Posts tonen met het label gezien. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezien. Alle posts tonen

maandag 1 september 2008

Dichtende Engel


In april van dit jaar schreef ik een stukje op mijn blog over een ontmoeting. Ik noemde het stukje 'Zwervende Dichter'.

Ik heb haar in mei en juni vrijwel wekelijks ontmoet. Ze wilde schrijven in het Nederlands, maar dat ging moeilijk vanuit Australië en daarom was ze hier. Ik leende dichtbundels aan haar uit en mijn woordenboeken. Ze herkende zichzelf in het werk van Hanny Michaelis. Judith Herzberg natuurlijk. Ze bewonderde Esther Jansma. Ik liet haar kennismaken met Herman de Coninck. En dat ene prachtige gedicht van Ischa Meijer. We scheerden langs elkaar via de poëzie.

Ze las haar eigen kersverse gedichten voor, die we dan bespraken. Wat er nog onduidelijk aan was en of dat erg was. Wat ze eigenlijk wilde zeggen en hoe je dat dan het beste kon doen. Terwijl we zo op de vierkante millimeter woordjes zaten te wikken en te wegen, zat ze al in haar teksten te schrappen, fanatiek, alsof het hier en nu af moest. Goed moest. Alsof er maar één versie van een gedicht bestaat.

Ze was gekomen om te schrijven over de na-oorlogse periode waarin ze als kind in Amsterdam woonde met een joodse familie om haar heen die eventjes warmte zocht in hetzelfde nest en later uitvloog. Naar Australië bijvoorbeeld. En nu was ze terug, op tijdreis anno 2008, met heel haar ziel en zaligheid in een grote groene boodschappentas.

Laat ik haar een engel noemen. Niet dat ze heilig was, helemaal niet. Ze zou zelf hard moeten lachen om het woord engel. Ze was ook te eigenwijs voor een engel. En ze praatte te hard. Maar toch. Waarom streek ze neer uitgerekend in mijn straat? Hoe kwam het dat deze joodse engel uit Melbourne mij een spiegel voorhield? Er was herkenning. En dat had niets met afkomst, woonplaats, leeftijd te maken.

Hoe te leven. In het echt en in de taal. Zoiets.

afbeelding: Wounded Angel van Hugo Simberg

donderdag 14 augustus 2008

Thaise mannen (2)


Hoe kan ik nou schrijven over Thaise ontmoetingen, zonder Mr. B. te noemen?
Wat waren we blij dat deze kleine Thaise reisgids ons aansprak op Airport Bangkok!

We trokken drie weken met hem op. Maar leerden we hem ook kennen?

Hij was oosters. Hij was westers.
Hij was helder. Hij was vaag.
Hij slikte vitaminen. Hij dronk gintonic.
Hij was ongrijpbaar. Hij was glashelder.
Hij was vrouwelijk. Hij was mannelijk.
Hij was bi. Hij heette ook zo. B.
Hij was op tijd. Hij was te laat.
Hij mediteerde. Hij giechelde.
Hij was rustig en stil.
Hij belde, hij belde, hij belde.
Hij was trouw. Hij was ondeugend.
Hij was ijdel. Hij was zorgzaam.
Hij lette op zijn gewicht.
Hij praatte veel over eten.
Hij praatte trouwens ook veel over sex.
Hij was verlegen. Doortastend.
Hij was onze vraagbaak. Hij had niet altijd de antwoorden.
Zijn Engels was uitmuntend.
Maar bij vlagen volkomen onbeglijpelijk.

B. paste niet in een hokje, hoe graag wij Nederlanders hem ook ergens wilden onderbrengen.
Mr. B was en bleef the one and only mysterious mr. B.
Net zo tegenstlijdig en onglijpbaar als Thailand zelf.

woensdag 13 augustus 2008

Thaise mannen (1)



Met Thaise mannen had ik niks. Ze doen voornamelijk gewichtig - achter het stuur, het loket of de bali. Zoals zoveel mannen in zoveel culturen.

