk dat ik het snap. Maar waarom is ze hier?
'Ik volg een cursus op de Schrijversvakschool. Bij Carla Boogaards. Kent u die? O, zal ik u mijn bundel laten zien? Ik kan hem alleen niet weggeven, want ik heb er nog maar vijf, en ik ben hier pas een week.' Ze lacht verontschuldigend.
'Misschien vindt u het leuk om van de week samen een kopje koffie te drinken?' stel ik spontaan voor. Het is er uit voor ik het weet. Maar het lijkt me ook echt leuk. Gewoon een kopje koffie? Nu is zij argwanend. Ja, gewoon een kopje koffie.
'En een goed gesprek over poëzie natuurlijk', voeg ik er snel aan toe. Ze lacht. Ontspant.
Ze is acht weken in Nederland om in haar moedertaal te leren dichten. Haar Nederlands is niet goed genoeg, vindt ze zelf. Ze woont in een appartement aan de overkant van de straat. Aan het eind van het gesprek geven we elkaar een hand, als het ware om de afspraak te bezegelen.
Zo ontmoet ik ze graag, zeg, zwervers. Eh, dichters.
maandag 14 april 2008
Levenslust
Het is voorjaar en dan heb ik het. Dit jaar ben ik er vroeg bij. Het is tenslotte nog maar half april. Meestal krijg ik pas oprispingen in mei of juni. Het is geen blues. Het is geen verliefdheid. Het is geen schoonmaakdrang. Al heeft het wel alles met het voorjaar te maken.
Het is dat gevoel dat ik nu eindelijk eens precies moet gaan doen wat ik ECHT ECHT wil. Ik vergeet dat ik een eigen bedrijf heb. Ik vergeet mijn gebrek aan talent voor sommige dingen. Ik denk niet aan tijd of geld of gezin.
Alles kan. Een soort over de kop geslagen levenslust. Ik moet nu toch echt cabaretier worden. Of uitgever. Of dat boekwinkeltje openen. Ik moet een kunstenaarsdiner organiseren. Een nieuw tijdschrift oprichten.
En dat wil ik dan zoooo graag, dat het echt lijkt. Eigenlijk is het een soort manische aanval. Hij vliegt over, hoor, zoals de vogels ieder jaar vanzelf weer naar een ander land trekken. Maar dat kan ik me nooit herinneren. Ieder voorjaar voelt weer nieuw. Ik neem mijn plannen bloedserieus, struin allerlei websites af, en zie een wereld van mogelijkheden. Voor ik het weet, heb ik me ergens aangemeld of een vergunning aangevraagd.
Dit jaar? Het atelier is gehuurd en de inschrijfformulieren voor de kunstacademie liggen klaar. Ik word namelijk beeldend kunstenaar.
Het is dat gevoel dat ik nu eindelijk eens precies moet gaan doen wat ik ECHT ECHT wil. Ik vergeet dat ik een eigen bedrijf heb. Ik vergeet mijn gebrek aan talent voor sommige dingen. Ik denk niet aan tijd of geld of gezin.
Alles kan. Een soort over de kop geslagen levenslust. Ik moet nu toch echt cabaretier worden. Of uitgever. Of dat boekwinkeltje openen. Ik moet een kunstenaarsdiner organiseren. Een nieuw tijdschrift oprichten.
En dat wil ik dan zoooo graag, dat het echt lijkt. Eigenlijk is het een soort manische aanval. Hij vliegt over, hoor, zoals de vogels ieder jaar vanzelf weer naar een ander land trekken. Maar dat kan ik me nooit herinneren. Ieder voorjaar voelt weer nieuw. Ik neem mijn plannen bloedserieus, struin allerlei websites af, en zie een wereld van mogelijkheden. Voor ik het weet, heb ik me ergens aangemeld of een vergunning aangevraagd.
Dit jaar? Het atelier is gehuurd en de inschrijfformulieren voor de kunstacademie liggen klaar. Ik word namelijk beeldend kunstenaar.
maandag 7 april 2008
Hakken in het zand

Het weblog is even tot stilstand gekomen, geloof ik.
