Posts tonen met het label tussentijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tussentijd. Alle posts tonen

maandag 1 september 2008

Dichtende Engel


In april van dit jaar schreef ik een stukje op mijn blog over een ontmoeting. Ik noemde het stukje 'Zwervende Dichter'.

Ik heb haar in mei en juni vrijwel wekelijks ontmoet. Ze wilde schrijven in het Nederlands, maar dat ging moeilijk vanuit Australië en daarom was ze hier. Ik leende dichtbundels aan haar uit en mijn woordenboeken. Ze herkende zichzelf in het werk van Hanny Michaelis. Judith Herzberg natuurlijk. Ze bewonderde Esther Jansma. Ik liet haar kennismaken met Herman de Coninck. En dat ene prachtige gedicht van Ischa Meijer. We scheerden langs elkaar via de poëzie.

Ze las haar eigen kersverse gedichten voor, die we dan bespraken. Wat er nog onduidelijk aan was en of dat erg was. Wat ze eigenlijk wilde zeggen en hoe je dat dan het beste kon doen. Terwijl we zo op de vierkante millimeter woordjes zaten te wikken en te wegen, zat ze al in haar teksten te schrappen, fanatiek, alsof het hier en nu af moest. Goed moest. Alsof er maar één versie van een gedicht bestaat.

Ze was gekomen om te schrijven over de na-oorlogse periode waarin ze als kind in Amsterdam woonde met een joodse familie om haar heen die eventjes warmte zocht in hetzelfde nest en later uitvloog. Naar Australië bijvoorbeeld. En nu was ze terug, op tijdreis anno 2008, met heel haar ziel en zaligheid in een grote groene boodschappentas.

Laat ik haar een engel noemen. Niet dat ze heilig was, helemaal niet. Ze zou zelf hard moeten lachen om het woord engel. Ze was ook te eigenwijs voor een engel. En ze praatte te hard. Maar toch. Waarom streek ze neer uitgerekend in mijn straat? Hoe kwam het dat deze joodse engel uit Melbourne mij een spiegel voorhield? Er was herkenning. En dat had niets met afkomst, woonplaats, leeftijd te maken.

Hoe te leven. In het echt en in de taal. Zoiets.

afbeelding: Wounded Angel van Hugo Simberg

vrijdag 18 juli 2008

Thailand


Als je dit leest, zit ik op een Thaise olifant.
Of ik ben bekeerd tot het Thaise boeddhisme.
Of ik strompel zielsalleen door de Thaise jungle.
Of ik leer Thais koken.
Of ik onderga een Thaise massage.
Of ik lig in de Thaise nachttrein.
Of ik ben zojuist geprikt door een Thaise malariamug.
Of ik dobber in een helderblauwe Thaise oceaan.
Ik weet het niet.
Wel weet ik dat ik rond half augustus terug ben.
Vakantie? Vakantie.

maandag 21 april 2008

Zwervende Dichter

'Zoekt u iets?' vraag ik. Ze staat voor mijn huis te turen, trapje op, trapje af. Het pand bekijken van een afstandje. Weer richting tuinhekje. Ik zet mijn fiets op slot.

'Zit hier een ... eh... schrijverschool?' vraagt ze. Ze heeft een wollen muts op en een lege knalgroene boodschappentas aan haar arm. Ik ben een beetje op mijn hoede. Is ze een zwerver?

'Ja, het Schrijfatelier', zeg ik. 'Dat is mijn bedrijf.'
'O', knikt ze afwezig. Stilte die ik niet kan interpreteren. Wat wil ze nou?

'Wilt u verder iets weten?' vraag ik om haar op gang te helpen.

'Ik woon in Australië, ziet u. Ik ben naar Nederland geëmigreerd, toen ik jong was. Ik dicht in het Engels. Een jaar of drie geleden ben ik mijn gedichten gaan vertalen naar het Nederlands. Vooral de gedichten die over de oorlog gingen. Snapt u?'

Ik denk dat ik het snap. Maar waarom is ze hier?

'Ik volg een cursus op de Schrijversvakschool. Bij Carla Boogaards. Kent u die? O, zal ik u mijn bundel laten zien? Ik kan hem alleen niet weggeven, want ik heb er nog maar vijf, en ik ben hier pas een week.' Ze lacht verontschuldigend.