Een boute uitspraak, waarmee ik een aantal Thaise mannen te kort doe. Een daarvan ontmoette ik in de jungle, waar wij twee dagen doorheen trokken. We strompelden door de regen, reden op een olifant, overnachtten in een echt Thais jungledorpje. Dit alles onder de bezielende begeleiding van de gespierde, sprankelende Mr. Hot met zijn harde lach.

En Gabe.

De meeste mensen kijken je niet echt aan, zeker Thai niet. Maar Gabe wel. Hij viel beslist op door zijn mooie donkerbruine ogen die contact zochten. Direct, zonder bijbedoelingen. Van mens tot mens. Ik gaf hem een hand. Hij stelde zich voor. Gabe? Ja, als Gabriel.

Ik liep intussen te piekeren over de aanstaande olifantenrit. Hoe hoog is zo'n olifant eigenlijk? En hoe wiebelig? En hoe snel? Gabe luisterde rustig toen ik zorgelijk vroeg of ik de olifantentocht ook kon lopen, omdat ik misschien niet op zo'n beest durfde te zitten. Hij antwoordde even rustig: 'Ja, je kan het ook lopen. Maar waarom kijk je het niet even aan? Beslis pas als je de olifanten hebt gezien.'

Dat was een helder antwoord. Gabe was niet iemand die mij ging ondervragen over de achterliggende angsten. Niet iemand die mijn zorgen wegnam en mij ging overhalen om mijn hoogtevrees te overwinnen. Niet iemand die zei dat het wel meeviel en dat olifanten echt, hele, hele, hele lieve beesten waren. Nee, iemand die heel accuraat antwoord gaf op mijn vraag en alle interpretaties achterwege liet.

Het was een boeddhistisch antwoord. Schoon. To the point.

Gabe was nog maar twee weken monnik-af. Hij kwam oorspronkelijk uit een arme boerenfamilie in Laos. Het klooster was zijn enige kans om als jongen een opleiding te volgen. Nu had het klooster besloten dat hij zijn geld kon gaan verdienen als toeristenbegeleider in de jungle. Hij was in de leer bij Mr. Hot.

Hij had meditatieles gegeven aan de Buddhist University in Bangkok. Daar had hij veel Europeanen en Amerikanen ontmoet. Dit was een verhaal van hem.

"Op een dag kwamen er twee Amerikanen naar me toe die met me in discussie wilden. Boeddhisten zoeken de polariteit niet op, christenen wel. Ik ging niet in op hun argumenten. Later bekenden ze dat ze me wilden bekeren tot het christendom. Weet je wat ik antwoordde?"

Als een volleerd stand-up comedian liet Gabe een stilte vallen. Hij keek zijn publiek aan, zich bewust van de kracht van zijn donkerbruine ogen. Het had effect.

"Ik antwoordde: vannacht droomde ik dat ik binnenkort twee christenen zou bekeren tot het boeddhisme. En vandaag ontmoet ik jullie. Dat is ook toevallig. De twee Amerikanen wisten niet meer wat ze moesten zeggen. Ze stopten met bekeren."

Dat was Gabe.
Net zo klein en net zo groot als Boeddha zelf.
p.s. Het was trouwens een magnifieke ervaring om tussen de olifanten te lopen in plaats van erop te zitten.

Thaise vrouwen (2)



Op het bounty eiland Kho Panghan was ik vier lange, hete, lome dagen. Het was heerlijk om de volle reis daar af te sluiten. Er was niets te doen, behalve zwemmen in zee of zwembad, iets eten nu of straks, een boekje lezen, wat schrijven, beetje kletsen, water drinken, stukje kanoën om vervolgens weer te gaan zwemmen in zee of zwembad.