Hakken in het zand. Schrijfhakken. Stttt.
Weet niet waarover. Wil niet 'zomaar' wat doen.
Goh, wat lastig om geen verhaal te hebben.
Een verhaal hebben is paraat zijn.
Voor als iemand vraagt, hoe is het met je.
Dat je dan een verhaal hebt. Zo is het.
Je kunt mij nu beter niet tegenkomen.
Ja, het gaat best goed hoor, er gaat
veel in me om, haha, maar de logica
ontbreekt, niet iets om over naar huis te
schrijven. Ja, dag, tot gauw.
Ik sta de rommel toe.
Geen lijn in de beeldchaos te ontdekken.
Ik weersta de verleiding om er
maar iets van te maken. Want dat wordt
koortsdroomschrijverij.
Inhoud genoeg, maar de lijn!
Er zit niets anders op dan terug te gaan
naar mijn met-de-hand-geschreven-dagboek.
Waar ik vrijuit mag fluisteren, roepen, bidden.
Krabbelen. Plotloos brabbelen. Verboden dingen schrijven:
lange zinnen, moeilijke woorden, veel uitroeptekens,
onbegrijpelijke alinea's, wartaal.
Durf maar eens nietszeggend te zijn. Sttt.
dinsdag 4 maart 2008
Horizon (2)
Punta Bagna speelde ook een spelletje met me. Realiseer ik me nu pas, nu ik weer terug ben.
Zolang ik als een poes zat te spinnen op die berg was het goed. Kopjes koffie drinkend, starend, neus in de zon. Punta Bagna vertrouwde me wijsheden toe, die ik zelf niet had kunnen bedenken. Punta Bagna fluisterde me goede voornemens in, die ik maar al te graag in mijn oren knoopte.
Maar zodra ik mijn ski's onderbond, kreeg ik hoogtevrees, liep ik vast off-piste, kwam ik op een ijzige helling terecht. Wat moest ik nog op ski's? Wat deed ik hier? Waarom moest alles zo snel en hoog?
Op de derde dag kwam man enthousiast thuis. 'Je ziet bijna geen oudere vrouwen op ski's', riep hij uit, terwijl hij me trots aankeek. 'Alleen jij.' 'En koningin Beatrix', voegde zoon A (17) droog toe.
Punta Bagna lachte zijn bulderende lach, met een bereik van precies 2737 meter.
Zolang ik als een poes zat te spinnen op die berg was het goed. Kopjes koffie drinkend, starend, neus in de zon. Punta Bagna vertrouwde me wijsheden toe, die ik zelf niet had kunnen bedenken. Punta Bagna fluisterde me goede voornemens in, die ik maar al te graag in mijn oren knoopte.
Maar zodra ik mijn ski's onderbond, kreeg ik hoogtevrees, liep ik vast off-piste, kwam ik op een ijzige helling terecht. Wat moest ik nog op ski's? Wat deed ik hier? Waarom moest alles zo snel en hoog?
Op de derde dag kwam man enthousiast thuis. 'Je ziet bijna geen oudere vrouwen op ski's', riep hij uit, terwijl hij me trots aankeek. 'Alleen jij.' 'En koningin Beatrix', voegde zoon A (17) droog toe.
Punta Bagna lachte zijn bulderende lach, met een bereik van precies 2737 meter.
maandag 3 maart 2008
Horizon (1)

De bergtop Punta Bagna (2737 meter!) was zo gastvrij om mij en andere wintersporters te ontvangen, afgelopen week. Ik heb er veel tijd doorgebracht. Dikke kleren, ingevette neus, kop in de zon. Ik had voor de vorm een boek op schoot, nam slokjes warme koffie en staarde intussen naar die bergtoppen in de verte. Uitzicht.