'Misschien vindt u het leuk om van de week samen een kopje koffie te drinken?' stel ik spontaan voor. Het is er uit voor ik het weet. Maar het lijkt me ook echt leuk. Gewoon een kopje koffie? Nu is zij argwanend. Ja, gewoon een kopje koffie.

'En een goed gesprek over poëzie natuurlijk', voeg ik er snel aan toe. Ze lacht. Ontspant.

Ze is acht weken in Nederland om in haar moedertaal te leren dichten. Haar Nederlands is niet goed genoeg, vindt ze zelf. Ze woont in een appartement aan de overkant van de straat. Aan het eind van het gesprek geven we elkaar een hand, als het ware om de afspraak te bezegelen.

Zo ontmoet ik ze graag, zeg, zwervers. Eh, dichters.

donderdag 27 maart 2008

Citaat

"De leugen is simpelweg de ideale taal van de ziel, want net zoals wij ons van woorden bedienen - wat op een absurde manier uitgesproken klanken zijn - om onze intiemste en subtielste gemoedsbewegingen en gedachtegangen om te zetten in werkelijke taal, wat noodzakelijkerwijs nooit zal lukken, zo bedienen wij ons van de leugen en de fictie om elkaar te begrijpen, wat met onze eigen, onoverdraagbare waarheid nooit zou kunnen." (260, 1 december 1931)

Boek der Rusteloosheid

dinsdag 25 maart 2008

Een rillerige pasen

Koorts en televisie: wat een combinatie! Wow!

Ik zag bijvoorbeeld een uitvoering van The Mathew Passion, gespeeld door Engelse muzikanten in dikke truien. Ik wist niet dat ze Engels waren, maar door dat 'Mathew Passion' weer wel. Ik vond ze er trouwens ook heel Engels uitzien. Ze zongen prachtig, maar waarom die gebreide truien? Ik kon er geen artistiek concept achter bedenken. Ik piekerde me suf, maar erbarme dich, wohin, wohin?

Toen zag ik Oprah Winfrey praten over de menopauze. Met zo'n vrouw die er alles van wist, maar zelf nergens aan leed. Nog nooit een zweetaanval gehad, nog geen pukkeltje te bekennen. Plotseling verscheen deze steriele Amerikaanse vrouw in een dikke trui, waardoor ze opeens een stuk menselijker werd. Begon ik een concept te doorgronden?

Memories. Een man had het uitgemaakt met zijn liefje en uit frustratie een flesje parfum in de gracht gegooid. Van Anita Witzier moest hij toen iets nieuws kopen. Hij had daar zelf geen zin in, maar zij dwong hem een parfumerie in. 'Ik weet niet waar ze van houdt', piepte hij, alleszins redelijk, want hij had haar dertig jaar niet gezien. Het meisje van weleer was in de afgelopen dertig jaar gaan lijken op de zangeres zonder de naam, zij nam de parfum beduusd in ontvangst. De 'zangeres' droeg een trui, maar dat zag ik pas de volgende dag. Toen keek ik de herhaling. Niet een hele dikke, maar toch, ja, een trui.

Bij Dr. Phil zat een echtpaar. De vrouw lag 18 uur per dag in bed. Ze deed helemaal niets aan het huishouden en liet haar man alles opknappen. Ze gaf haar man daar ook nog eens de schuld van. Die deed alles, terwijl ze daar helemaal niet om vroeg. Voor straf liet Phil haar de studiovloer dweilen. Niemand droeg verder een trui. Dat was een teken. Wohin? Wohin?

De paus kortte zijn paastoespraak in, vanwege de stromende regen op het St. Pietersplein. Aardig van de paus. Hier sneeuwde het. Althans dat meende ik te zien vanuit mijn bed. Misschien was het de sneeuw in mijn hersenpan. Hoe het ook zij, dat van die dikke gebreide truien begreep ik nu veel beter. Ik zoek een gedicht over sneeuw.

En zo ging dat door, vier warme, rillerige paasdagen lang.

woensdag 19 maart 2008

Citaat

"Er bestaat een abstract geestelijke vermoeidheid en dat is de ergste vermoeidheid van allemaal. Ze weegt niet zo zwaar als lichamelijke vermoeidheid en verontrust niet zozeer als emotionele vermoeidheid. Het is de last van het besef van de wereld, een niet-kunnen-ademen met de ziel. Alle voorstellingen die wij van het leven hebben, en alle ambities en plannen waarop we onze hoop op de toekomst hebben gebaseerd, scheuren dan als wolken in de wind en verwaaien als mistslierten, flarden van wat nooit was en nooit zou kunnen zijn. En achter de nederlaag rijst helder en zuiver de zwarte, onverzoenlijke eenzaamheid van de verlaten sterrenhemel op." (43)

Boek der Rusteloosheid

maandag 17 maart 2008

Citaat

"Lezen is dromen aan de hand van een ander. Vluchtig en hardop lezen is je bevrijden van de hand die je leidt. Een oppervlakkige eruditie is de beste manier om goed te lezen en diepzinnig te zijn." (229)

Boek der Rusteloosheid

woensdag 5 maart 2008

Man en Paard

De wekker gaat. Het is vroeg.