En Thaise massage. Dat was ook al gauw een vast onderdeel van het verder lege dagprogramma. Op het strand was een heuse massagesalon gebouwd, een eenvoudig houten hutje op palen met een rieten afdak. Vijf matrassen op de vloer en vijf Thaise vrouwen die klaar zaten met hun kleine gespierde Thaise handen.

Op de eerste dag vroeg ik een oil massage. En die kreeg ik. Nou ja, het was eerder een oil-with-sand-massage. De masseuse kneep me hardhandig in meridianen waarvan ik niet wist dat ik ze had, ze zette rustig haar volle gewicht op mijn lymfeklieren, ze streek mijn vermoeide spieren in één zwaai glad en dat deed ze heel vakkundig. 'Relax, madam'.

Intussen keek ze uit over het strand. Als een koningin speurde ze rustig naar nieuwe klanten. Ze hield nauwlettend in de gaten wat er buiten haar massagesalon gebeurde. Als ze iets opmerkelijks zag, dan vertelde ze dat haar collega's. Ik kreeg de indruk dat er boven mijn gemasseerde lijf heel wat werd afgeroddeld. Vooral over ons, stelletje witte of beter roodverbrande, reusachtige blonde onderdanen. Toen ze met me klaar was, gaf ze me een lief, maar onverschillig schouderklopje.

'See you tomollow!'

Op dag twee boekte ik een Thaise massage. Volkomen onverwacht klapte de masseuse mijn arm naar achteren en begon hardhandig de spieren van mijn bovenarm te kneden. 'This is like Thai dancing', kreunde ik. De vrouwen van de massagesalon hielden stil en begonnen toen tegelijkertijd als één vrouw te schateren. Wat een aanstellerij. Thai dancing, hoe kon ik het verzinnen.

'Tomollow mo Thai dancing, madam?'

Op dag drie was er meteen grote hilariteit toen ik hun massagepodium beklom. 'Thai dancing, Thai dancing', begonnen ze opgewonden te roepen. Man A. lag er al, ook hij had inmiddels de Thaise massage ontdekt. Halverwege het duwen en kneden, hoorde ik man A. roepen: 'This really hurts.' Hierop waarschuwde ik de vrouwen: 'Be careful, he is my husband.' Zoiets grappigs hadden ze werkelijk nog nooit gehoord.

'Good husband your husband?'

Op dag vier nam ik twee massages. Het was tenslotte mijn laatste dag. 'Good for you and for me', zei mijn masseuse stralend. Terwijl de een hardhandig mijn voeten teen voor teen oprekte, beklopte de ander zachtjes mijn gezicht met haar tien zachte Thaise vingertjes. Het was hemels. Boven mijn hoofd werd er weer hevig geroddeld over voorbijgangers.

Ik kon het niet laten en zei: 'I can hear what you say. I understand Thai.'

Alle handjes hielden aarzelend stil, verward keken ze elkaar aan. Waarempel, ik had mijn vijf Thaise massage-queens de mond gesnoerd. Eventjes waren ze oorverdovend stil. Het was bijna onheilspellend. Totdat ze mijn triomfantelijke grijns zagen, natuurlijk. Toen was het massagehutje te klein. Het dak vloog er af. De echo van hun lach klinkt nu nog over de baai.

'You speak Thai. Noooooo.'

Wat was heilzamer? De geroutineerde massages of die terugkerende lachsalvo's om niets?
Ik mis mijn Thaise vriendinnen. Buiten regent het.

dinsdag 12 augustus 2008

Thaise vrouwen (1)


Deze twee keukenprinsessen ontmoette ik in het badplaatsje Krabi in Zuid-Thailand. De rechtervrouw (met petje en groene schort) sprak nauwelijks Engels, maar dat was geen enkele belemmering om toch te communiceren. Ze vertelde me dat ze een zoon had van 19, die na een brommerongeluk in coma had gelegen. Ze beeldde uit hoe haar moederhart toen tekeer ging. Dat deed ze zo expressief dat we beiden dubbel lagen van het lachen, ondanks het trieste verhaal.