Het was alsof mijn ogen zich eraan laafden. Stadse ogen die zich vol lieten lopen met uitzicht, uitzicht en nog eens uitzicht. Gulzige ogen, die met de dag blauwer en voller en dieper werden. Daarvoor hoefde ik niet in de spiegel te kijken, dat kon ik voelen. En nu in Amsterdam, met slechts overburen in mijn smalle straat? Ik kijk dwars door de huizen en de mensen heen. De stad beperkt me niet. Ik heb een horizon waar ik weer een tijdje op kan teren.
Genereus van zo'n berg, he?
Merci, Punta Bagna. Thanks. Grazie. Danke. Bedankt.
vrijdag 15 februari 2008
Kleinkunst
Zo wil ik schrijven. Zoals dit blog volstroomt. Associatief. Grillig. Open. Eigen. Het is een soort kleinkunst-schrijven, hoor ik mezelf denken. Ik ben op Terschelling, en daar denk ik anders dan in Amsterdam. Eh? Kleinkunst-schrijven?
Toneelschrijven: vierde wand, ontwikkeling van personages, plotlijnen, verhaal. Pffff, ik word al moe als ik er aan denk.
Kleinkunstschrijven: een lichte, kleine, grote, verrassende, humoristische, muzikale, serieuze, open, eigen, associatieve, grillige, nooit affe, makkelijke, zwierige woordenstroom.
Zoiets als dit weblog?! Ja. Dit weblog.
Dat mijn schrijven weerspiegelt wie ik ben.
En dat dat voldoende is.
Niet meer en niet minder.
Kleinkunstschrijven? Ik proef het woord, terwijl ik mijn pas inhoud en staar over de zonovergoten scherpe en heldere duinen van Terschelling. Mijn hondje Brom kijkt vragend naar me op. Wat ben ik van plan? Kleinkunstschrijven, Brom.
Mmmm, eens kijken hoe ik er over denk als ik weer op de vaste wal ben. Terug in Amsterdam.
Toneelschrijven: vierde wand, ontwikkeling van personages, plotlijnen, verhaal. Pffff, ik word al moe als ik er aan denk.
Kleinkunstschrijven: een lichte, kleine, grote, verrassende, humoristische, muzikale, serieuze, open, eigen, associatieve, grillige, nooit affe, makkelijke, zwierige woordenstroom.
Zoiets als dit weblog?! Ja. Dit weblog.
Dat mijn schrijven weerspiegelt wie ik ben.
En dat dat voldoende is.
Niet meer en niet minder.
Kleinkunstschrijven? Ik proef het woord, terwijl ik mijn pas inhoud en staar over de zonovergoten scherpe en heldere duinen van Terschelling. Mijn hondje Brom kijkt vragend naar me op. Wat ben ik van plan? Kleinkunstschrijven, Brom.
Mmmm, eens kijken hoe ik er over denk als ik weer op de vaste wal ben. Terug in Amsterdam.
woensdag 13 februari 2008
Geheim (2)

Iedere week poets ik mijn hart op. Zoals mijn moeder vroeger de zilveren fotolijstjes poetste.
Ja! Dat is het! Dat geeft het aardig weer!
Bedacht ik me afgelopen dinsdag, toen ik verliefd naar huis fietste na mijn wekelijkse biodanza-avond.
(waar ik al eerder over probeerde te schrijven)
zaterdag 2 februari 2008
Schrijfatelier

Vandaag leidde ik het Open Schrijfatelier. Ik had een lange tafel klaargezet, met glaasjes water, een foldertje als menu, kleine bakjes snoep - alsof er eten opgediend zou worden. Dat was ook zo, in zekere zin.
Het lijkt erop dat ik een fragmentarische vorm van autobiografisch schrijven aan het ontwikkelen ben. Of die nieuw is, weet ik niet. Het is bij mij in ieder geval begonnen op dit weblog, een soort spinneweb van tekst en beeld. Ik ben het. Maar het is ook weer iets nieuws. Iets op zich. Toegankelijk. Altijd onaf.