'Ik liep vannacht met een paard door onze straat', vertel ik man. 'Ik belde bij iedereen aan. Het paard wachtte geduldig. Het was zo'n groot zwart Belgisch paard met van die witte haarpluimen rond zijn hoeven. Gek. Ik vind paarden eigenlijk eng. Maar vannacht niet.'

'Dromen zijn willekeurige beelden, geactiveerd door spontane activiteit in de neuronale netwerken van je cortex.' Man geeuwt. 'Wij proberen daar een kloppend geheel te maken, maar het is allemaal toeval.' Man gaat op de rand van het bed zitten. 'Ik zou er maar niet te veel waarde aan hechten.' Man rekt zich uit.

Man doet hersenonderzoek. Ik hou veel van hem, maar nu moet ik hem toch de rug toedraaien. Man doet ochtendjas aan.

'Ben je boos?'
'Nee, hoor.' Mij mijn dromen ontnemen in een ongevraagd college?!
Kom je zo ontbijten?
'Ja.' Wanneer gebeurt het nou dat ik met een paard door de straat loop?!

Hersenonderzoekers.
Slimme mensen, doen nuttig werk.
Maar ze maken de wereld soms zo plat.
Zo zonder ... eh, ja, ik zou bijna zeggen ... tussentijd.

dinsdag 4 maart 2008

Horizon (2)

Punta Bagna speelde ook een spelletje met me. Realiseer ik me nu pas, nu ik weer terug ben.

Zolang ik als een poes zat te spinnen op die berg was het goed. Kopjes koffie drinkend, starend, neus in de zon. Punta Bagna vertrouwde me wijsheden toe, die ik zelf niet had kunnen bedenken. Punta Bagna fluisterde me goede voornemens in, die ik maar al te graag in mijn oren knoopte.

Maar zodra ik mijn ski's onderbond, kreeg ik hoogtevrees, liep ik vast off-piste, kwam ik op een ijzige helling terecht. Wat moest ik nog op ski's? Wat deed ik hier? Waarom moest alles zo snel en hoog?

Op de derde dag kwam man enthousiast thuis. 'Je ziet bijna geen oudere vrouwen op ski's', riep hij uit, terwijl hij me trots aankeek. 'Alleen jij.' 'En koningin Beatrix', voegde zoon A (17) droog toe.

Punta Bagna lachte zijn bulderende lach, met een bereik van precies 2737 meter.

maandag 3 maart 2008

Horizon (1)


De bergtop Punta Bagna (2737 meter!) was zo gastvrij om mij en andere wintersporters te ontvangen, afgelopen week. Ik heb er veel tijd doorgebracht. Dikke kleren, ingevette neus, kop in de zon. Ik had voor de vorm een boek op schoot, nam slokjes warme koffie en staarde intussen naar die bergtoppen in de verte. Uitzicht.

Het was alsof mijn ogen zich eraan laafden. Stadse ogen die zich vol lieten lopen met uitzicht, uitzicht en nog eens uitzicht. Gulzige ogen, die met de dag blauwer en voller en dieper werden. Daarvoor hoefde ik niet in de spiegel te kijken, dat kon ik voelen. En nu in Amsterdam, met slechts overburen in mijn smalle straat? Ik kijk dwars door de huizen en de mensen heen. De stad beperkt me niet. Ik heb een horizon waar ik weer een tijdje op kan teren.

Genereus van zo'n berg, he?
Merci, Punta Bagna. Thanks. Grazie. Danke. Bedankt.

vrijdag 22 februari 2008

Paradox


Ik word steeds opnieuw in mijn eigen armen gedreven.