Zij bleef gewoon Thais praten, soms spraken we Engels, en meestal gebruikten we onze handen en voeten. Onze vrouwelijke intuïtie deed de rest. We begrepen elkaar feilloos, al duurde het soms even voordat het muntje viel - en daar moesten we dan weer heel hard om lachen.

We giechelden ook zomaar, om niets, zoals eigenlijk alleen vrouwen dat kunnen. Elkaar aankijken was al genoeg. En we hebben gehuild. Eventjes, toen ik wegging. Ze duwde me een zakje zelfgemaakte snacks in de hand. Plakkerige zoete roze rijst in een bananenblad. Ik kreeg prompt tranen in de ogen en zij ook. Terwijl ik niet zo'n huilerig type ben en zij misschien ook niet.

Met Thaise mannen had ik niks. Ze doen voornamelijk gewichtig - achter het stuur, het loket of de bali. Zoals zoveel mannen in zoveel culturen.

Maar de Thaise vrouwen hebben mijn hart gestolen. Ze werken hard, rijden stoer en elegant rond op hun grote brommers waarop hun hele huishouden gemonteerd zit, met kinderen, etenswaren en het liefst ook nog een paar enorme dozen. Ze gedragen zich misschien onderdanig, maar dat is slechts een laagje aan de buitenkant, een gedragsvorm waar makkelijk door heen te prikken is.

Masseren kan de Thaise vrouw trouwens ook als de beste. Wow. Daarover volgende keer meer.

dinsdag 8 juli 2008

1972



Het is zomer. Het regent. Ik huur Harold and Maude. Waarom heb ik deze aandoenlijke hippiefilm niet eerder gezien? Ik identificeer me meer met de tegen de klippen op levenslustige Maude van 80 jaar dan met de 16-jarige depressieve Harold. Maar dat komt waarschijnlijk omdat ik kijk met zoon M. (15).

Het is leuk om met hem een film uit 1972 te kijken. Ik moet het bijbehorende tijdsbeeld uitleggen. Een leren jasje is niet gewoon een leren jasje, dat is een statement. Dit lijkt geen lang haar, maar dat was het toen wel. Die muziek? Van Cat Stevens. En Maude heeft een nummer op haar arm. Dat soort commentaar.

Affijn, via Harold and Maude kom ik op Youtube terecht bij Cat Stevens, omdat zijn nummer Don't be Shy mooi aansluit bij een eerdere posting over verlegenheid. En zodoende weet ik ook eindelijk hoe ik een Youtubefilmpje op mijn weblog krijg geplakt.

Zomertip: huur Harold and Maude.

Want het regent. Komkommers. Ook hier - in de Tussentijd.

donderdag 19 juni 2008

Zachte voetballers

Ja, ik ga een stukje over voetbal schrijven. Sorry, maar het moet. Ik weet niet meer na welke wedstrijd het was. Interesseert me ook niet, eigenlijk. Onze oranjemannen hadden in ieder geval weer gewonnen. Normaal hangen ze dan aan elkaar en trekken dan heel smerig hun eigen bezwete shirtje uit en dat van een ander aan, ze bespringen de coach en daarna elkaar en dat gaat een tijdje zo door. Niets om je over op te winden.

Maat wat gebeurde er nu? Plotseling renden ze als één man naar de tribune. Niet zozeer om hun vrouw te kussen of hun vader een hand te geven, nee om hun kinderen van de schoot van hun vrouw te plukken. Vervolgens paradeerden ze triomfantelijk door het stadion met ieder een kind op de arm. En de Oranjefans keken er verlekkerd en vertederd naar. Die voetballers toch.

Ik was sprakeloos van ergernis. Nu ik het opschrijf voel ik het weer. Dit is erg slecht voor mijn hart. Maar wat ergert me nou precies?