Die zoektocht ben ik nu aan het omzetten in lesmateriaal. In het Open Schrijfatelier diende ik de eerste resultaten op. Tot mijn grote vreugde smulden de deelnemers ervan. Er was herkenning.
Onze levens lijken zich als een logisch verhaal te voltrekken. Maar is dat ook zo? Nou nee. We zijn gelaagde wezens, met een herinnerd verleden, een zintuiglijk heden en een verlangen naar vroeger en straks. Fragmentarisch. Persoonlijk. Associatief. Dat is hoe ik materiaal verzamel op dit weblog.
En dat is wat we vanmiddag deden aan die lange eettafel. Er werd geschreven met een onvoorstelbare gretigheid! Wie mis je en waarom? Hoe zit je er nu bij? Wat ga je straks doen en heb je daar zin in? Wat is je meest recente boodschappenlijstje? Wat was je lievelingskinderboek? Welke droom kan je je herinneren? Bij iedere vraag begon iedereen hongerig te pennen. Er woei een vlaag van inspiratie door het Schrijfatelier.
Ik ben niet aan het werk in het Schrijfatelier. Nee, ik ben mevr. Schrijfatelier. En op het moment dat ik daarmee anderen bereik, als ik als het ware een middag lang samenval met mijn werk ... tja, wat valt er dan nog meer te wensen?
Dan rest mij alleen nog een diepe zucht. Van inspiratie en geluk.
donderdag 24 januari 2008
Geheim (1)

Sinds september doe ik aan biodanza. Wat kan mij dat schelen, hoor ik u denken. Terecht. Niet alles wat ik in mijn vrije tijd speel, doe of beoefen, hoef ik hier te publiceren. Een weblog is geen biechtstoel, tenslotte. Alsjeblieft niet, zeg.
Het rare is dat het me niet lukt om erover te schrijven. Over biodanza, bedoel ik. Ik kan een beetje verwoorden hoe het in zijn werk gaat, de praktische kant van de zaak, zeg maar. Maar ik kan nauwelijks verwoorden wat het met me doet. En dat is ronduit irritant.
Soms probeer ik te oefenen door het aan iemand te vertellen. Een geïnteresseerde vriendin, of zo. Ik brabbel wat en zij luistert welwillend. Ik zeg dat mijn energie stroomt en dat het verwart en dat het heel intiem is en dat het over liefde gaat en dat ik me soms heel verlegen voel daarbij en eenzaam ook, maar ook verbonden. 'Ja, ja', knikt de vriendin aarzelend, als ik ben uitgebrabbeld. 'Het is wel vaag', zegt ze dan. 'En niks voor mij. Maar wel fijn dat het jou zo goed doet. Wil je nog koffie?'
Dus daar begin ik niet meer aan.
Juist omdat het niet lukt, weet ik weer hoe belangrijk het voor me is om het leven om mij heen in taal te vatten. Om het te ontraadselen. Om er betekenis aan te geven. Om het te begrijpen. Om alle lagen van iets te doorgronden. Om het op de wereld te zetten. Het lucht te geven.
Maar biodanza ontglipt me. Is het eigenlijk niet prachtig dat iets mij zo weet te raken, dat ik het niet in woorden kan vatten? Onuitstaanbaar prachtig. Ik lijk wel verliefd.
dinsdag 1 januari 2008
Geboorte
Ik begon er monter aan. Aan de kerstvakantie, bedoel ik. Goed voorbereid. Boom in huis. Kaarsen. Afspraken in de agenda. Lekker eten in huis. Vriezer vol. Wijn. Champagne. Niets stond in de weg om er een succesvolle kerstweek van te maken.
Eerste kerstdag: diner met de ene oma plus een kerstconcert. Dat verliep nog aardig op rolletjes.
Tweede kerstdag met de andere opa. Is het kerstmis dan? Ja, opa het is kerstmis.
Derde kerstdag, ha, weer wat versnelling! De weeën kwamen echt goed op gang tijdens de lunch met neef H. en zijn kinderen. Witte wijn midden op de dag. Veel schunnige grappen en gevatte opmerkingen.