Ik vind dat een totaal begrijpelijke zin. Maar de argeloze lezer snapt er misschien geen hout van. Dat is soms moeilijk in te schatten. Wat ik daarmee bedoel is, geloof ik: Verwacht niet dat je gered wordt. Door wie dan ook. Steun in de eerste plaats jezelf. Blijf op je eigen benen staan, wat er ook om je heen gebeurt.

Dat doet me denken aan de instructies die je krijgt in een vliegtuig. Als je met een kind reist, moet je als volwassene eerst zelf het zuurstofmasker opzetten, en dan pas het kind helpen. Een paradox van jewelste.

Maar daar zit het leven vol mee. Ik vind dat leuk aan leven. Dat het vaak zo anders is dan ik had bedacht. (En dat ik het steeds vaker aandurf om niets te bedenken, maar me gewoon door het leven zelf te laten verrassen.)

zaterdag 2 februari 2008

Schrijfatelier


Vandaag leidde ik het Open Schrijfatelier. Ik had een lange tafel klaargezet, met glaasjes water, een foldertje als menu, kleine bakjes snoep - alsof er eten opgediend zou worden. Dat was ook zo, in zekere zin.

Het lijkt erop dat ik een fragmentarische vorm van autobiografisch schrijven aan het ontwikkelen ben. Of die nieuw is, weet ik niet. Het is bij mij in ieder geval begonnen op dit weblog, een soort spinneweb van tekst en beeld. Ik ben het. Maar het is ook weer iets nieuws. Iets op zich. Toegankelijk. Altijd onaf.

Die zoektocht ben ik nu aan het omzetten in lesmateriaal. In het Open Schrijfatelier diende ik de eerste resultaten op. Tot mijn grote vreugde smulden de deelnemers ervan. Er was herkenning.

Onze levens lijken zich als een logisch verhaal te voltrekken. Maar is dat ook zo? Nou nee. We zijn gelaagde wezens, met een herinnerd verleden, een zintuiglijk heden en een verlangen naar vroeger en straks. Fragmentarisch. Persoonlijk. Associatief. Dat is hoe ik materiaal verzamel op dit weblog.

En dat is wat we vanmiddag deden aan die lange eettafel. Er werd geschreven met een onvoorstelbare gretigheid! Wie mis je en waarom? Hoe zit je er nu bij? Wat ga je straks doen en heb je daar zin in? Wat is je meest recente boodschappenlijstje? Wat was je lievelingskinderboek? Welke droom kan je je herinneren? Bij iedere vraag begon iedereen hongerig te pennen. Er woei een vlaag van inspiratie door het Schrijfatelier.

Ik ben niet aan het werk in het Schrijfatelier. Nee, ik ben mevr. Schrijfatelier. En op het moment dat ik daarmee anderen bereik, als ik als het ware een middag lang samenval met mijn werk ... tja, wat valt er dan nog meer te wensen?

Dan rest mij alleen nog een diepe zucht. Van inspiratie en geluk.

maandag 28 januari 2008

Filmpje



Op de weblog van Irma stuitte ik op dit filmpje van Lars Arrhenius.

Sindsdien betrap ik mezelf erop dat ik af en toe haar blog bezoek, puur en alleen om dit filmpje weer te zien. Hoe is het mogelijk dat iemand zo'n somber wereldbeeld in zo'n licht filmpje weet te vatten! Wat een vertrouwde combinatie van zwaarte en humor. Yep.

Let vooral ook op het mannetje dat er de hele nacht over doet om op zijn handen en voeten door het beeld te kruipen. Van rechts naar links. Dat dappere mannetje geeft het hele filmpje een geheim. Wat doet 'ie? Wie is het?

Nou ja, het werd tijd om het op mijn eigen weblog te plaatsen.

zaterdag 24 november 2007

De Wereld Draait Door

Ik wil het hebben over Matthijs van Nieuwkerk. Ik stond college te geven voor honderd studenten op woensdagochtend 21 november. Terwijl ik praatte, een nieuwe slide aanklikte en mijn studenten aankeek, dacht ik opeens: Shit, ik heb vannacht van Mathijs van Nieuwkerk gedroomd. Terwijl ik nog wel besloten had om dat niet te doen. Omdat hij zo'n man is, op wie alle vrouwen vallen. Nou ik niet, dus. Had ik bedacht.