Kinderen als glijmiddel gebruiken, dat is eigenlijk een soort kindermishandeling. Kinderen zijn kinderen. Laat dat zo zijn, maar gebruik ze niet om de ander te vertederen. Zet ze niet in om zelf leuker voor de dag te komen. Misbruik ze niet voor je eigen doeleinden.

Dat is ergernis no. 1.
Ergernis no. 2?

Is het nou een teken van emancipatie dat voetballers met hun kinderen pronken? Of juist niet? Oppervlakkig gezien wel. Kijk ze eens, die stoere voetballers, zojuist stonden ze elkaar nog af te slachten op het veld, en nu. Ach gossie, ze hebben ook een zachte, menselijke kant. Mannen zijn zo kwaad nog niet. En dan kom ik weer uit op ergernis no. 1. Bovendien leidt het me naar ergernis no. 3.

Ergernis 3.
Kunnen vrouwen zo met hun moederschap te voorschijn komen in het openbaar? En zo ja, wanneer dan? Na een wedstrijd? Na een vergadering? Na een cursus? En vinden we dat dan vertederend? En denken we dan: ach gossie? Nee toch. Ik heb er althans nooit wat van gemerkt. Het is op zijn zachtst gezegd riskant. Voor je het weet, word je weggezet als moeder, huisvrouw, zorgzame moeke.

Zal het nou het toppunt van vrouwenemancipatie zijn als moeders na een overwinning (in de sport of op hun werk) met hun kind een triomftocht maken? Moeten we daar naar toe?

En zo tolt het maar door in mijn hoofd en in mijn hart. Help! Ik zie met angst en beven de kwart finale tegemoet.

p.s. Ik heb overigens niks tegen Edwin van der Sar. Hij is een topkeeper. En zijn dochtertje is leuk. En het is fantastisch dat hij zichtbaar van haar houdt.

dinsdag 6 mei 2008

Ontmoeting

Iedere dag lopen Brom en ik ons wandelingetje langs de Weesperzijde.

Een moeder loopt ons tegemoet met haar dochtertje aan de hand. Het peutertje begint naar Brom te wijzen en vreemde klanken uit te kramen. Ze staat opgewonden te wiebelen op haar teentjes.

'Ja, dat is een hond, he?' verstaat de moeder.

Het meisje houdt stil en doet haar handjes voor haar gezicht. Kiekeboe, daar is ze weer. Brom trekt zich niets van haar spelletjes aan en doet intussen een onverschillige plas tegen een paal. Het meisje schatert het uit. Alsof hij dit speciaal voor haar bedacht.

'Mag ze hem aaien?' vraagt de moeder aan mij.
Ja, dat mag.

Zorgzaam beweegt het meisje haar mollige handje over Broms ruwe haren. Ze is verrukt. Ze is een en al bewondering. Dit is pure liefde. Ze straalt ervan.

Brom niet. Brom nooit. Die blijft onder alle omstandigheden zijn eigen stoïcijnse zelf. Op naar de volgende boom. Kind. Boom. Hond. Eend. Het is Brom om het even.

Ik vind dat leuk aan Brom. Hij is geen slijmerige allemansvriend. Nee, de slijmbal, dat ben ik. Want voor ik het weet en ondanks mijzelf, lach ik verontschuldigend naar de moeder. Zoveel onverschilligheid, rare hond. Zou je hem niet.

We lopen door. Brom is de ontmoeting allang vergeten. Maar ik niet.

Van wie kan ik nou eigenlijk meer leren? Van Brom? Of van de peuter? Wie het weet, mag het zeggen.

maandag 5 mei 2008

Nepklussen

Ikea. De afgelopen week ben ik er drie keer geweest. Ik hou van die winkel. Dat is niet bon ton. Het is bon ton om op Ikea te mopperen.

Altijd een schroefje te weinig - zeur, zucht - is zo'n veelgehoorde klacht.