Een enorme kanaalversmalling op vierde kerstdag. Zwager B. kwam over uit Parijs, logeren met zijn vrouw en hun baby-dochtertje T. Lief! Gezellig! Maar traahaag... voordat zo'n baby is aangekleed en heeft gegeten, kan je het alweer in bed leggen voor het volgende dutje. Ik was vergeten wat een immense hoeveel slaaptijd zo'n baby nodig heeft om te groeien.
Op vijfde kerstdag was daar dan ook de totale stilstand. Het hele proces liep volledig vast. Ik kon geen kant meer uit. Baby'tje lag weer eens te dutten, man dook in bed met een aanhoudende zware keelontsteking, zoon M. was uit logeren en met zoon A. had ik slechts telefonisch contact...
...totdat hij op zesde kerstdag opeens opdook met vier vrienden. Mogen we mee-eten? Tuurlijk! Graag zelfs. Eindelijk weer wat actie. Drukke tafel met geïmproviseerde spaghetti en kant-en-klare mierzoete toetjes. Alles werd smakkend weggelepeld, op weg naar het einde. Hup, en nu dat kanaal door, want ik heb er meer dan schoon genoeg van om vast te zitten.
Op zevende kerstdag werden dan ook eindelijk de pakketten rotjes, duizendklappers, vuurpijlen, bommetjes, knallen, strijkers en nidraten binnengedragen, waardoor ons brave huishouden tijdelijk veranderde in een soort vuurwerkopslagplaats.
Het persen kon beginnen. Dit keer in een huis vol onhandige, lawaaiige en schutterende pubers. Het geboortekanaal van de kerstweek eindigde wederom in een nieuw jaar.
2008.
Poe. Knal. Tjee.
Have a happy one.
Eerste kerstdag: diner met de ene oma plus een kerstconcert. Dat verliep nog aardig op rolletjes.
Tweede kerstdag met de andere opa. Is het kerstmis dan? Ja, opa het is kerstmis.
Derde kerstdag, ha, weer wat versnelling! De weeën kwamen echt goed op gang tijdens de lunch met neef H. en zijn kinderen. Witte wijn midden op de dag. Veel schunnige grappen en gevatte opmerkingen.
Een enorme kanaalversmalling op vierde kerstdag. Zwager B. kwam over uit Parijs, logeren met zijn vrouw en hun baby-dochtertje T. Lief! Gezellig! Maar traahaag... voordat zo'n baby is aangekleed en heeft gegeten, kan je het alweer in bed leggen voor het volgende dutje. Ik was vergeten wat een immense hoeveel slaaptijd zo'n baby nodig heeft om te groeien.
Op vijfde kerstdag was daar dan ook de totale stilstand. Het hele proces liep volledig vast. Ik kon geen kant meer uit. Baby'tje lag weer eens te dutten, man dook in bed met een aanhoudende zware keelontsteking, zoon M. was uit logeren en met zoon A. had ik slechts telefonisch contact...
...totdat hij op zesde kerstdag opeens opdook met vier vrienden. Mogen we mee-eten? Tuurlijk! Graag zelfs. Eindelijk weer wat actie. Drukke tafel met geïmproviseerde spaghetti en kant-en-klare mierzoete toetjes. Alles werd smakkend weggelepeld, op weg naar het einde. Hup, en nu dat kanaal door, want ik heb er meer dan schoon genoeg van om vast te zitten.
Op zevende kerstdag werden dan ook eindelijk de pakketten rotjes, duizendklappers, vuurpijlen, bommetjes, knallen, strijkers en nidraten binnengedragen, waardoor ons brave huishouden tijdelijk veranderde in een soort vuurwerkopslagplaats.
Het persen kon beginnen. Dit keer in een huis vol onhandige, lawaaiige en schutterende pubers. Het geboortekanaal van de kerstweek eindigde wederom in een nieuw jaar.
2008.
Poe. Knal. Tjee.
Have a happy one.
Abonneren op:
Posts (Atom)