Het verbijstert me dat dat allemaal naast elkaar bestaat. De realiteit van honderd mensen voor mijn neus. De realiteit van een droom. Van een college. Van hier sta ik. Van Matthijs van Nieuwkerk. Hallo, in hoeveel duizelingwekkende dimensies kan een mens tegelijkertijd zijn? Wat kunnen wij in één moment omvatten? Hoeveel lagen kunnen we aanboren, zonder gek te worden? Want ik had nog niet genoemd, dat ik op datzelfde moment ook bedacht dat ik nog iets moest kopiëren. Dat ik vanavond mijn moeder moest bellen. Dat het koud was in de collegezaal. Dat er een student voor mijn neus zat die tergend langzaam een thermoskan uit zijn tas haalde en zichzelf een kopje (koffie? thee?) inschonk. Dat ik vroeger mijn zusje pestte door haar schoolschriften te verstoppen en niet te zeggen waar. Dat het buiten regende en ik mijn paraplu was vergeten. Dat ik straks niet moest vergeten mijn koffie af te rekenen.

Afijn, laat maar. Matthijs van Nieuwkerk leidde een camping. Waar ik mijn tentje had opgeslagen. Hij was erg aardig, zonder opdringerig te zijn. En wees me de weg. Hij hurkte iedere ochtend bij mijn luifel neer om te vragen of ik het naar mijn zin had. Ik draaide me nog eens om in mijn slaapzak. Ja, ik had het naar mijn zin. Nee, ik had niks nodig. Plotseling veranderde de camping in zijn atelier. Weer leidde hij me rond als een attente gentleman. En daar viel ik voor. Als een blok. In mijn droom.

Deze droom roept veel vragen op. Zoals, wat is de overeenkomst tussen een camping en een atelier?

zaterdag 17 november 2007

Spiegels

Ik wil het hebben over mezelf
door de ogen van mijn kinderen.
Zij zien een vrouw die aan de
keukentafel zit te schrijven.
Pennen in een groen schriftje.
Een vrouw die verslag doet
van haar leven, waarin
zij een grote rol spelen.
Soms lezen ze mijn blog, dat
laten ze merken, ze zijn geloof ik trots
als ze onderwerp zijn.
Mijn moeder is schrijfster, denken ze dan.
Terwijl ik me steeds afvraag
of ik het wel kan maken om hen in
de schijnwerpers te zetten, of ik daarmee hun
privacy niet aantast, hun ziel, of het onveilig
voelt zo'n vrouw aan de keukentafel
die over je zit te schrijven in dat
eeuwige stomme, groene schriftje.

Ze worden gezien. En daardoor worden
hun ogen helderder. Dieper van kleur.
Dat zie ik ook.

vrijdag 16 november 2007

Koningskind

Ik wil het hebben over de superstorm
in de nacht van 8 op 9 november.
De regen klauwde smekend aan het raam.
De wind rukte en rammelde aan de deuren.
De superstorm wilde naar binnen.
Dat was duidelijk.
Ik deed de deur op slot en dat hielp.
Toen zag ik mijn dode vader buiten lopen,
zo springlevend als King Lear,
even naakt, gek, wanhopig, razend.
Daar liep hij en hij was de weg kwijt.
Nou, zeg, dat kun je wel zeggen.
Wat was mijn vader de weg kwijt.
Deze Cordelia zag hem strompelen in het donker.
Hij was de liefste koning van de hele wereld.
En zij geen koningskind, maar kind.
De nar wuifde en gebaarde
dat ze de deur op slot moest doen.
Extra in het nachtslot, bedoel je? Ja.
De nar trok een lange neus
en haalde huppelend zijn schouders op.

maandag 12 november 2007

Bijna-bijna-doodervaring

Ik wil het hebben over
de zaterdagmiddagmatinee.
Liza Ferschtman trekt met haar viool
lange draden vanuit het donkere
tropische regenwoud van mijn ingewanden
dwars door het dak van het Concertgebouw
naar de strakblauwe hemel, terug via onmetelijke
sneeuw- en ijsvlaktes naar zware, zwarte boerenakkers.
Rust. En dan flitst het weer een andere route
langs diezelfde punten. Vlijmscherpe draden
van schoonheid, zo dun en sterk als de e-snaar zelf.

Op tv zag ik laatst een vrouw praten over haar bde.
Haar bijna-dood-ervaring.
Zij wist nu wat de bron was van alle religie,
ze had liefde gevoeld en rust.
En dit alles in een tijdloos bewustzijn.
Ze zei het zonder een spoortje ironie.