Helemaal niet waar! Ik heb onlangs vijf bureaus en een boekenkast in elkaar gezet. En in ieder pakket zaten precies, maar dan ook precies, genoeg schroefjes. En o ja, het pakket voor de tafel, die nu in mijn keuken staat te glimmen, bevatte ook exact het juiste aantal bouten en moeren om hem binnen een half uur om te toveren tot een gladde, witte, ovalen eettafel.

Eigenlijk levert Ikea een soort Sinterklaas-surprises. Het ladenkastje uit de winkel komt als een plat pakketje uit het magazijn. Thuis mag je je cadeautje uitpakken. Om te voorkomen dat je voor straf mee naar Zweden moet, is het advies om precies te doen wat het begeleidende gedicht voorschrijft. Dat is de handleiding, die met heldere plaatjes is geïllustreerd. Gegarandeerd heb je na een kwartier je eigen kantoor-ladenkastje.

Je krijgt het cadeau, maar je moet er nog wel wat voor doen. Een soort calvinistisch nepklussen. Met schone handen. Zonder gezoek naar de schroevendraaier. Heerlijk.

maandag 28 april 2008

Hombroich


Ik was een paar weken geleden in Insel Hombroich. Wil er sindsdien over schrijven en heb dat ook indirect wel gedaan. Want het was in Hombroich dat mijn reisgenoot tot mijn stomme verbazing varens ging fotograferen en aldaar kreeg ik de plotselinge hevige aandrang om mijzelve in te schrijven bij een kunstacademie.


Alle bezoekers aan Hombroich leken te lijden aan zo'n vlaag van vreemde voorbij vliedende inspiratie, leek het wel. Een hippe jongen met gebreide pet stond opeens verliefd naar een zwanenpaartje te staren. Een dikkige Duitser zag ik kiezelstenen fotograferen. Een klein meisje keek stomverbaasd rond, geen oor en oog meer voor haar vader en moeder.


Insel Hombroich is een onconventioneel museum. Een gul gebaar van een rijke Duitse industrieel, die zijn kunstschatten ophangt in paviljoens waar de wind letterlijk doorheen waait. Hombroich zorgt voor vertraging. De pas wordt langzamer. De blik helderder. De mogelijkheden eindeloos. Hombroich resets your mind.


Een rododendron in de knop heeft dezelfde urgentie als een ets van Rembrandt. Of een schilderij nu van Klimt is of van Picabia, is eigenlijk totaal niet interessant. Who cares? Het antroposofische kerrierijsthapje raakt ons net zo als het uitzicht op een narcisveld. Twee mensen die heel zacht de akoestiek van een paviljoen uitproberen, strelen ons oor. De stenen buitenmuur van een paviljoen wordt geaaid. Kruiken die achteloos lijken te zijn neergekwakt maken evenveel indruk als een vitrinekast met zorgvuldig gegroepeerd antiek Chinees glaswerk. Overwoekerde buxushagen gaan een verbinding aan met een groep Cambodjaanse beeldjes.

In Hombroich krijgen mensen, natuur en kunst een totaal gelijkwaardige relatie. Dat geeft ons het gevoel dat alles kan. Alles is mogelijk. En alles is met elkaar verbonden. Een soort verliefdheid maakt zich van ons meester, die nog lang blijft nagalmen. Super toll!

dinsdag 25 maart 2008

Een rillerige pasen

Koorts en televisie: wat een combinatie! Wow!

Ik zag bijvoorbeeld een uitvoering van The Mathew Passion, gespeeld door Engelse muzikanten in dikke truien. Ik wist niet dat ze Engels waren, maar door dat 'Mathew Passion' weer wel. Ik vond ze er trouwens ook heel Engels uitzien. Ze zongen prachtig, maar waarom die gebreide truien? Ik kon er geen artistiek concept achter bedenken. Ik piekerde me suf, maar erbarme dich, wohin, wohin?