Dat is het! Dat! Ja! Ja! Precies!
Ferschtmann speelt een sequenza van Berio.
Ik klink daarmee als een kenner.
Dat ben ik niet. Alhoewel?
Sinds 3 november 2007 weet ik weer een klein beetje meer.

woensdag 7 november 2007

Baren en Schrijven (3)




























De stierenvechter en de jonge moeder: ze delen de blik van trots en uitputting, van niet meer helemaal weten wat er is gebeurd of wat er gaat komen, van verwarring, leegte.

Geniaal van Rineke Dijkstra om die destijds (1994) naast elkaar te zetten.

donderdag 1 november 2007

Baren en Schrijven (1)


31 oktober 2007
De wekker gaat. Man feliciteert me. Met onze zoon A. die vandaag zeventien wordt. Nog half in slaap, antwoord ik, tot mijn eigen verbazing: 'Wat een bevalling was dat!' En dat was het.

Ik heb destijds wel honderden pogingen gedaan om erover te schrijven, over mijn eerste overweldigende, onzinnige, beestachtige, prachtige, krankzinnige, ja, bijna onmenselijke ervaring om deze baby op de wereld te zetten.

Je kunt eten en de krant lezen.
Je kunt bellen en zwaaien.
Je kunt fietsen en kletsen.
Je kunt lezen en thee drinken.
Maar baren? Je kunt baren. That's it.

Over het hyperventilerende gepuf om je adem om die gigantische buik heen te leiden. Over je irritatie voor licht. Voor washandjes. Voor aandacht. Voor aanrakingen. Over hoofdjes die weer terugfloepen. Over gyneacologen die, ja wat doen die eigenlijk? Over puffen en persen. Over iets levends uitpoepen dat er eerst niet is en dan wel. En dat blijft. Over een raar, klein mannetje dat je met wijze ogen aankijkt alsof hij je al jaren kent. Over het gepruts met melkborsten en navelbandjes en luiers en badjes en flesjes. Over de zorg, die toen begon en nu al zeventien jaar onder mijn leven kabbelt.

Baren en schrijven: kennelijk ook een onmogelijke combinatie. Want ik vond er geen enkel boek over. En dat miste ik. Ik wilde lezen hoe andere vrouwen dit ervaarden. Of ik de enige was wiens wereld op zijn kop gezet was door de komst van zo'n kleine kabouter. Ik kwam allerlei technische bevallingsboeken tegen, dat wel, maar die stonden vol met onbruikbare tips voor de op handen zijnde bevalling. Niets over het baren zelf. En ik las de Ouders van Nu, maar die repte van babybehang en hoe je gezellig met je schoonmoeder naar Artis kon. Ook de literatuur meldde niets. De poëzie? Leeg. Alle geschreven woorden zwegen als het graf over de bevalling. Baren bleek het best bewaarde vrouwengeheim te zijn.

Dus ging ik het zelf proberen. Soms vind ik nog wel eens zo'n poging. Het werd gepruts dat niemand wilde lezen. Ikzelf al helemaal niet. De taal was niet toereikend genoeg. De taal wilde zich niet plooien om zaken rond leven en dood. Althans, niet direct. En dat was wel wat ik zocht. Poging gestaakt. Ik begon te begrijpen waarom alle andere vrouwen er niet over schreven. Het was domweg niet te doen. Een dikke laag ironie hielp, maar die omweg wilde ik niet. En zo bleef deze bevalling een verhaal in mijn hoofd, niet op papier.

Het klink gek, maar zoon A. heeft hier eigenlijk weinig mee te maken.
Hij is mijn zoon. Al zeventien jaar.
Hij is wezenlijk belangrijker dan ikzelf.

Maar dat is weer een heel ander verhaal.

donderdag 25 oktober 2007

Sonnet 12

Gisteren begrafenis van Jan Wolkers. Zijn vrouw Karina las de laatste regels van een sonnet van Shakespeare voor.
Sonnet 12, zag ik. Snob die ik ben.
Laat dat nou over tijd gaan.
En over kinderen.

And nothing 'gainst Time's scythe can make defence
Save breed, to brave him when he takes thee hence.*

En opeens is er helemaal niks meer mis met een familieblog getiteld Tussentijd.
Tijd. Kinderen. Shakespeare. Jan Wolkers.
Ach, waarom niet? Goeie onderwerpen. Goed gezelschap.
Ik zeg je. Ik ben een snob. Een echte.


* Niets is er dat de zeis des Tijds afweert

Dan 't kind dat hem, wanneer jij sterft, trotseert.
(vert. Peter Verstegen)