Toen zag ik Oprah Winfrey praten over de menopauze. Met zo'n vrouw die er alles van wist, maar zelf nergens aan leed. Nog nooit een zweetaanval gehad, nog geen pukkeltje te bekennen. Plotseling verscheen deze steriele Amerikaanse vrouw in een dikke trui, waardoor ze opeens een stuk menselijker werd. Begon ik een concept te doorgronden?

Memories. Een man had het uitgemaakt met zijn liefje en uit frustratie een flesje parfum in de gracht gegooid. Van Anita Witzier moest hij toen iets nieuws kopen. Hij had daar zelf geen zin in, maar zij dwong hem een parfumerie in. 'Ik weet niet waar ze van houdt', piepte hij, alleszins redelijk, want hij had haar dertig jaar niet gezien. Het meisje van weleer was in de afgelopen dertig jaar gaan lijken op de zangeres zonder de naam, zij nam de parfum beduusd in ontvangst. De 'zangeres' droeg een trui, maar dat zag ik pas de volgende dag. Toen keek ik de herhaling. Niet een hele dikke, maar toch, ja, een trui.

Bij Dr. Phil zat een echtpaar. De vrouw lag 18 uur per dag in bed. Ze deed helemaal niets aan het huishouden en liet haar man alles opknappen. Ze gaf haar man daar ook nog eens de schuld van. Die deed alles, terwijl ze daar helemaal niet om vroeg. Voor straf liet Phil haar de studiovloer dweilen. Niemand droeg verder een trui. Dat was een teken. Wohin? Wohin?

De paus kortte zijn paastoespraak in, vanwege de stromende regen op het St. Pietersplein. Aardig van de paus. Hier sneeuwde het. Althans dat meende ik te zien vanuit mijn bed. Misschien was het de sneeuw in mijn hersenpan. Hoe het ook zij, dat van die dikke gebreide truien begreep ik nu veel beter. Ik zoek een gedicht over sneeuw.

En zo ging dat door, vier warme, rillerige paasdagen lang.

maandag 28 januari 2008

Filmpje



Op de weblog van Irma stuitte ik op dit filmpje van Lars Arrhenius.

Sindsdien betrap ik mezelf erop dat ik af en toe haar blog bezoek, puur en alleen om dit filmpje weer te zien. Hoe is het mogelijk dat iemand zo'n somber wereldbeeld in zo'n licht filmpje weet te vatten! Wat een vertrouwde combinatie van zwaarte en humor. Yep.

Let vooral ook op het mannetje dat er de hele nacht over doet om op zijn handen en voeten door het beeld te kruipen. Van rechts naar links. Dat dappere mannetje geeft het hele filmpje een geheim. Wat doet 'ie? Wie is het?

Nou ja, het werd tijd om het op mijn eigen weblog te plaatsen.

dinsdag 8 januari 2008

David Shrigley


David Shrigley. Meer zien of horen ?

maandag 26 november 2007

Curriculum Illusione

Dit is een website waar ik af en toe langs surf, een beetje huiverig word ik ervan. Ik houd van levensverhalen, ik houd van impressies van zoekende, levende mensen... maar om nou te gaan verzinnen waar we precies sterven? Halt. Dat vind ik eng.

En daardoor ook aantrekkelijk. Je durft het wel. Je durft het niet. Durf het wel. Durf het niet. Wel. Niet.

dinsdag 20 november 2007

Pointer Sisters

Ik wil opeens heel graag negerin zijn.
En 65 jaar oud.
Met mijn zussen in Paradiso optreden.
Op een druilerige avond in november.
Dat wil ik.

Yeah! I'm so excited! We were there! They loved Amsterdam and we loved them. The one and only Pointer Sisters.

woensdag 17 oktober 2007

Oud en Wijs

De Nobelprijs winnen.

87 zijn.

En dan zo op je stoepje journalisten te woord staan.